Vreemdelingenrecht
Verzoek om een voorlopige voorziening. Nu uitspraak is gedaan in het beroep, is het verzoek wegens een gebrek…
Rechtbank Den Haag, 31 juli 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:25152 · Rechtbank Den Haag · 31 juli 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2025-25152
Zaakgegevens
Op 31 juli 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 31 juli 2025
- Datum publicatie
- 24 december 2025
- Zaaknummer
- AWB 24/16128
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:25152
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om een voorlopige voorziening. Nu uitspraak is gedaan in het beroep, is het verzoek wegens een gebrek aan connexiteit niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/16128
uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 juli 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [v-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. H.A.C. Klein Hesselink),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. C. van der Zijde).
Inleiding
1. Bij besluit van 4 oktober 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om bescherming onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (hierna: de Richtlijn) afgewezen. Hiertegen heeft verzoeker bezwaar ingediend.
Tegelijk met zijn bezwaar heeft verzoeker op 8 oktober 2024 bij deze rechtbank zijn verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
Met het besluit van 17 januari 2025 heeft verweerder op het bezwaar van verzoeker beslist en is hij bij zijn afwijzing gebleven. Omdat op dat moment nog niet was beslist op zijn verzoek en verzoeker hiertegen beroep heeft ingesteld (zaaknummer NL25.7022), geldt dit verzoek om een voorlopige voorziening als een verzoek hangende het beroep bij de rechtbank.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak te doen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard, nu heden uitspraak is gedaan in het beroep (zaaknummer NL25.7022) en er daarom niet langer sprake is van de vereiste connexiteit als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb.
Gelet op de betreffende overwegingen in de uitspraak in het beroep, bestaat voor een proceskostenveroordeling in de onderhavige procedure geen aanleiding. Verzoeker krijgt evenmin zijn griffierecht vergoed.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van P.J.J. Schaap, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2025.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: