Vreemdelingenrecht
Dublin, Voorlopige voorziening; toegewezen; hersteluitspraak.
Rechtbank Den Haag, 19 februari 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:2925 · Rechtbank Den Haag · 19 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2025-2925
Zaakgegevens
Op 19 februari 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 19 februari 2025
- Datum publicatie
- 27 februari 2025
- Zaaknummer
- NL24.50707 (rectificatie)
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:2925
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin, Voorlopige voorziening; toegewezen; hersteluitspraak.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.50707 (rectificatie)
uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 februari 2025 in de zaak tussen
[verzoeker], v-nummer: [nummer], verzoeker
(gemachtigde: mr. M.O. Wattilete),
en
de minister van Asiel en Migratie
(gemachtigde: mr. S.J. de Vries).
Inleiding
1.In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening die verzoeker heeft ingediend hangende het beroep tegen het besluit van 17 december 2024 van de minister op de asielaanvraag van verzoeker.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL24.50706, op
3 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt overgedragen voordat op het beroep is beslist. De rechtbank heeft nog geen uitspraak gedaan in de zaak met zaaknummer NL24.50706.
De voorzieningenrechter heeft een belangenafweging gemaakt. Zij is van oordeel dat het belang van verzoeker om zijn beroepsprocedure in Nederland te mogen afwachten in dit geval zwaarder weegt dan het belang van de minister bij overdracht. Hoewel de uitspraak van de rechtbank in de beroepszaak snel wordt verwacht, nadert de uiterste overdrachtsdatum dermate snel dat verzoeker het risico loopt te worden overgedragen voordat op het beroep is beslist. Hierbij is meegewogen dat een voorlopige voorziening bij de hoger beroepsrechter de overdrachtstermijn niet schorst indien de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening afwijst. Nu niet is gebleken dat de minister een zwaarwegend belang heeft bij een overdracht op korte termijn, wijst de voorzieningenrechter het verzoek toe.
Conclusie en gevolgen
3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Cyprus totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.
De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
-
treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Cyprus totdat uitspraak is gedaan op het beroep;
-
veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 1.814,-
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. van der Lee, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.M. Hampsink, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.