Vreemdelingenrecht
Vovo, griffierecht niet betaald, niet-ontvankelijk.
Rechtbank Den Haag, 7 maart 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:3908 · Rechtbank Den Haag · 7 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2025-3908
Zaakgegevens
Op 7 maart 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 7 maart 2025
- Datum publicatie
- 13 maart 2025
- Zaaknummer
- AWB 24-7144
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:3908
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vovo, griffierecht niet betaald, niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/7144
uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 maart 2025 in de zaak tussen
[verzoeker], v-nummer [nummer], verzoeker
(gemachtigde: mr. S. Süzen),
en
de minister van Asiel en Migratie.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker vanwege de intrekking van zijn verblijfsvergunning voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam].
De minister heeft de verblijfsvergunning van eiser met het besluit van 21 februari 2023 ingetrokken. Met het besluit van 26 maart 2024 op het bezwaar van eiser is de minister bij de intrekking van de verblijfsvergunning gebleven.
De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De indiener van een verzoek om voorlopige voorziening moet griffierecht betalen. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk als het bedrag niet binnen de gestelde termijn is betaald, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
3. Verzoeker heeft in het verzoekschrift verzocht om vrijstelling van het griffierecht. De griffier heeft verzoeker daarom op 24 april 2024 gevraagd om binnen één week het daarvoor vereiste en toegestuurde formulier in te vullen en terug te sturen. Omdat verzoeker dat niet heeft gedaan, heeft de griffier verzoeker op 23 mei 2024 aan die brief herinnerd en nogmaals in de gelegenheid gesteld het formulier binnen één week in te vullen en terug te sturen. Omdat verzoeker ook daarop niet heeft gereageerd, heeft de voorzieningenrechter het verzoek om vrijstelling van het griffierecht afgewezen. De griffier heeft verzoeker vervolgens bij aangetekende brief van 6 juni 2024 verzocht het griffierecht binnen vier weken te voldoen. Uit de verzendgegevens van PostNL volgt dat deze brief op 10 juni 2024 om 15:36 uur bij de gemachtigde van verzoeker is bezorgd. De voorzieningenrechter stelt op basis van de financiële administratie vast dat verzoeker het griffierecht niet heeft voldaan.
Conclusie en gevolgen
4. Het verzoek om voorlopige voorziening is kennelijk niet-ontvankelijk. De minister hoeft de proceskosten van verzoeker niet te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Emaus-Visschers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J.B. ter Beke, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 maart 2025.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: