Vreemdelingenrecht

Dublin, voorlopige voorziening, besluit verlenging overdrachtstermijn, afgewezen.

Rechtbank Den Haag, 21 maart 2025

Zaakgegevens

Op 21 maart 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
21 maart 2025
Datum publicatie
27 maart 2025
Zaaknummer
NL25.8681
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:4978
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin, voorlopige voorziening, besluit verlenging overdrachtstermijn, afgewezen.

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.8681

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster

(gemachtigde: mr. A. Khalaf),

en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).

Procesverloop

Bij besluit van 17 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de overdrachtstermijn verlengd vanwege onderduiken.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL25.8680, op 11 maart 2025 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Baban. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.8680, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van

R.A. Oelen, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

21 maart 2025

[afbeelding niet beschikbaar]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.