Vreemdelingenrecht
Dublin Zwitserland, plakvovo
Rechtbank Den Haag, 21 januari 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:639 · Rechtbank Den Haag · 21 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2025-639
Zaakgegevens
Op 21 januari 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 21 januari 2025
- Datum publicatie
- 21 januari 2025
- Zaaknummer
- NL24.47498
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:639
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin Zwitserland, plakvovo
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.47498
uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank in de zaak tussen
[naam] , V-nummer: [nummer] eiseres
(gemachtigde: mr. M. Pater),
en
de Minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. R. Koning).
Procesverloop
1. Bij besluit van 29 november 2024 heeft de minister de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen, omdat Zwitserland daarvoor verantwoordelijk is.
Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld (zaaknummer NL24.47497) en
tevens verzocht tot het treffen van een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. tezamen met het beroep met zaaknummer NL24.47497, op 20 januari 2025 op zitting behandeld. De gemachtigde van de minister was op zitting aanwezig. De gemachtigde van eiser was, met voorafgaande kennisgeving, niet aanwezig. Eiseres was niet verschenen.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter overweegt dat het beroep van eiseres in de hoofdzaak door de rechtbank niet ontvankelijk is verklaard, omdat het procesbelang hangende die procedure is weggevallen. Al vanwege die omstandigheden bestaat er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter wijst dat verzoek dan ook af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F. Aissa, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.