Vreemdelingenrecht

Dublin buiten zitting, plakvovo afgewezen.

Rechtbank Den Haag, 2 mei 2025

Zaakgegevens

Op 2 mei 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
2 mei 2025
Datum publicatie
2 mei 2025
Zaaknummer
NL25.11537
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:7492
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin buiten zitting, plakvovo afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.11537


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen


[naam], verzoeker,

geboren op [geboortedatum],

van Nigeriaanse nationaliteit,

V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. B. de Haan),

en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. De minister heeft op 11 maart 2025 de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

1.1.

Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.

3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.11536, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.


Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).