Vreemdelingenrecht
Aanvraag verblijfsdocument EU/EER – gestelde duurzame relatie met Unieburger – onvoldoende aangetoond –…
Rechtbank Den Haag, 28 mei 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:14179 · Rechtbank Den Haag · 28 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-14179
Zaakgegevens
Op 28 mei 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 28 mei 2026
- Datum publicatie
- 29 mei 2026
- Zaaknummer
- NL25.12243
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:14179
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Aanvraag verblijfsdocument EU/EER – gestelde duurzame relatie met Unieburger – onvoldoende aangetoond – beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.12243
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[persoon] , verzoeker,
V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. J.W. van de Wege),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 18 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER kennelijk ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Daarnaast heeft hij de
voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak
zonder zitting.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.12240, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 28 mei 2026 door mr. E.J. Govaers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.