Vreemdelingenrecht

Dublin buiten zitting - plakvovo's afgewezen.

Rechtbank Den Haag, 6 februari 2026

Zaakgegevens

Op 6 februari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
6 februari 2026
Datum publicatie
6 februari 2026
Zaaknummer
NL26.934 en NL26.26.939
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:2032
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin buiten zitting - plakvovo's afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummers: NL26.934 en NL26.939


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen


[naam],

V-nummer: [V-nummer],

[naam],

V-nummer: [V-nummer],

samen: verzoekers,

(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. De minister heeft op 7 januari 2026 de aanvragen van verzoekers om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de aanvragen.

1.1.

Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.

3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL26.933 en NL26.938, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen en de beroepen ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht maakt dat mogelijk.