Vreemdelingenrecht

Plakvovo, afgewezen, PKV en griffierecht vanwege uitkomst in bodemzaak

Rechtbank Den Haag, 11 februari 2026

Zaakgegevens

Op 11 februari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
11 februari 2026
Datum publicatie
13 februari 2026
Zaaknummer
NL24.4829
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:2729
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Plakvovo, afgewezen, PKV en griffierecht vanwege uitkomst in bodemzaak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.4829


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen


[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

Met het besluit van 8 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder een aanvullend terugkeerbesluit genomen.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen

De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Bij uitspraak van 11 november 2024, zaaknummer NL24.4827, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. In de uitkomst van de beroepen ziet de voorzieningenrechter aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 934, bestaande uit een punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld). Daarnaast moet verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht van € 187 vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;

- veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten tot een bedrag van

€ 934;

- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 187 aan verzoeker moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan op 11 februari 2026 door mr. A.C.J. van Dooijeweert, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.