Strafrecht overig
De verdenking tegen verdachte houdt in dat hij zich op 22 december 2016 samen met anderen gedurende de voor…
Rechtbank Den Haag, 23 februari 2018
ECLI:NL:RBDHA:2018:2083 · Rechtbank Den Haag · 23 februari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbdha-2018-2083
Zaakgegevens
Op 23 februari 2018 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 23 februari 2018
- Datum publicatie
- 23 februari 2018
- Zaaknummer
- 09-857103-17
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2018:2083
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De verdenking tegen verdachte houdt in dat hij zich op 22 december 2016 samen met anderen gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd schuldig heeft gemaakt aan een gewelddadige woningoverval. Hoewel het dossier ernstige bezwaren tegen verdachte bevat, zijn er onvoldoende directe aanknopingspunten op basis waarvan kan worden bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de overval op 22 december 2016. Verdachte zal dan ook van het tenlastegelegde worden vrijgesproken.
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 09/857103-17
Datum uitspraak: 23 februari 2018
Tegenspraak
(Promisvonnis)
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte] ,
[geboortedag] 1996 [geboorteplaats] ,
[adres 2]
1 Het onderzoek ter terechtzitting
Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 9 februari 2018.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A. Baas en van hetgeen door verdachte en zijn raadsman mr. L.E. Buiting naar voren is gebracht.
2 De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 22 december 2016 te Alphen aan den Rijn, tussen 01.00 en 02.15 uur, in ieder geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning [adres 3] te Alphen aan den Rijn) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen:
- een Samsung Edge S6 en/of een Samsung S6 Galaxy en/of
- een tas met inhoud (onder meer diverse sleutels, een portemonnee met diverse (bank)pasjes, rijbewijs, en een geldbedrag van ongeveer 50 Euro en 200 Dollar) en/of
- een portemonnee met inhoud (onder meer een geld bedrag van 70 Euro en een pas) en/of een doosje met inhoud (diverse (bank(pasjes) en/of
- sieraden (onder meer twee horloges, een gouden ring ter waarde van 600 Euro, gouden zegelringen, kettingen);
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededaders:
- nadat zij de voornoemde woning waren binnengedrongen aan het bed van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zijn gaan staan met een zaklantaarn en die [slachtoffer 2] meerdere klappen tegen haar hoofd hebben gegeven en/of
- die [slachtoffer 1] meerdere klappen in zijn gezicht en/of op zijn hoofd hebben gegeven met een boksbeugel, althans een daarop gelijkend voorwerp en/of
- die [slachtoffer 1] meerdere klappen in zijn gezicht en/of op zijn hoofd hebben gegeven en/of
- die [slachtoffer 2] heeft gedwongen uit bed te komen en op de overloop te gaan zitten en/of
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] hebben geslagen, geschopt en geduwd en/of
- meermalen tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben gevraagd naar "geld", althans woorden van gelijke strekking.
3 Bewijsoverwegingen
Inleiding
De verdenking tegen verdachte houdt in dat hij zich op 22 december 2016 in Alphen aan den Rijn samen met anderen gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd schuldig heeft gemaakt aan een woningoverval -diefstal met geweld- bij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het dossier weliswaar sterke aanwijzingen bevat voor de betrokkenheid van verdachte bij de overval, maar dat er onvoldoende wettig bewijs is, zodat verdachte moet worden vrijgesproken van wat hem is ten laste gelegd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gepleit voor integrale vrijspraak van het tenlastegelegde.
De beoordeling van de tenlastelegging
Vast staat dat in de nacht van 22 december 2016 in de woning van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een gewelddadige overval heeft plaatsgevonden, waarbij [slachtoffer 1] gewond is geraakt. Drie personen zijn de woning in Alphen aan den Rijn binnengedrongen, terwijl aangevers lagen te slapen. De rechtbank realiseert zich dat dit voor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een zeer traumatische ervaring moet zijn geweest.
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of het dossier voldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte zich (mede) heeft schuldig gemaakt aan deze woningoverval. Verdachte heeft betrokkenheid bij de overval ontkend. Ten aanzien van verdachte komt het volgende uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting naar voren.
Aangever [slachtoffer 1] trof na de overval in zijn woning een wastas met daaronder een vuilniszak aan. Hij heeft verklaard dat deze hem niet toebehoren. Op de vuilniszak zijn vingerafdrukken gevonden van verdachte, [medeverdachte] en een vriend van verdachte, [naam] . Van verdachte is een afdruk van zijn linker middelvinger en linker ringvinger aangetroffen. Verdachte heeft hierover verklaard dat hij regelmatig met [medeverdachte] en andere vrienden in een schuur van [medeverdachte] verbleef en dat zij daar zaten te chillen. Na afloop ruimden ze met elkaar de rommel op en zo zouden zijn vingerafdrukken op een vuilniszak kunnen zijn gekomen, bij voorbeeld bij het afscheuren van een vuilniszak van een rol vuilniszakken.
Het telefoonnummer van verdachte [nummer 1] was actief in de nacht van de overval in Alphen aan den Rijn. Voor en na het moment van de overval heeft hij telefonisch contact gehad met [medeverdachte] . Beide telefoons stonden ten tijde van de overval uit. Verdachte heeft hierover verklaard dat hij wel vaker ’s nachts contact heeft met zijn vriend en dat die nacht zijn telefoon waarschijnlijk is uitgevallen, omdat de batterij leeg was.
Tijdens het onderzoek heeft de politie gebruik gemaakt van zogenaamde prikkelmomenten. Op 13 juni 2017 is de politie naar de woning van [medeverdachte] gegaan en heeft in het kader van een ‘buurtonderzoek’ foto’s laten zien van onder andere de in de woning van aangevers achtergebleven wastas en een achtergebleven trui van één van de daders. Ondertussen werden de telefoons van verdachte ( [nummer 2] ) en [medeverdachte] getapt. Nadat de politie bij de woning van medeverdachte was geweest, werd [medeverdachte] door zijn moeder over dit bezoek geïnformeerd. [medeverdachte] liet vervolgens een gezamenlijke vriend contact opnemen met verdachte. Verdachte kreeg van die vriend te horen dat [medeverdachte] met hem wilde praten omdat er twee dingen waren gebeurd, dat het niet over de telefoon kon en dat hij zichzelf niet heet wilde maken. Ook [medeverdachte] kwam aan de lijn en zei dat verdachte moest komen en dat hij er niet over de telefoon over kon praten.
Conclusie
Bovenstaande feiten en omstandigheden leveren sterke aanwijzingen op ten aanzien van de betrokkenheid van verdachte en roepen zeer zeker vragen op. Begrijpelijkerwijs heeft dit geleid tot de verdenking en vervolging van verdachte. Verdachte heeft tijdens de verhoren geen (volledige) openheid van zaken gegeven. Zijn proceshouding heeft eraan bijgedragen dat de gerezen vragen omtrent verdachtes betrokkenheid bij de overval niet zijn beantwoord en dat de verdenking, vervolging en voorlopige hechtenis van verdachte hebben voortgeduurd.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat het dossier ernstige bezwaren tegen verdachte bevat, doch dat er onvoldoende directe aanknopingspunten zijn op basis waarvan kan worden bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de overval op 22 december 2016. Verdachte zal dan ook van het tenlastegelegde worden vrijgesproken.
4 De vordering van de benadeelde partijen
De vordering van de benadeelde partijen
[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 10.669,89, bestaande uit de hierna te noemen posten. Tevens vordert hij wettelijke rente, de kosten van tenuitvoerlegging, de veroordeling van verdachte in de proceskosten en het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte.
1. Immateriële schade € 3.500,00
2. Materiële schade, bestaande uit:
- Eigen risico inboedelverzekering € 100,00
- Eigen risico zorgverzekeraar € 267,89
- Verlies arbeidsvermogen € 6.802,00
[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 5.745,00, bestaande uit de hierna te noemen posten. Tevens vordert zij wettelijke rente, de kosten van tenuitvoerlegging, de veroordeling van verdachte in de proceskosten en het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte.
1. Immateriële schade € 2.500,00
2. Materiële schade, bestaande uit:
- Verlies arbeidsvermogen € 3.245,00
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft betoogd dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vorderingen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, gelet op de door hem bepleite vrijspraak, de benadeelde partijen niet-ontvankelijkheid dienen te worden verklaard in hun vorderingen.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen tot schadevergoeding, aangezien verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit waarop de vorderingen betrekking hebben, wordt vrijgesproken.
Nu de benadeelde partijen niet-ontvankelijk worden verklaard, zal de rechtbank hen veroordelen in de kosten van verdachte. Nu verdachte geen kosten heeft gevorderd en overigens ook niet gebleken is dat verdachte kosten heeft moeten maken voor zijn verdediging tegen de vorderingen van de benadeelde partijen, zal de rechtbank deze kosten begroten op nihil.
5 De beslissing
De rechtbank:
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in zijn vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 1] in de proceskosten van de verdachte, welke begroot worden op nihil;
bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 2] in de proceskosten van de verdachte, welke begroot worden op nihil;
heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Dit vonnis is gewezen door
mr. W.N.L. Donker, voorzitter,
mr. P. van Essen, rechter,
mr. M.H. Erich, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. W. Braaksma, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 februari 2018.