Strafrecht overig

De rechtbank Den Haag heeft op 9 oktober 2020 een 28 jarige inwoner van Noordwijk veroordeeld voor zes…

Rechtbank Den Haag, 9 oktober 2020

Zaakgegevens

Op 9 oktober 2020 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
9 oktober 2020
Datum publicatie
9 oktober 2020
Zaaknummer
09/086190-20
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2020:10125
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De rechtbank Den Haag heeft op 9 oktober 2020 een 28 jarige inwoner van Noordwijk veroordeeld voor zes strafbare feiten. De rechtbank houdt de verdachte verantwoordelijk voor het medeplegen van een poging tot zware mishandeling met voorbedachten rade gepleegd op 28 maart 2020 te Rijnsburg, door een persoon met rubberen hamers in diens woning op zijn benen te slaan. Voorts wordt de verdachte veroordeeld voor het opzettelijk voorhanden hebben van soft- en harddrugs, wapens en munitie en het voorbereiden van de bereiding van amfetamine en/of cocaïne en/of heroïne, gepleegd op 29 maart 2020 te Noordwijk. Verdachte is een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van zes jaren.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/086190-20

Datum uitspraak: 9 oktober 2020

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte ] ,

[geboortedatum] 1992 [geboorteplaats] ,

[adres 1]

.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 8 juli 2020 (pro forma) en 24 en 25 september 2020 (inhoudelijk).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie
mr. N.J. Ros en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. M.A.J van der Klaauw, advocaat te Haarlem, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

1
hij op of omstreeks 28 maart 2020 te Rijnsburg, gemeente Katwijk tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, de benen van die [slachtoffer] vast te pakken en/of met één of meer (rubberen) hamer(s) (met kracht) op/tegen de benen en/of knieën en/of het lichaam van die [slachtoffer] te slaan terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 28 maart 2020 te Rijnsburg, gemeente Katwijk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met voorbedachten rade [slachtoffer] heeft mishandeld door de benen van die [slachtoffer] vast te pakken en/of met één of meer (rubberen) hamer(s) (met kracht) op/tegen de benen en/of knieën en/of het lichaam van die [slachtoffer] te slaan;

2
hij op of omstreeks 29 maart 2020 te Noordwijk tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad

- ( in totaal) ongeveer 10041,6 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine en/of
- (in totaal) ongeveer 3226 XTC-pillen en/of een zak met beige brokken, met een (totaal)gewicht van 850,7 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA en/of
- (in totaal) ongeveer 11,1 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3
hij op of omstreeks 29 maart 2020 te Noordwijk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad
- (in totaal) ongeveer 130 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep,
- (in totaal) ongeveer 439 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hasjiesj, zijnde hasjiesj,
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4
hij op of omstreeks 29 maart 2020 te Noordwijk tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
-één of meerdere wapen(s) van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het [naam merk] , kaliber 9 mm en/of een pistool, van het [naam merk] , kaliber 9 mm, zijnde (een)
vuurwapen(s)
-een wapen van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten een stroomstootwapen, [model] voorhanden heeft gehad;

5
hij op of omstreeks 29 maart 2020 te Noordwijk tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten
-19 kogelpatronen van het kaliber 9 mm en/of
-15 knalpatronen van het kaliber 9 mm voorhanden heeft gehad;

6
hij op of omstreeks 29 maart 2020 te Noordwijk althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren van amfetamine en/of cocaïne en/of heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of cocaïne en/of heroïne, zijnde amfetamine en/of cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen
voorwerpen en/of stoffen, te weten:
- cafeïne-poeder;
- cafeïne-anhydraat;
- coffeïne;
- zwavelzuur;
- loodgietersontstopper;
- ammoniak;
- benzine;
- (een) boormachine(s);
- (een) gasmasker(s);
- een houten graanmolen, merk Fidibus Classic;
- een seal-apparaat;
- (een) maatbeker(s);
- een hoeveelheid, half gevouwen, klein model, papiertjes, voorzien van de afbeelding en tekst "scarface";
voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en).

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding

Op 28 maart 2020 in de avond heeft op de [adres 2] in Rijnsburg een mishandeling plaatsgevonden. Het slachtoffer zou in zijn woning door meerdere mannen met hamers op zijn benen zijn geslagen. Later die avond heeft de politie in Noordwijk vijf personen aangehouden, waaronder de verdachte. In de woning van de verdachte werden verschillende harddrugs aangetroffen, alsmede wapens en spullen die, zo is de verdenking, bedoeld zijn om harddrugs mee te maken. De verdachte wordt verdacht van het medeplegen van de mishandeling en van het opzettelijk voorhanden hebben van voornoemde spullen.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten. De aangever heeft de verdachte herkend als een van de personen die hem sloeg en [verbalisant 1] heeft de verdachte herkend toen hij uit de auto kwam, een uur na de melding van de mishandeling. Tot slot is het DNA van de verdachte aangetroffen op de afgebroken hamersteel die bij aangever is aangetroffen. In onderhavige zaak is sprake van voorbedachte rade nu het handelen van verdachte en zijn medeverdachten, namelijk met bivakmutsen en rubberen hamers naar de woning van aangever gaan en hem specifiek alleen op zijn benen slaan, wijst op een voorgenomen besluit van de verdachte en zijn medeverdachten. Verder zijn grote hoeveelheden hard- en softdrugs in de woning van de verdachte gevonden alsmede wapens en munitie. Het is daarbij een feit van algemene bekendheid dat de aangetroffen overige stoffen, waaronder cafeïne en coffeïne, gebruikt worden voor de productie, bewerking en verwerking van harddrugs zoals amfetamine, cocaïne en heroïne.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat de verdachte ten aanzien van feiten 1, 2, 4 en 6 dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van feiten 3 en 5 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. De verklaring van de aangever, ten aanzien van feit 1, dat de verdachte een van de daders zou zijn is niet betrouwbaar. Verder is het niet duidelijk dat de verdachte bij aangever is geweest nu [getuige 1] een ander model/versie Audi heeft gezien dan die van de verdachte. Ook het feit dat de verdachten handschoenen aan hadden, moet leiden tot de conclusie dat het aangetroffen DNA-profiel op de hamersteel van voor het incident moet zijn geweest. Tot slot zijn ook geen zendmastgegevens die de verdachte bij de woning van de aangever plaatsen en is geen onderzoek gedaan naar sporen op de bivakmutsen. Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat geen sprake van opzet kan zijn op zwaar lichamelijk letsel door het slaan met rubberen hamers op de benen. Ten aanzien van feit 2 heeft de verdachte de dozen en/of tassen voor een kennis opgeslagen en had hij derhalve geen wetenschap omtrent de inhoud daarvan. Ditzelfde geldt ten aanzien van feit 4, het vuurwapen ( [naam merk] ) en de taser, deze lagen in afgesloten tassen.

Tot slot is ten aanzien van feit 6 te onduidelijk dat de tenlastegelegde middelen ook daadwerkelijk gebruikt kunnen worden voor het bewerken of versnijden van amfetamine, nu hier geen onderzoek naar is gedaan. Gelet op het opslaan van de goederen voor een ander is het ook onvoldoende duidelijk dat de verdachte opzet heeft gehad op het verkopen dan wel produceren van amfetamine.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging

3.4.1

Feit 1, de bewijsmiddelen

Op 28 maart 2020 komt [verbalisant 2] , na een melding rond 21:40 uur, ter plaatse in de woning aan de [adres 2] in Rijnsburg. Zij ziet in de slaapkamer op de bovenverdieping een man, [slachtoffer] (hierna: aangever), op bed liggen. Aangever transpireert en is aan het trillen. Hij vertelt haar in gebrekkig Engels dat hij is geslagen op zijn benen. Verbalisant ziet naast de aangever, op het bed, een afgebroken steel van gereedschap liggen, die zij in beslag heeft genomen. Met behulp van een telefonische tolk Pools, hoort verbalisant de aangever nader. Hij verklaart dat dat hij lag te slapen, dat hij wakker werd en zijn naam hoorde roepen, dat hij vier of vijf mannen met bivakmutsen zag staan, dat hij door hen met hamers op zijn benen werd geslagen en dat hij één van de mannen had herkend als [verdachte ] .

[verbalisant 3] komt na [verbalisant 4] ter plaatse. Hij verklaart dat aangever op de rechterpijp van zijn broek een grote bloedvlek had. Aangever toont hem een foto van een BMW 1-serie voorzien van een Pools [kenteken] . In gebrekkig Nederlands zegt aangever dat deze auto vermoedelijk bij het voorval betrokken was.

[getuige 2] heeft verklaard dat zij op de avond in kwestie vanuit de keuken naar de woonkamer liep en werd tegengehouden door een vreemde man. Ze zag dat er vijf à zes vreemde mannen in de woning aanwezig waren. Ze droegen zwarte truien met capuchon en hadden allen zwarte broeken aan. De man die haar vast hield, had een rubberen hamer vast. Ze hoorde dat de man in Poolse taal sprak en vroeg: “waar is [medeverdachte] ”. De andere mannen liepen naar boven en getuige heeft hen alleen van de achterkant gezien. Na enkele minuten kwamen de andere mannen weer naar beneden. De mannen renden de woning uit.

Aangever heeft in de ochtend van 29 maart 2020 aangifte gedaan. Hij verklaart dat hij de avond ervoor lag te slapen, voetstappen op de trap hoorde en iemand hoorde vragen: “Waar is [medeverdachte] ?” Hij herkende de stem van zijn kennis [verdachte ] . De mannen hebben eerst de deken van hem afgetrokken en sloegen hem op zijn benen. Eén man hield zijn benen vast en daarna begonnen de mannen op zijn knieën te slaan. Aangever voelde verschrikkelijke pijn in zijn knieën. Eén van de hamers brak af tijdens het slaan. Op het moment van de aangifte verklaart aangever te vergaan van de pijn in zijn linker knie.

[verbalisant 1] en [verbalisant 5] zijn diezelfde avond, na [kenteken] te hebben nagetrokken, omstreeks 22:26 uur naar de [adres 3] in Noordwijk gereden, alwaar de tenaamgestelde van dit kenteken zou wonen. Eenmaal in Noordwijk zag [verbalisant 1] een drietal personen op het [adres 4] lopen richting de Van [adres 3] . [verbalisant 5] hoorde [verbalisant 1] zeggen dat hij het voertuig had gespot en dat drie personen uit dat voertuig kwamen. [verbalisant 1] zag dat de achterste persoon mager was en kort stekelig blond haar had. [verbalisant 1] zag deze personen de woning aan de [adres 3] in gaan. [verbalisant 5] is naar het voertuig gelopen en constateerde dat het de BMW met [kenteken] was (vanaf hier zal verder worden gesproken van de BMW). [verbalisant 1] zag later in de woonkamer van de woning aan de Van [adres 3] de persoon staan die hij herkende als de achterste van de drie mannen die uit de BMW waren gestapt. Dit bleek de verdachte te zijn. Bij onderzoek in de BMW troffen de verbalisanten een hamer voor de passagiersstoel aan. Achter de bijrijdersstoel vonden zij een rubberen hamer, een bivakmuts en een aantal werkhandschoenen. In de achterbak lag een zelfgemaakte bivakmuts. Achter de bestuurdersstoel lag een aantal werkhandschoenen in uitgetrokken toestand, half binnenstebuiten.

Uit de BMW zijn twee rubberen hamers, twee zwarte bivakmutsen en meerdere handschoenen in beslag genomen. Deze zijn als sporendragers veiliggesteld. Van de hamers is door het NFI op de kop en de steel vezelmateriaal veiliggesteld. Ook de broek en het shirt die aangever droeg toen de politie voor het eerst ter plekke kwam op de [adres 2] zijn als sporendrager veiliggesteld.

Door het NFI zijn op de broek meerdere donkere vegen aangetroffen, waarvan een deel maanvormig. Eén maanvormige veeg is uitgeknipt voor nader onderzoek. Het materiaal zoals verwerkt in de kleding is vergeleken met de sporen op de rubberen hamers en het rubber van de hamers is vergeleken met materiaal dat is veilig gesteld vanuit de veiliggestelde veeg. Het NFI heeft geconcludeerd dat de maanvormige veeg op de broek lijkt te passen bij slaan met een zwart, rond voorwerp, zoals de kop van de hamer. De vorm van de veeg is suggestief, maar verwijst niet specifiek naar de hamer. Het donkere materiaal op de broek komt overeen met het materiaal van de koppen van de hamers, maar dit materiaal is veelvoorkomend. Ten slotte zijn op de hamers vezels aangetroffen die overeenkomen met de vezels in het onderzochte shirt. De kans dat dergelijke vezels op een willekeurige hamer worden aangetroffen is laag maar niet verwaarloosbaar. Ook valt op dat de aangetroffen overeenkomende vezels afkomstig zijn uit het shirt, terwijl de donkere vegen op de broek zijn aangetroffen. De reden daarvoor is onduidelijk. Hoewel elk van de aanwijzingen zwak is, concludeert het NFI dat de resultaten van dit onderzoek waarschijnlijker zijn wanneer de drager van de kleding is geslagen met (één van) de onderzochte hamers dan wanneer de drager is geslagen met één of meerdere willekeurige andere stompe voorwerpen. Met waarschijnlijker wordt een kans van tien tot honderd keer groter bedoeld.

De hamersteel die op het bed van het slachtoffer werd aangetroffen is als sporendrager veiliggesteld. Onderzoek van het NFI wijst uit dat op die steel een DNA-mengprofiel voorkomt van vier verschillende personen. Eén van die personen kan verdachte [verdachte ] zijn. De kans dat dit DNA –mengprofiel wordt aangetroffen als dat DNA bevat van verdachte [verdachte ] en drie willekeurige personen is meer dan een miljard keer waarschijnlijker dan wanneer het DNA van vier willekeurige personen zou bevatten.

Het letsel

Door de arts is letsel aan de benen van aangever geconstateerd, te weten twee bloeduitstortingen aan het linker been en een wond aan het rechterbeen.

3.4.2

Het oordeel van de rechtbank

Allereerst zal de rechtbank de door de verdediging gevoerde en voor zover hier relevante verweren bespreken. Daarna wordt de betrokkenheid van de verdachte beoordeeld en vervolgens zal worden beoordeeld of met die betrokkenheid ook de ten laste gelegde handelingen kunnen worden bewezen.

Betrouwbaarheid van de verklaringen van aangever

Ten aanzien van het gevoerde verweer dat de verklaringen van de aangever niet betrouwbaar zijn, overweegt de rechtbank het volgende.

De aangever heeft zowel direct na het incident als op latere momenten verklaringen afgelegd, waarin hij heeft verklaard de verdachte te herkennen als een van de geweldplegers. Zijn verklaringen worden op cruciale onderdelen ondersteund door andere bewijsmiddelen. Zo zou hij met hamers zijn geslagen door meerdere personen met bivakmutsen op. Dit wordt ondersteund door de verklaring van [getuige 2] , die meerdere mannen in de woning ziet en wordt tegengehouden door een man met een rubberen hamer. De politie treft bovendien kort na de melding een afgebroken hamersteel aan op het bed van de aangever en de verdachte stapt later die avond uit een BMW met het door aangever genoemde kenteken. In die BMW worden twee rubberen hamers aangetroffen met daarop vezels die overeenkomen met vezels van de kleding van aangever en op de afgebroken hamersteel blijkt het DNA profiel van onder meer de verdachte voor te komen. De rechtbank ziet gelet op het vorenstaande geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaring van aangever.

Dat de verklaringen van aangever op sommige kleine -voor de rechtbank minder relevante- onderdelen verschillen van de bevindingen, zoals de plaats en de exacte beschrijving van de tatoeage die aangever heeft gezien bij de verdachte, maakt dit niet anders. De rechtbank acht kleine verschillen niet onvoorstelbaar gelet op de impact van het incident en de snelheid waarmee een en ander op de avond in kwestie is gebeurd. De verklaringen van aangever worden daarmee naar het oordeel van de rechtbank echter niet onbetrouwbaar, zoals door de verdediging betoogd.

DNA-profiel

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het aangetroffen DNA-profiel op de afgebroken steel wel gebruikt kan worden voor het bewijs. Het feit dat (een deel van) de personen handschoenen droegen ten tijde van het geweldsincident doet niet af aan de bewijskracht van het DNA-profiel op de hamersteel. Immers, ook al zouden alle daders ten tijde van de mishandeling handschoenen hebben gedragen, dan nog zou dat geenszins uitsluiten dat de verdachte kort daarvoor de hamersteel zonder handschoenen heeft vastgehouden. De rechtbank hecht geen waarde aan de niet onderbouwde verklaring van de verdachte dat de aangever vanwege een eerder conflict een hamer uit zijn auto heeft gepakt en deze expres op het bed heeft neergelegd om de verdachte ‘te pakken’.

Betrokkenheid van de verdachte

De verdachte ontkent enige betrokkenheid te hebben bij het jegens aangever gepleegde geweld. Echter, zijn DNA bevond zich op de hamersteel die op het bed naast aangever lag, aangever heeft de stem van de hem bekende verdachte herkend en bovendien stapt de verdachte relatief kort na de mishandeling uit de BMW die door aangever wordt benoemd. Bovendien worden in die BMW twee rubberen hamers aangetroffen met daarop vezels die overeenkomen met vezels van de kleding van aangever. Deze combinatie van bewijs maakt naar het oordeel van de rechtbank dat buiten redelijke twijfel staat dat de verdachte één van de daders is geweest die aangever met hamers op zijn benen en knieën hebben geslagen.

Medeplegen, opzet op zwaar lichamelijk letsel en voorbedachte raad

Uit het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting volgt dat aangever meermalen met kracht met rubberen hamers op zijn benen en knieën is geslagen door meerdere personen, waaronder de verdachte, en dat zijn benen daarbij ook werden vastgehouden. Deze personen zijn de woning ingegaan, direct naar de kamer van aangever gelopen, hebben hem meermaals -alleen op de benen- geslagen en zijn vervolgens weer direct vertrokken. Een andere persoon met hamer en gezichtsbedekking houdt op de benedenverdieping [getuige 2] tegen. Deze uiterlijke verschijningsvormen wijzen op een vooropgezet plan en een gecoördineerde uitvoering van dat plan door ieder van de daders om de aangever zwaar lichamelijk letsel toe te brengen aan zijn benen en/of knieën. Immers, ook het slaan met een rubberen hamer (laat staan meerdere rubberen hamers) zal, mits met voldoende kracht toegepast, tot ernstig letsel in de vorm van bijvoorbeeld een gebroken scheenbeen of knieschijf kunnen leiden. Er is daarom sprake van opzet en voorbedachte raad zoals ten laste gelegd. Daarnaast heeft ieder van de daders, waaronder de verdachte, een rol van aanzienlijk gewicht gehad in de mishandeling, zodat zonder twijfel van medeplegen kan worden gesproken. Dat het gevolg van zwaar lichamelijk letsel niet is opgetreden doet aan het opzet van de verdachte en zijn mededaders daarop niet af.

Conclusie

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat de aan de verdachte primair tenlastegelegde poging tot zware mishandeling met voorbedachten rade in vereniging wettig en overtuigend is bewezen.

3.4.3

Feiten: 2, 3, 4, 5 en 6: de bewijsmiddelen

Inleiding

Bij de verdachte thuis zijn grote hoeveelheden drugs en wapens aangetroffen op verschillende plekken in verschillende dozen en/of tassen in het huis. Ook zijn spullen aangetroffen die, zo is de verdenking, bestemd zijn om harddrugs mee te maken. Hieronder worden de bewijsmiddelen van de drugs- en wapenvondsten telkens per soort opgesomd.

Feit 2, amfetamine

In een pot met een zilverkleurige deksel is 387 gram (nettogewicht) met brokkelige gele substantie aangetroffen bevattende amfetamine. Ook is een diepvrieszak met zipsluiting aangetroffen met daarin een gele brokkelige substantie van 50,3 gram (nettogewicht), bevattende amfetamine. Voorts zijn in zes rechthoekige pakketten vacuümzakken gevonden met daarin crèmekleurige vochtige substanties. De nettogewichten van deze substanties zijn: 1003,0 gram, 1007,0 gram, 1022,7 gram, 992,3 gram, 1025,3 gram en 951,8 gram. Na onderzoek bleken deze substanties amfetamine te bevatten. Ook is een gripzak aangetroffen met crèmekleurige vochtige substantie van 458 gram (nettogewicht), welke amfetamine bleek te bevatten. In drie andere rechthoekige pakketten zaten vacuümzakken met daarin telkens een beigekleurige vochtige substantie. De nettogewichten van deze substanties zijn: 913,7 gram, 972,4 gram en 973,0 gram, deze bleken na onderzoek amfetamine te bevatten. Tot slot is in een gripzak een beigekleurige vochtige substantie aangetroffen met een nettogewicht van 284,2 gram, welke na onderzoek amfetamine bleek te bevatten.

Feit 2, MDMA

In een gripzak is een bruinkleurige substantie in brokvorm aangetroffen met een nettogewicht van 232,7 gram, deze bleek na onderzoek MDMA te bevatten. Ook zijn 546 blauwkleurige tabletten met nettogewicht 194,8 gram aangetroffen in een gripzak, deze bleken na onderzoek MDMA te bevatten. Voorts is in een plastic tas van de Albert Heijn is een gripzak aangetroffen met 1018 blauwkleurige tabletten, met een nettogewicht van 363,1 gram, deze bleken na onderzoek MDMA te bevatten. In een andere plastic tas van de Albert Heijn is een gripzak aangetroffen met 14 groenkleurige tabletten, met een nettogewicht van 7,4 gram, deze bleken na onderzoek MDMA te bevatten. In een boterhamzakje zijn 70 blauwkleurige tabletten aangetroffen met een nettogewicht van 25,8 gram, deze bleken na onderzoek MDMA te bevatten. Ook is een gripzak met beigekleurige brokken is aangetroffen met een nettogewicht van 27,9 gram, bevattende MDMA. In een gripzakje zijn 3 groenkleurige tabletten aangetroffen met een nettogewicht van 1,2 gram, bevattende MDMA. Tot slot is een zakje aangetroffen met blauwkleurige tabletten en gruis met een nettogewicht van 23,3 gram, bevattende MDMA.

Feit 2, cocaïne

In een boterhamzakje is een witte substantie in poedervorm aangetroffen met een nettogewicht 1,1 gram, bevattende cocaïne. Tot slot is in een gripzakje een witte substantie in poedervorm aangetroffen met een nettogewicht van 10 gram, bevattende cocaïne.

Feit 3, hennep en hasjiesj

In vier in beslag genomen zakken is hennep aangetroffen met een nettogewicht van in totaal 0,55 kilogram. Ook zijn vier zakken hennep aangetroffen in een sporttas met een nettogewicht van 0,13 kilogram. Tot slot is een gesealde vacuümzak aangetroffen met daarin een donkerbruine plak hasjiesj met een nettogewicht van 436 gram.

Feiten 4 en 5, wapens

In een lade in de slaapkamer werd een in een tas gewikkeld rechthoekig voorwerp aangetroffen. Hierin bleek een vuurwapen te zitten van het [naam merk] , met het kaliber 9mm, vallend onder categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, en een met 14 kogelpatronen van het kaliber 9mm gevuld patroonmagazijn, vallend onder categorie III van de Wet wapens en munitie. In diezelfde tas zijn ook 15 knalpatronen aangetroffen van het kaliber 9mm.

Onder in een oranje plastic tas waar hennep in zat die op de zolder werd gevonden, werd een vuurwapen aangetroffen. Dit vuurwapen bleek een pistool te zijn van het [naam merk] met het kaliber 9mm, vallend onder categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie. In het patroonmagazijn werden vijf kogelpatronen aangetroffen van het kaliber 9mm, vallend onder categorie III van de Wet wapens en munitie. Tot slot werd op zolder in een gele shopper tas een stroomstootwapen van het merk Power Max aangetroffen, vallend onder categorie II van de Wet wapens en munitie.

Feit 6, voorbereidingshandelingen

In de woning is een afgedichte bruine plastic pot met cafeïne-poeder gevonden. [verbalisant 6] verbaliseert hierover dat hem op basis van ervaring en informatie van het NFI bekend is dat cafeïne wordt gebruikt als versnijdingsmiddel voor heroïne, in combinatie met paracetamol en amfetamine. Verder zijn ook 7 plastic emmers aangetroffen met een witte poeder substantie, bevattende coffeïne. Coffeïne is in relatie tot drugs een versnijdingsmiddel voor amfetamine, cocaïne en, in combinatie met paracetamol, voor heroïne. Verder is een gelaatmasker (de rechtbank leest gasmasker) aangetroffen met op de filterbus residu van vermoedelijk amfetamine; een hoeveelheid half-gevouwen, klein model, papiertjes, voorzien van de afbeelding en tekst “scarface”; een houten graanmolen van het merk Fidibus Classic en een boormachine met op de boorkop residu van vermoedelijk amfetamine. In de blauwe zak die in de woonkamer is aangetroffen zat onder meer een seal-apparaat en twee maatbekers.

Verklaring verdachte

De verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij cocaïne (feit 2) en hennep (feit 3) had gekocht voor eigen gebruik. Ook heeft de verdachte bekend dat hij het vuurwapen van het [naam merk] (feit 4) in handen heeft gehad en dat het stroomstootwapen (feit 4)van hem was. Het andere vuurwapen (feit 4), de munitie (feit 5), de drugs (feit 2) en de andere spullen (feit 6) heeft hij in dozen en/of tassen voor een kennis in zijn woning bewaard.

3.4.4

Het oordeel van de rechtbank

Opzettelijk aanwezig hebben drugs en voorbereidingsmiddelen

Bij de doorzoeking van de woning van verdachte zijn kilo’s harddrugs aangetroffen, verpakt in tassen, dozen en een koffer en verspreid over de keuken, woonkamer, en zolder. Ook zijn in tassen en dozen meerdere goederen aangetroffen die op zichzelf geschikt zijn voor het vervaardigen van verschillende soorten harddrugs, maar die in hun onderlinge samenhang bezien en in combinatie met de aangetroffen hoeveelheden harddrugs, redelijkerwijs ook niet anders dan bestemd kunnen zijn om harddrugs mee te vervaardigen. De verdachte had, zo blijkt uit zijn eigen verklaring, weet van de aanwezigheid van de tassen, dozen en de koffer. Dit kan ook niet anders, nu nagenoeg alles direct in het zicht lag.

Omdat de verdachte in beginsel bekend mag worden verondersteld met wat er in zijn woning ligt, mag van hem in ieder geval een concreet verifieerbare en niet op voorhand onaannemelijke verklaring worden verlangd waaruit zou kunnen volgen dat hij niet op de hoogte was van de inhoud van de tassen. Zijn verklaring, die inhoudt dat hij van een kennis tijdelijk een aantal tassen in bewaring heeft gekregen, waarbij hij dacht dat er kleding in die tassen zat, maar niet geïnformeerd heeft wat er in die tassen zat, is naar het oordeel van de rechtbank niet verifieerbaar en gelet op de waarde van de spullen bovendien zeer onaannemelijk. De rechtbank passeert de verklaring van de verdachte dan ook en gaat ervan uit dat de verdachte wist dat er zich grote hoeveelheden drugs in zijn woning bevonden, alsmede spullen die bestemd waren om harddrugs mee te vervaardigen.

Ditzelfde geldt ten aanzien van het STAR vuurwapen dat is aangetroffen. Ook hier verklaart de verdachte dat hij de doos met daarin het vuurwapen voor iemand in bewaring heeft genomen, zonder te weten wat er in de doos zat en ook niet te informeren wat er in die doos zat. Deze verklaring is voor de rechtbank opnieuw niet verifieerbaar en bovendien, gelet ook op het feit dat het vuurwapen in een kast in de slaapkamer van de verdachte is aangetroffen, zeer onaannemelijk. Dus ook op dit punt passeert de rechtbank de verklaring van de verdachte en neemt gaat zij ervan uit dat de verdachte wist dat hij dit vuurwapen aanwezig had.

Hoeveelheid MDMA, amfetamine en hasjiesj

De rechtbank constateert op basis van het procesdossier dat 875 gram aan materiaal, bevattende MDMA, is aangetroffen in de woning en telt een significant lagere hoeveelheid aangetroffen pillen dan is tenlastegelegd. Tot slot telt de rechtbank, anders dan tenlastegelegd, 10040,50 gram amfetamine en 436 gram hasjiesj.

Conclusie

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat de aan de verdachte tenlastegelegde feiten 2, 3, 4 en 5 en 6 wettig en overtuigend is bewezen, met inachtneming van voornoemde lagere aantallen drugs.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

1
hij op 28 maart 2020 te Rijnsburg, gemeente Katwijk tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, de benen van die [slachtoffer] vast te pakken en met rubberen hamers met kracht op/tegen de benen en knieën van die [slachtoffer] te slaan terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2
hij op 29 maart 2020 te Noordwijk, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad

- in totaal ongeveer 10040,50 gram, van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine en
- in totaal ongeveer 850,7 gram van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA en
- in totaal ongeveer 11,1 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne
telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3
hij op 29 maart 2020 te Noordwijk, althans alleen, telkens opzettelijk aanwezig heeft gehad
- 130 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep,
- 436 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hasjiesj, zijnde hasjiesj,
telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4
hij op of omstreeks 29 maart 2020 te Noordwijk, althans alleen,
-één of meerdere wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het [naam merk] , kaliber 9 mm en een pistool, van het [naam merk] , kaliber 9 mm, zijnde vuurwapens
-een wapen van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten een stroomstootwapen, [model]

voorhanden heeft gehad;

5
hij op of omstreeks 29 maart 2020 te Noordwijk, althans alleen, munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten
-19 kogelpatronen van het kaliber 9 mm en
-15 knalpatronen van het kaliber 9 mm voorhanden heeft gehad;

6
hij op of omstreeks 29 maart 2020 te Noordwijk althans in Nederland, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden van amfetamine en/of cocaïne en/of heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of cocaïne en/of heroïne, zijnde amfetamine en/of cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen
voorwerpen en/of stoffen, te weten:
- cafeïne-poeder;
- coffeïne;
- (een) boormachine(s);
- (een) gasmasker(s);
- een houten graanmolen, merk Fidibus Classic;
- een seal-apparaat;
- (een) maatbeker(s);
- een hoeveelheid, half gevouwen, klein model, papiertjes, voorzien van de afbeelding en tekst "scarface";
voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden, dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, bij de strafmaat rekening te houden met het blanco strafblad van de verdachte als het feit dat de verdachte ten tijde van zijn detentie vader is geworden. Daarbij ligt de strafeis van de officier van justitie volgens de verdediging ver boven wat normaal gezien in dergelijke zaken wordt opgelegd. De verdediging verzoekt de rechtbank dan ook een forse voorwaardelijke gevangenisstraf en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van niet langer dan 12 maanden op te leggen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling met voorbedachten rade. De verdachte is met een groep personen met bivakmutsen op en handschoenen aan de woning van aangever binnengelopen en heeft hem vervolgens met rubberen hamers geslagen op zijn benen. Hierbij heeft aangever letsel opgelopen en veel pijn ervaren. Een dergelijke intimiderende mishandeling met meerdere personen heeft bij aangever ernstige gevoelens van onveiligheid veroorzaakt. Dit is ook niet verwonderlijk nu de mishandeling in de beslotenheid van zijn eigen woning heeft plaatsgevonden. Met dit handelen heeft de verdachte samen met anderen, ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangever.

Gewelddadige feiten als deze versterken in hoge mate gevoelens van onveiligheid en angst in de samenleving, hetgeen in het bijzonder geldt voor de mensen die hier ongewild getuige van zijn geweest, zoals de andere aanwezigen in de woning.

De verdachte heeft zich verder schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van grote hoeveelheden MDMA, amfetamine, cocaïne, hennep, hasjiesj, vuurwapens, kogelpatronen en een stroomstootwapen. De verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan een voorbereidingshandelingen, gericht op het vervaardigen van harddrugs.


Het is algemeen bekend dat verdovende middelen, mede vanwege de zeer verslavende werking ervan, schadelijk zijn voor de gezondheid van de gebruikers. Daarnaast is het gebruik ervan, onder andere door de daarmee gepaard gaande criminaliteit bezwarend voor de samenleving. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij kennelijk slechts uit eigen financieel gewin heeft gehandeld, zonder oog te hebben voor de maatschappelijke gevolgen van zijn handelen.

Tot slot heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van verboden wapens, te weten twee vuurwapens, bijbehorende munitie en een stroomstootwapen. Het voorhanden hebben van verboden wapens vormt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen en heeft enorme maatschappelijke impact. Het voorhanden hebben van vuurwapens leidt immers maar al te vaak ook tot het gebruik daarvan, met alle gevolgen van dien. Dit is met name het geval binnen het criminele circuit, zoals onderhavige zaak doet vermoeden, in het kader van drugshandel.

Strafblad en de persoon van de verdachte

De rechtbank heeft rekening gehouden met het strafblad van de verdachte d.d. 25 augustus 2020. Daaruit blijkt dat de verdachte in 2015 is veroordeeld voor een winkeldiefstal.

Strafmodaliteit en strafmaat

De rechtbank acht, alles afwegende en gelet op de LOVS-oriëntatiepunten, wat in vergelijkbare gevallen doorgaans wordt opgelegd, niet kan worden volstaan met een andere straf dan een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van een aanzienlijke en hierna te noemen duur.

7 De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 540 en te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

7.1

De standpunten

De officier van justitie en de verdediging stellen zich op het standpunt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard nu geen rechtstreeks verband bestaat tussen de tenlastelegging en de vordering van de benadeelde partij.

7.2

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal, de vordering van de benadeelde partij afwijzen, aangezien de gevorderde schade geen gevolg is van het bewezenverklaarde feit.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 45, 47, 57 en 303 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijsten I en II;

- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

medeplegen van poging tot zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade

ten aanzien van feit 2:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

ten aanzien van feit 3:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

ten aanzien van feit 4:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II en een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd

ten aanzien van feit 5:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

ten aanzien van feit 6:

om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 6 (ZES) JAAR;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

de vordering van de benadeelde partij;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij af.

Dit vonnis is gewezen door

mr. I.K. Spros, voorzitter,

mr. P.G. Salvadori, rechter,

mr. B.F.M. Klappe, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. D.A. Goldstoff, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 oktober 2020.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het [naam onderzoek] [PL nummer 1] , van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 983). Proces-verbaal van bevindingen, blz. 173. Proces-verbaal van bevindingen, blz. 174. Proces-verbaal van bevindingen, blz. 184 en 185. Proces-verbaal van aangifte, blz. 191-195. Proces-verbaal van bevindingen, blz. 207 en 208. Proces-verbaal van bevindingen, blz. 231. Proces-verbaal forensisch onderzoek, blz. 737-738. Een geschrift, zijnde een rapport van het NFI van 27 mei 2020, blz. 781-783. Proces-verbaal van bevindingen, blz. 173. Een geschrift, zijnde een rapport van het NFI van 2 juli 2020, blz. 798-804. Proces-verbaal forensisch onderzoek, blz. 769. Een geschrift, zijnde een rapport van het NFI van 15 juni 2020, blz. 841-842. Een geschrift, te weten: een geneeskundige verklaring, blz. 497. Een geschrift, te weten een tabel genaamd IBN goederen uit woning [adres 5] , blz. 376-379 en een proces-verbaal van bevindingen, blz. 275-277. Proces-verbaal, blz. 586 en een geschrift, te weten: een NFI rapport van 18 mei 2020, blz. 595. Proces-verbaal, blz. 586 en een geschrift, te weten: een NFI rapport van 18 mei 2020, blz. 596. Proces-verbaal van bevindingen, blz. 567 en geschriften, te weten: NFI-rapporten van 8 april 2020, blz. 572 en 573. Proces-verbaal van bevindingen, blz. 567 en een geschrift, te weten: een NFI-rapport van 8 april 2020, blz. 574. Proces-verbaal van bevindingen, blz. 570 en een geschrift, te weten: een NFI-rapport van 8 april 2020, blz. 579. Proces-verbaal van bevindingen, blz. 570 en een geschrift, te weten: een NFI-rapport van 8 april 2020, blz. 580. Proces-verbaal van bevindingen, blz. 568 en een geschrift, te weten: een NFI-rapport van 8 april 2020, blz. 575. Proces-verbaal van bevindingen, blz. 569 en een geschrift, te weten: een NFI-rapport van 8 april 2020, blz. 576. Proces-verbaal van bevindingen, blz. 569 en een geschrift, te weten: een NFI-rapport van 8 april 2020, blz. 577. Proces-verbaal van bevindingen, blz. 569 en een geschrift, te weten: een NFI-rapport van 8 april 2020, blz. 578. Proces-verbaal van bevindingen, blz. 614 en proces-verbaal van bevindingen [PL nummer 2] -100, blz. 618 en een geschrift, te weten: een NFI-rapport van 9 april 2020, blz. 616. Proces-verbaal van bevindingen, blz. 614 en een geschrift, te weten: een NFI-rapport van 9 april 2020, blz. 617. Proces-verbaal van bevindingen, blz. 620 en een geschrift, te weten: een NFI-rapport van 15 april 2020, blz. 622. Proces-verbaal van bevindingen, blz. 620 en een geschrift, te weten: een NFI-rapport van 15 april 2020, blz. 623. Proces-verbaal van bevindingen, blz. 621 en een geschrift, te weten: een NFI-rapport van 15 april 2020, blz. 624. Proces-verbaal van bevindingen, blz. 571 en een geschrift, te weten: een NFI-rapport van 8 april 2020, blz. 581. Proces-verbaal van bevindingen, blz. 313-317. Proces-verbaal van bevindingen, blz. 600-602. Proces-verbaal, blz. 582-583. Proces-verbaal van bevindingen, blz. 276-277 en proces-verbaal, blz. 325-327. Proces-verbaal, blz. 329-330. Proces-verbaal van bevindingen, blz. 277 en proces-verbaal, blz. 322-324. Proces-verbaal van bevindingen, blz. 277 en proces-verbaal, blz. 331-332. Proces-verbaal, blz. 583. Proces-verbaal, [PL nummer 3] , blz. 625-627 en een geschrift, te weten: een NFI-rapport van 20 mei 2020, blz. 633-634. Proces-verbaal, blz. 584-586. Proces-verbaal van bevindingen, blz. 275-276. Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 24 september 2020.