Strafrecht overig
Verdachte veroordeeld voor verkrachting. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.
Rechtbank Den Haag, 29 mei 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:17071 · Rechtbank Den Haag · 29 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbdha-2026-17071
Zaakgegevens
Op 29 mei 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 29 mei 2026
- Datum publicatie
- 24 juni 2026
- Zaaknummer
- 09.264235.24
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:17071
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verdachte veroordeeld voor verkrachting. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09/264235-24
Datum uitspraak: 29 mei 2026
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
BRP-adres: [adres] , [woonplaats] .
1 Het onderzoek ter terechtzitting
Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 15 mei 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. A. Briejer, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman, mr. S. van der Eijk, naar voren is gebracht.
2 De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 5 januari 2014 te 's-Gravenhage [aangeefster] door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster] , hebbende verdachte
- zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina en/of de anus van die [aangeefster] geduwd/gebracht,
- geprobeerd zijn, verdachtes, vinger(s) in de mond van die [aangeefster] te brengen en/of
- zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [aangeefster] gebracht en/of gehouden en/of heen en weer bewogen, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte
- die [aangeefster] een auto in heeft getrokken/geduwd en/of (vervolgens),
- de autodeur heeft gesloten en/of op slot heeft gedaan,
- die [aangeefster] (meermalen) bij haar haren heeft gepakt,
- die [aangeefster] tegen het hoofd heeft geduwd in de richting van zijn, verdachtes kruis en/of de zitting van de autobank,
- tegen de keel/hals van die [aangeefster] heeft geduwd en/of die keel/hals heeft vastgehouden,
- zijn, verdachtes, been op de buik van die [aangeefster] heeft gelegd,
- zijn, verdachtes, vinger(s) in de mond van die [aangeefster] heeft geprobeerd te stoppen,
- ( met kracht) de broek en onderbroek van die [aangeefster] naar beneden heeft getrokken,
- de benen van die [aangeefster] naar boven heeft geduwd en/of (vervolgens)
- de onderbenen van die [aangeefster] uit elkaar heeft geduwd,
- die [aangeefster] (meermalen) in het gezicht heeft geslagen,
- aan de benen van die [aangeefster] heeft getrokken en/of
- tegen die [aangeefster] heeft gezegd: 'Rustig zijn, anders maak ik je dood' en/of 'Ik pak je nog wel' en/of (aldus) voor die [aangeefster] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.
3 De bewijsbeslissing
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde. Verdere standpunten van de officier van justitie komen hierna aan de orde voor zover relevant voor enige te nemen beslissing.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft namens de verdachte vrijspraak van de ten laste gelegde feiten bepleit. Verdere standpunten van de verdediging komen hierna aan de orde voor zover relevant voor enige te nemen beslissing.
Gebruikte bewijsmiddelen
De rechtbank heeft in bijlage I opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
Bewijsoverwegingen
Betrouwbaarheid van de verklaring van de aangeefster
De aangeefster heeft op verschillende momenten een verklaring afgelegd. Op 5 januari 2014 heeft zij ter plaatse in een emotionele gemoedstoestand met de politie gesproken en tijdens een informatief gesprek zeden op het politiebureau heeft zij een meer uitgebreide verklaring afgelegd. Op 9 januari 2014 heeft zij aangifte gedaan. Het informatieve gesprek zeden heeft op dezelfde dag plaatsgevonden als het vermeende incident en de aangifte enkele dagen daarna. Tot slot is zij op verzoek van de verdediging op 12 december 2025 als getuige gehoord bij de rechter-commissaris.
De rechtbank constateert dat aangeefster uitvoerig heeft verklaard over de aanloop naar het incident. Zij was nadat zij de verdachte had leren kennen tijdens het uitgaan, de volgende ochtend met hem op zoek gegaan naar haar telefoon. Toen aangeefster en de verdachte met zijn tweeën bij en in de auto aan het zoeken waren, is het misgegaan. Ook heeft aangeefster uitgebreid verklaard over de door de verdachte verrichte handelingen. Zij heeft daartoe verklaard hoe zij bij haar hoofd is vastgepakt en geslagen en hoe de verdachte zijn handen op haar keel heeft gelegd. Daarnaast heeft zij nauwkeurig verklaard over de seksuele handelingen die de verdachte heeft uitgevoerd. Daarover verklaart de aangeefster onder meer dat de verdachte eerst zijn vingers in haar vagina en anus heeft gebracht, en deze vingers daarna in haar mond heeft proberen te stoppen, en dat de verdachte op een later moment haar joggingbroek en onderbroek tot aan haar knieën naar beneden trok en zijn penis in haar vagina heeft gebracht. Zij overdrijft daarbij niet; zij heeft verklaard dat de verdachte maar kort met zijn penis in haar is geweest omdat zij hem wegduwde.
De rechtbank constateert dat de verklaringen van de aangeefster ook enkele inconsistenties bevatten, onder meer over de wijze waarop zij op de achterbank van de auto terecht is gekomen en de manier waarop zij de auto weer heeft verlaten. Anders dan de verdediging ziet de rechtbank daarin geen aanleiding om de gehele verklaring onbetrouwbaar te achten. Naar het oordeel van de rechtbank gaat dit om ondergeschikte punten. Het enkele feit dat verklaringen op dergelijke punten van elkaar verschillen, maakt die verklaringen op zichzelf niet onbetrouwbaar ten aanzien van de onderdelen die relevant zijn voor de beoordeling van het aan de verdachte gemaakte verwijt. Verschillen kunnen immers worden veroorzaakt door tijdsverloop of emoties die zijn ontstaan vanwege de omstandigheden waaronder het delict plaatsvond. Tegenover de geconstateerde verschillen, ziet de rechtbank meer dan genoeg overeenkomsten, zowel op hoofdlijnen als op detailniveau.
De rechtbank acht de verklaringen van de aangeefster gelet op het voorgaande authentiek, consistent en gedetailleerd. Haar verklaring, die zij snel na het incident heeft afgelegd, past binnen een context, die – zoals hierna wordt besproken – ook wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. Dat brengt de rechtbank tot het oordeel dat de verklaring van de aangeefster betrouwbaar is en gebruikt kan worden voor het bewijs.
Steunbewijs
In de eerste plaats vindt de aangifte op het punt dat verdachte seksuele handelingen bij aangeefster heeft verricht steun in de verklaring ter terechtzitting van de verdachte zelf. Hij verklaarde dat hij zijn vinger(s) in haar vagina en anus heeft gebracht.
In de tweede plaats staat volgens de rechtbank de gemoedstoestand van de aangeefster die de verbalisanten hebben waargenomen in direct verband tot de ten laste gelegde gedragingen. Die emoties zijn korte tijd na het incident waargenomen, terwijl zij op dat moment direct verklaarde over de verkrachting.
In de derde plaats wordt de verklaring van de aangeefster over het door de verdachte toegepaste geweld ondersteund door de bevindingen in het forensisch medisch onderzoek. Door de forensisch arts is waargenomen dat de aangeefster onder andere verwondingen had aan haar keel en hoofd. Het voorgaande past bij de verklaring van de aangeefster dat de verdachte haar heeft geslagen in haar gezicht en haar probeerde te wurgen. Voorts heeft de forensisch arts vastgesteld dat de aangeefster verwondingen had aan de binnenzijde van haar schaamlip die kunnen wijzen op ongewilde of ruwe seksuele handelingen. Dit biedt steun aan dat onderdeel van de verklaring van de aangeefster.
De rechtbank zal de verklaring van de aangeefster dan ook voor het bewijs gebruiken.
Dwang
De rechtbank acht verder bewezen dat de verdachte geweldshandelingen heeft aangewend om seks af te dwingen.
De verklaring van de verdachte dat de seksuele handelingen consensueel waren wordt door deze bewijsmiddelen weersproken. Daarbij overweegt de rechtbank dat de verdachte pas heeft verklaard over vergaande seksuele handelingen nadat hij er bij zijn verhoor door de politie op is gewezen dat DNA-bewijs voorhanden was.
Conclusie
De rechtbank acht op basis van al het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd.
De bewezenverklaring
De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
hij op 5 januari 2014 te 's-Gravenhage [aangeefster] door geweld en andere feitelijkheden en bedreiging met geweld heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster] , hebbende verdachte
- zijn, verdachtes, vingers in de vagina en de anus van die [aangeefster] gebracht,
- geprobeerd zijn, verdachtes, vingers in de mond van die [aangeefster] te brengen en
- zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [aangeefster] gebracht en heen en weer bewogen,
en bestaande dat geweld hierin dat verdachte
- die [aangeefster] een auto in heeft geduwd en vervolgens,
- de autodeur heeft gesloten en op slot heeft gedaan,
- die Juraszek meermalen bij haar haren heeft gepakt,
- die [aangeefster] tegen het hoofd heeft geduwd in de richting van zijn, verdachtes kruis en de zitting van de autobank,
- tegen de keel van die [aangeefster] heeft geduwd en die keel heeft vastgehouden,
- zijn, verdachtes, been op de buik van die [aangeefster] heeft gelegd,
- zijn, verdachtes, vingers in de mond van die [aangeefster] heeft geprobeerd te stoppen,
- met kracht de broek en onderbroek van die [aangeefster] naar beneden heeft getrokken,
- de benen van die [aangeefster] naar boven heeft geduwd en
- de onderbenen van die [aangeefster] uit elkaar heeft geduwd,
- die [aangeefster] meermalen in het gezicht heeft geslagen,
- aan de benen van die [aangeefster] heeft getrokken en
- tegen die [aangeefster] heeft gezegd: 'Rustig zijn, anders maak ik je dood' en 'Ik pak
je nog wel'
en voor die [aangeefster] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.
Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.
4 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
5 De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6 De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Daarnaast heeft de officier van justitie de gevangenneming van de verdachte gevorderd.
Het standpunt van de verdediging
Vanuit de verdediging is verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het feit dat het om een oude zaak gaat. De verdediging heeft zich derhalve op het standpunt gesteld dat de strafeis van de officier van justitie hoog is en dat bij een bewezenverklaring een lagere gevangenisstraf met een voorwaardelijk deel passender zou zijn. Bovendien verzoekt de verdediging om de vordering tot gevangenneming af te wijzen.
Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting met geweld van de aangeefster. Hij heeft daarmee een vergaande en ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en persoonlijke integriteit van de aangeefster. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van verkrachting langdurige psychische klachten kunnen ondervinden.
Uit de ter terechtzitting namens haar voorgelezen slachtofferverklaring blijkt dat het leven van de aangeefster ingrijpend is veranderd. Zij heeft moeite met het opbouwen van gelukkige relaties en maakt zich zorgen dat haar dochters hetzelfde zal overkomen in de toekomst. Daarnaast ervaart zij na al die jaren nog altijd veel leed en verdriet.
De rechtbank rekent dit alles de verdachte zwaar aan.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 9 april 2026.
De op te leggen straf
Alles afwegend, waaronder de mate van dwang, acht de rechtbank na te melden straf passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
Gevangenneming
De rechtbank zal de vordering tot gevangenneming afwijzen, nu er geen gronden zijn om die te bevelen.
Redelijke termijn
De rechtbank constateert dat de verdachte op 18 mei 2024 in verzekering is gesteld. Nu in deze strafzaak niet binnen twee jaar eindvonnis wordt gewezen, is de redelijke termijn overschreden. Gelet op de geringe overschrijding van elf dagen zal de rechtbank volstaan met de constatering daarvan.
7 De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel
[aangeefster] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 11,000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit € 3.000,00 aan toekomstige materiële schade en € 8.000,00 aan immateriële schade, waarvan € 3.000,00 toekomstige immateriële schade.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van een bedrag van € 5.000,00 aan immateriële schade en niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij voor het overige.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de gehele vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard door de bepleite vrijspraak. Mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen, dan verzoekt de verdediging om de hoogte van het schadebedrag te matigen naar € 4.000,00.
Het oordeel van de rechtbank
Immateriële schade
Gelet op de aard en de ernst van de normschending liggen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer in het onderhavige geval dusdanig voor de hand, dat de aantasting in de persoon op andere wijze, als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek, kan worden aangenomen.
De rechtbank stelt de geleden immateriële schade naar billijkheid vast op een bedrag van € 5.000,00 en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.
De rechtbank zal de vordering voor die ziet op toekomstige schade niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de benadeelde partij dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 5 januari 2014, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskostenveroordeling verdachte
Nu de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Schadevergoedingsmaatregel
De verdachte zal voor het bewezenverklaarde strafbare feit worden veroordeeld en hij is daarom tegenover de benadeelde partij aansprakelijk voor schade die door dit feit aan haar is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte hoofdelijk de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 5.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 5 januari 2014 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [aangeefster] .
8 De toepasselijke wetsartikelen
De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:
-36f, 242 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.
9 De beslissing
De rechtbank:
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
verkrachting;
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 30 (DERTIG) MAANDEN;
bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
de vordering van de benadeelde partij;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij deels toe tot een bedrag van € 5.000,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 5 januari 2014, tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [aangeefster] ;
bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is en dat de benadeelde partij dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten van de benadeelde partij, begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden;
de schadevergoedingsmaatregel;
legt aan de verdachte op de verplichting om aan de Staat te betalen een bedrag van € 5.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 5 januari 2014 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [aangeefster] ;
bepaalt dat als het verschuldigde bedrag niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 50 dagen; de toepassing van gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat als de verdachte de toegewezen schadevergoeding deels of geheel aan de benadeelde partij heeft betaald, de verdachte niet verplicht is om dat deel te betalen aan de Staat en dat als de verdachte het toegewezen bedrag deels of geheel aan de Staat heeft betaald, de verdachte niet verplicht is om dat deel aan de benadeelde partij te betalen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. S. Pereth, voorzitter,
mr. G.H.M. Smelt, rechter,
mr. L. Anemaet, rechter,
in tegenwoordigheid van mrs. A. Dorrani en R. Claessens, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 mei 2026.