Bestuursrecht overig
Verzoeker niet ontvankelijk in het verzoek tot wraking nu dit verzoek is ingediend na de eindbeslissing.
Rechtbank Gelderland, 25 november 2021
ECLI:NL:RBGEL:2021:6789 · Rechtbank Gelderland · 25 november 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/wraking/ecli-nl-rbgel-2021-6789
Zaakgegevens
Op 25 november 2021 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 25 november 2021
- Datum publicatie
- 17 december 2021
- Zaaknummer
- C/05/396119 KG RK 21-865
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2021:6789
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoeker niet ontvankelijk in het verzoek tot wraking nu dit verzoek is ingediend na de eindbeslissing.
Uitspraak
beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/396119 KG RK 21-865
Beslissing van 25 november 2021
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats]
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. H.J. Klein Egelink,
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter.
1 Het wrakingsverzoek
Bij beslissing van 15 november 2021 (zaaknummer ARN 19/1653 V) heeft de rechter een door verzoeker ingediend verzet niet ontvankelijk verklaard.
Verzoeker heeft op 16 november 2021 per brief een wrakingsverzoek ingediend. Verzoeker heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat de rechter hem niet over zijn verzet heeft gehoord, niet is ingegaan op de kern van zijn verzoek en de bestuurders van de gemeente Oost-Gelre in bescherming neemt.
Voor een behandeling ter zitting van het onderhavige wrakingsverzoek bestaat geen aanleiding, gelet op het volgende.
2 De beoordeling
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
Het verzoek is gedaan nadat de rechter in de hoofdzaak einduitspraak heeft gedaan. De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan in de zaak van verzoeker. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.
3 De beslissing
De wrakingskamer van de rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
|
Deze beslissing is gegeven door mr. J.R. Veerman, voorzitter, en mrs. Y.H.M. Marijs en S.C.A.M. Janssen in tegenwoordigheid van de griffier mr. [naam] en in openbaar uitgesproken op 25 november 2021. de griffier de voorzitter |
||
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.