Bestuursrecht overig
Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk, ingediend na eindbeslissing.
Rechtbank Gelderland, 20 augustus 2024
ECLI:NL:RBGEL:2024:6895 · Rechtbank Gelderland · 20 augustus 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/wraking/ecli-nl-rbgel-2024-6895
Zaakgegevens
Op 20 augustus 2024 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 20 augustus 2024
- Datum publicatie
- 10 oktober 2024
- Zaaknummer
- C/05/439106 KG RK 24-572
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2024:6895
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk, ingediend na eindbeslissing.
Uitspraak
beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/439106 KG RK 24-572
Beslissing van 20 augustus 2024
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te Nijmegen
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. M.J.M. Verhoeven,
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 26 juli 2024.
2 Het wrakingsverzoek
In zijn wrakingsverzoek schrijft verzoeker dat hij de rechtbank wraakt. De wrakingskamer gaat echter, gelet op de toelichting van het wrakingsverzoek, ervan uit dat het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer ARN 23/6251 tussen verzoeker en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen. Verzoeker refereert namelijk aan de behandeling van zijn zaak op de zitting van 4 juli 2024, waar de rechter zijn beroep heeft behandeld, en hij vraagt om een nieuwe zitting met een andere rechter.
3 De beoordeling
De wrakingskamer stelt voorop dat een wrakingsverzoek alleen gericht kan worden tegen de rechter bij wie een zaak in behandeling is. In dit geval heeft de rechter op 16 juli 2024 uitspraak gedaan op het beroep van verzoeker en dat beroep ongegrond verklaard. Het tegen de rechter gerichte verzoek tot wraking heeft verzoeker pas ingediend op 26 juli 2024. Het wrakingsverzoek is dus gedaan nadat de rechter in die zaak haar eindbeslissing over het beroep van verzoeker heeft gegeven. De wet voorziet niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan in de zaak van verzoeker. Gelet daarop kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen, omdat de rechter het beroep van verzoeker niet meer in behandeling heeft.
Er is dan ook geen reden om het wrakingsverzoek mondeling te behandelen. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt niet toegekomen.
Verzoeker heeft na zijn wrakingsverzoek van 26 juli 2024 nog nadere stukken ingestuurd, namelijk zijn brieven van 5 augustus 2024, 8 augustus 2024, 13 augustus 2024 en zijn emailbericht van 14 augustus 2024. De inhoud van deze berichten kan echter niet tot een ander oordeel leiden, omdat dat niks verandert aan wat de wrakingskamer hiervoor onder 3.1. heeft geoordeeld, namelijk dat de rechter – voordat het wrakingsverzoek is gedaan – al een eindbeslissing over het beroep van verzoeker had gegeven.
4 De beslissing
De wrakingskamer van de rechtbank:
- verklaart het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk.
|
Deze beslissing is gegeven door de mrs. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, A.L.M. Steinebach-de Wit en S. Boot in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in openbaar uitgesproken op 20 augustus 2024 de griffier de voorzitter |
||
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.