Civiel recht overig
De rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking nu het wrakingsverzoek te laat…
Rechtbank Gelderland, 17 april 2013
ECLI:NL:RBGEL:2013:BZ8234 · Rechtbank Gelderland · 17 april 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgel-2013-bz8234
Zaakgegevens
Op 17 april 2013 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 april 2013
- Datum publicatie
- 22 juni 2013
- Zaaknummer
- 13-60
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2013:BZ8234
Samenvatting
De rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking nu het wrakingsverzoek te laat is ingediend.
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Wrakingskamer
zaaknummer: 13-60
Beschikking van 17 april 2013
in de zaak van
[verzoeker]
verzoeker tot wraking,
tegen
mr. [de rechter], in zijn hoedanigheid van rechter
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 11 maart 2013
- het schriftelijke verweer van mr. [de rechter] van 18 maart 2013.
Bij de mondelinge behandeling zijn verzoeker en [betrokkene] verschenen.
Mr. [de rechter] heeft laten weten niet te zullen verschijnen.
2. Het wrakingsverzoek
2.1 Het verzoek tot wraking is gericht tegen mr. [de rechter] als rechter in de zaak met nummer 822874 AZ VERZ 12-7028 tussen verzoeker en [betrokkene] enerzijds en[partij A] anderzijds.
2.2 Verzoeker heeft blijkens het schriftelijke verzoek, zoals toegelicht bij de mondelinge behandeling, onder meer het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. De onpartijdigheid en onafhankelijkheid van mr. [de rechter] zijn in het geding, nu mr. [de rechter] op 12 februari 2013 een oproeping aan verzoeker in de onderhavige zaak heeft doen uitgaan, terwijl hij door verzoeker in een andere zaak was gewraakt waarmee verzoeker had aangegeven geen vertrouwen meer te hebben in de onpartijdigheid van mr. [de rechter].
2.3 Mr. [de rechter] heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft verweer gevoerd. Dat verweer wordt hierna zover nodig besproken.
3. De beoordeling
3.1 Volgens artikel 37 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering moet het wrakingsverzoek worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden die er aanleiding toe geven, aan de verzoeker bekend zijn geworden. Dit voorschrift strekt er mede toe te verzekeren dat de procedure direct nadat zich feiten of omstandigheden hebben voorgedaan waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, wordt geschorst, zodat de procedure door de indiening van het wrakingsverzoek – of dit nu gegrond is of niet – zo weinig mogelijk vertraagd wordt. De rechtbank constateert dat de aangevoerde feiten en omstandigheden voor de wraking verzoeker blijkens zijn toelichting ter zitting kort na 12 februari 2013 bekend zijn geworden. Verzoeker heeft pas op 11 maart 2013 een wrakingsverzoek op grond van die feiten en omstandigheden ingediend. Dat is te laat, zodat verzoeker niet-ontvankelijk verklaard moet worden in zijn verzoek. Aan een inhoudelijke behandeling van het verzoek komt de rechtbank daarom niet toe.
4. De beslissing
De rechtbank
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Deze beschikking is gegeven door de mrs. J.D.A. den Tonkelaar, C. van Linschoten en G.A. van der Straaten in tegenwoordigheid van de griffier mr. B.C.C. van den Bosch en in openbaar uitgesproken op 17 april 2013.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.