Civiel recht overig

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor korte duur omdat moeder last minute…

Rechtbank Overijssel, 12 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 12 oktober 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Almelo
Datum uitspraak
12 oktober 2026
Datum publicatie
28 oktober 2026
Zaaknummer
C/08/350983 / JE RK 26-1401
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:6494
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor korte duur omdat moeder last minute verhinderd was om op de zitting te verschijnen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Almelo

Zaaknummer: C/08/350983 / JE RK 26-1401

Datum uitspraak: 12 oktober 2026

Beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Overijssel,

gevestigd te Hengelo (O),

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2020 in [geboorteplaats 1] ,

hierna te noemen [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2022 in [geboorteplaats 2] ,

hierna te noemen [minderjarige 2] ,

[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2024 in [geboorteplaats 3] ,

hierna te noemen [minderjarige 3] .

De rechtbank merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

De rechtbank merkt als informant aan:

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats] .

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 26 augustus 2026;

  • het bericht van de GI met bijlage, ontvangen op 5 oktober 2026.

1.2.

De zitting van de meervoudige kamer met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 oktober 2026. Daarbij was aanwezig de heer [naam] namens de GI.

1.3.

De moeder is, na afmelding, niet verschenen. De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .

2.2.

[minderjarige 1] verblijft in een pleeggezin. [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verblijven in een gezinshuis.

2.3.

De kinderrechter van deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 oktober 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verleend tot 28 oktober 2026.

2.4.

De kinderrechter van deze rechtbank heeft bij beschikking van 17 juni 2026 de machtiging verleend [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een pleeggezin en gezinshuis tot 28 oktober 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een pleeggezin en van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in een gezinshuis te verlengen tot 28 oktober 2027. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

Volgens de GI worden de kinderen ernstig bedreigd in hun ontwikkeling. Zij hebben specifieke opvoedings- en ondersteuningsbehoeften en profiteren van de veilige, stabiele en gestructureerde opvoedingsomgeving die ze nu wordt geboden. De GI vindt dat de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing moeten worden verlengd. De GI heeft verder geconcludeerd dat het perspectief van de kinderen niet meer bij de moeder thuis is. De doelen zijn niet behaald, er zijn ernstige zorgen over middelengebruik en de omgang met [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wordt niet nagekomen. De balans tussen de opvoedingscapaciteiten van de ouders enerzijds en de ontwikkelingsbehoeften van de kinderen anderzijds is niet te herstellen met de huidige hulp.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank heeft vlak voor de zitting kennisgenomen van de telefonische mededeling van de moeder aan de griffie van de rechtbank, dat de moeder door een sterfgeval in de familie verhinderd is om naar de zitting te komen.

4.2.

De moeder heeft daarom niet kunnen reageren op de verzoeken en de update van de GI van 5 oktober 2026.

4.3.

De rechtbank vindt het van belang dat moeder de gelegenheid heeft om te reageren op de ingediende stukken. De rechtbank zal daarom een nieuwe datum bepalen om de moeder in de gelegenheid te stellen om op een zitting haar mening kenbaar te maken aan de rechtbank. De GI en de vader zullen ook opnieuw worden opgeroepen.

4.4.

De rechtbank is van oordeel dat het noodzakelijk is om de lopende ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor een korte termijn te verlengen in afwachting van de verdere mondelinge behandeling. Dit omdat de rechtbank er, gelet op de stukken en de voorgeschiedenis in deze zaak, vooralsnog niet vanuit kan gaan dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging voor de kinderen niet meer bestaat.

4.5.

De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] tot 16 december 2026.

4.6.

Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. De rechtbank verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing tot 16 december 2026.

4.7.

Voor het overige wordt de beslissing aangehouden zoals hierna vermeld.

4.8.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

4.9.

De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] tot 16 december 2026;

5.2.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een pleeggezin en van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van de ondertoezichtstelling, dus tot 16 december 2026;

5.3.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

houdt de beslissingen voor het overige aan en bepaalt de voortzetting van de mondelinge behandeling van de meervoudige kamer van deze rechtbank op 16 november 2026 om 13.45 uur in het gerechtsgebouw te (Egbert Gorterstraat 5) Almelo, waarvoor alle betrokkenen een nieuwe oproep ontvangen.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. Flos, mr. P.M.F. Schreurs en mr. R. de Vries, kinderrechters, en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2026, in aanwezigheid van

mr. A.H. Wiersma als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 27 oktober 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Artikel 1:260, eerste lid, BW Artikel 1:265c, tweede lid, BW. Artikel 2 Besluit gezagsregisters.