Strafrecht overig

Verlenging tbs-maatregel (terbeschikkingstelling met voorwaarden) met twee jaren.

Rechtbank Gelderland, 23 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 23 oktober 2026 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
23 oktober 2026
Datum publicatie
26 oktober 2026
Zaaknummer
05/138382-21 tbs okt 2026
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:8249
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verlenging tbs-maatregel (terbeschikkingstelling met voorwaarden) met twee jaren.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats: Arnhem

Parketnummer: 05/138382-21

Datum uitspraak: 23 oktober 2026

Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[betrokkene] , hierna betrokkene,

geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats] (Federale Republiek Joegoslavië),

op dit moment verblijvende in de Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) [kliniek] te [plaats] , hierna: de kliniek.

Raadsman mr. P.T.P. van der Made, advocaat te Rotterdam.


Procedure

Betrokkene is op 23 juli 2024 bij arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar en terbeschikkingstelling met voorwaarden.

Deze maatregel is dadelijk uitvoerbaar verklaard.

Op 12 mei 2025 heeft de officier van justitie gevorderd dat alsnog verpleging van

overheidswege zal plaatsvinden. Bij beslissing van 4 juli 2025 heeft de rechtbank deze vordering afgewezen, de voorwaarde voor opname aangepast en als bijzondere voorwaarde toegevoegd dat betrokkene Nederland niet mag verlaten zonder toestemming van de reclassering.

De officier van justitie heeft op 24 november 2025 opnieuw gevorderd dat de verpleging van

overheidswege alsnog wordt bevolen. Bij beschikking van 25 november 2025 heeft de rechter-commissaris op vordering van de officier van justitie de voorlopige verpleging van overheidswege van betrokkene bevolen. Bij beslissing van 19 december 2025 van deze rechtbank is alsnog de verpleging van overheidswege bevolen. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft deze beslissing op 27 augustus 2026 vernietigd, de vordering van de officier van justitie afgewezen en de opgelegde voorwaarden gewijzigd, zoals aangevuld en gewijzigd bij beslissing van deze rechtbank op 4 juli 2025, waarbij de voorwaarde van opname opnieuw is gewijzigd.

Bij vordering van 14 augustus 2026, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.

De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken:

- het advies van psychiater drs. H.A. Gerritsen van 17 juli 2026, waarin geen advies is uitgebracht, gelet op de weigering van betrokkene om mee te werken aan het voorliggende onderzoek;

- het adviesrapport van de reclassering van 22 juli 2026, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met voorwaarden te verlengen met twee jaren;

- een (ongedateerde) stand van zaken van de reclassering sinds de klinische plaatsing van betrokkene op 28 augustus 2026 bij de Forensisch Psychiatrische Kliniek [kliniek] ;

- een afschrift van de voortgangsverslagen.

Ter zitting van 9 oktober 2026 zijn gehoord:

- betrokkene;

- zijn raadsman mr. P.T.P. van der Made;

- de deskundige [persoon] , toezichthouder TBS (via videoverbinding);

- de officier van justitie, mr. J.F. Menke.

De standpunten

De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan.

Betrokkene heeft zich niet verzet tegen verlenging van de

terbeschikkingstelling met twee jaren. Betrokkene is dankbaar dat hij een laatste kans heeft gekregen en zet zijn beste beentje voor.

De beoordeling

Indexdelict

De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege doodslag. De maatregel is

dus niet gemaximeerd.

Stoornis

Betrokkene is gediagnosticeerd met een ontwikkelingsstoornis te weten zwakbegaafdheid, een persoonlijkheidsscheefgroei richting persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en borderline trekken en verslavingsproblematiek. Deze stoornissen zijn nog steeds aanwezig.

Verloop van de maatregel

Uit het advies blijkt dat in de eerste twee jaren van de maatregel twee behandelpogingen zijn ondernomen bij twee verschillende klinieken en dat tweemaal een onttrekking in 2025 is gerelateerd aan zijn toenmalige relaties. Betrokkene heeft daarbij uit impuls gehandeld, omdat zijn partner hem nodig had op dat moment.

Nadat de rechtbank in december 2025 de verpleging van overheidswege heeft bevolen heeft het gerechtshof eind augustus 2026 betrokkene toch nog een laatste kans gegeven om een derde behandelpoging aan te gaan. Op dit moment doorloopt betrokkene het opnameprogramma bij [kliniek] , volgt hij verschillende dagbestedingsblokken en verschillende therapieën. Deze opnamefase is bedoeld om het behandelteam de gelegenheid te geven betrokkene beter te leren kennen en op basis van de verkregen informatie een individueel behandelplan op te stellen. Hij houdt zich over het algemeen aan zijn opnameprogramma. Wel is hij een aantal keer afwezig geweest bij de dagopening, omdat hij zich had verslapen. De reclassering denkt dat dit te maken heeft met zijn partnerrelatie en het langdurig bellen in de avonden en heeft betrokkene op het hart gedrukt dat zijn relatie een negatieve invloed kan hebben op zijn behandeling en dat het noodzakelijk is dat zijn behandeling op dit moment prioriteit krijgt.

De deskundige heeft ter zitting het advies nader toegelicht. Betrokkene doet het op dit moment goed in de kliniek. Hij is open in gesprek en het proces loopt zoals het hoort. De enige zorg die bestaat is de vraag hoeveel aandacht en energie hij in zijn relatie steekt. De reclassering benadrukt dat hij zijn behandeling prioriteit moet geven boven zijn relatie, maar de verantwoordelijkheid daarvoor blijft de reclassering bij betrokkene zelf leggen. Het is wel een punt van zorg. Het verlof zal pas worden opgestart indien er geen zorgen meer zijn omtrent zijn relaties. Betrokkene verblijft nu op beveiligingsniveau 3 en de stappen gaan daar langzamer dan op beveiligingsniveau 2, waar hij voorheen verbleef. Hij zal op termijn wel weer toewerken naar beveiligingsniveau 2 en vervolgens naar een beschermde woonvorm, maar daar wordt op dit moment echt nog niet over gesproken. Betrokkene staat aan het begin van zijn behandeling. In de aankomende week (15 oktober 2026) zal bij de tussenevaluatie het behandelplan worden besproken en wordt gekeken welke therapieën binnen het behandelplan passen. Een verlenging met twee jaar is passend.

Recidivegevaar

Enerzijds lijkt betrokkene door zijn partnerrelatie meer gemotiveerd om zich in te zetten

voor gedragsverandering. Anderzijds ziet de reclassering een risicovol patroon in zijn partnerrelaties en contacten met vrouwen die hem weerhouden van zijn focus en inzet op zijn behandeling. Naast zijn indexdelict waar zijn toenmalige partner bij aanwezig was, speelde zijn opvolgende partner een rol tijdens de eerste onttrekking in mei 2025 en zijn huidige partner bij de onttrekking in november 2025.

Het actuele risico op recidive wordt nog altijd ingeschat als hoog, evenals het risico op letsel en het risico op onttrekken aan de voorwaarden. Bij een beëindiging van het huidige kader wordt het recidiverisico ook ingeschat als hoog.

Conclusie

Uit het rapport van de kliniek blijkt dat de stoornissen bij betrokkene nog aanwezig zijn en dat het recidiverisico bij het wegvallen van de tbs-maatregel nog aanwezig is. De rechtbank is

daarom van oordeel dat de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel

eist.

De rechtbank stelt vast dat er inmiddels meerdere behandelpogingen zijn ondernomen, dat betrokkene binnen verschillende klinische settingen is geplaatst en dat hij veel kansen heeft gehad. Het gerechtshof heeft hem nu een laatste (derde) kans gegeven. De derde behandelpoging bevindt zich nog in de beginfase en een behandelplan moet nog worden uitgewerkt. Betrokkene is nog niet begonnen aan het volgen van therapieën. De rechtbank is op grond van het voorgaande dan ook van oordeel dat de veiligheid van anderen, de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling, overeenkomstig de vordering en het advies, met twee jaren verlengen.

De beslissing

De rechtbank:

verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met twee jaren.

Deze beslissing is gegeven door mr. I. de Bruin, als voorzitter, mr. F.J.H. Hovens en mr. W. Bruins, als rechters in tegenwoordigheid van mr. S.A. Teger, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 oktober 2026.

mr. I. de Bruin en mr. W. Bruins zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.