Bestuursrecht overig
Wrakingsverzoek. Artikel 8:16 lid 4 Awb is van toepassing. Verzoeker wordt niet ontvankelijk verklaart in…
Rechtbank Groningen, 19 oktober 2010
ECLI:NL:RBGRO:2010:BO5050 · Rechtbank Groningen · 19 oktober 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-groningen/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgro-2010-bo5050
Zaakgegevens
Op 19 oktober 2010 heeft de Rechtbank Groningen in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank GroningenRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 oktober 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 121866/HA RK 10-379
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGRO:2010:BO5050
Samenvatting
Wrakingsverzoek. Artikel 8:16 lid 4 Awb is van toepassing.
Verzoeker wordt niet ontvankelijk verklaart in zijn verzoek.
Uitspraak
beslissing
RECHTBANK GRONINGEN
MEERVOUDIGE KAMER
Zaaknummer: 121866 / HA RK 10-379
Datum beslissing: 19 oktober 2010
Beslissing op het schriftelijke verzoek van [verzoeker], wonende aan de [adres], [woonplaats] (hierna: verzoeker) tot wraking ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van mr. R.L. Vucsán.
1. Procesverloop
1.1. Bij brief van 15 oktober 2010 heeft verzoeker wederom een verzoek ingediend tot wraking van mr. R.L. Vucsán, rechter in de bestuurssector van deze rechtbank, in het geschil met zaaknummer AWB 08/880 WWB G, waarbij verzoeker als partij is betrokken.
2. De beoordeling
Uit het verzoekschrift blijkt dat verzoeker zich wederom baseert op de procedure met zaaksnummer 09/9. Deze zaak is geëindigd middels een uitspraak op 9 september 2010.
Artikel 8:16 lid 4 Algemene wet bestuursrecht luidt: een volgend verzoek om wraking van dezelfde rechter wordt niet in behandeling genomen, tenzij feiten of omstandigheden worden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden. De wrakingskamer is van oordeel dat het verzoekschrift niet aan dit vereiste voldoet.
Nu niet aan het formele vereiste voor wraking is voldaan kan verzoeker niet in zijn verzoek worden ontvangen. Tot een mondelinge behandeling behoeft derhalve niet te worden overgegaan.
3. Beslissing
De rechtbank:
3.1. verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek,
3.2 bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak (met zaaknummer AWB 08/880 WWB G) wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevond ten tijde van het indienen van het schriftelijke verzoek tot wraking,
3.3. beveelt de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan verzoeker,
mr. Vucsán en het College van Burgemeester en Wethouders Groningen, Dienst SOZAWE, afdeling Juridische Zaken.
Aldus gegeven door mrs. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, E.J. Oostdijk en G.J.J. Smits, rechters, in tegenwoordigheid van K. Bootsman als griffier en in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2010.
kb