Strafrecht overig

Zo bezien is er geen sprake van een geschokte rechtsorde in de zin van artikel 67a lid 3. Of de vrijlating…

Zaakgegevens

Op 5 augustus 2005 heeft de Rechtbank Haarlem uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
5 augustus 2005
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
15/501390-05
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:RBHAA:2005:AU0581
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Zo bezien is er geen sprake van een geschokte

rechtsorde in de zin van artikel 67a lid 3. Of de vrijlating van deze

verdachte daadwerkelijk tot "public disorder" zal leiden, behoeft, gelet

hierop, niet meer te worden onderzocht.

De rechtbank is, dit alles in aanmerking genomen, van oordeel dat het in de

samenleving niet als onbegrijpelijk en onaanvaardbaar zal worden beschouwd

dat deze verdachte, die voor 22 juli jl in het geheel niet zou zijn vervolgd,

haar berechting thuis, in Nederland, zou mogen afwachten. De vordering tot

gevangenhouding zal daarom worden afgewezen.

Uitspraak

SECTOR STRAFRECHT

VESTIGING SCHIPHOL

Parketnummer: 15/501390-05

De rechtbank;

gezien de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement van 03

augustus 2005, strekkende tot gevangenhouding van:

[verdachte],

[geboortedatum] te [geboorteplaats],

[adres],

thans verblijvende: Detentiecentrum, HvB Schiphol Oost te Oude Meer;

gelet op het tegen de verdachte verleende bevel tot bewaring van 28 juli 2005;

gezien het betreffende strafdossier;

gehoord de officier van justitie;

gehoord de verdachte, alsmede diens advocaat;

overwegende, dat - nu na onderzoek is gebleken dat de verdenkingen, bezwaren en

gronden, die tot het bevel tot bewaring hebben geleid, thans niet meer bestaan

- de vordering van de officier van justitie behoort te worden afgewezen.

De officier van justitie heeft, kort samengevat, ter onderbouwing van de

vordering tot gevangenhouding aangevoerd dat er in de onderhavige zaak sprake

is van een geschokte rechtsorde. Dat koeriers in vergelijkbare gevallen -first

offenders met minder dan drie kilo- in de periode vóór 22 juli jongstleden nog

werden heengezonden, is daarop niet van invloed; de noodmaatregel hield geen

oordeel in over de strafwaardigheid van de niet vervolgde zaken. Het

heenzenden van de koeriers is volgens de officier van justitie een vorm van

"public disorder" waarvoor slechts uit pure noodzaak is gekozen om de "public

disorder" veroorzaakt door grote instroom van koeriers het hoofd te bieden.

Het mag wellicht zo zijn dat de rechtsorde niet ernstig geschokt is als deze

verdachte wordt heengezonden, aldus de officier van justitie, maar dat is

zeker wel het geval wanneer een stroom koeriers niet in voorlopige hechtenis

wordt genomen. De individuele koerierszaak kan dan ook niet los gezien worden

van de grote aantallen koeriers die in Nederland drugs binnenbrengen en de

verstoring van de openbare orde die dat teweeg brengt. Volgens de officier van

justitie is er zo bezien sprake van "public disorder" als de vordering tot

gevangenhouding zou worden afgewezen.

Volgens de raadsman heeft het heenzendbeleid aangetoond dat in zaken als de

onderhavige -first offenders met minder dan drie kilo- geen sprake (meer) is

van een feit waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt. Dat in de afgelopen

anderhalf jaar een grote stroom koeriers is heengezonden, heeft ondanks de

ernst van het feit in de samenleving geen commotie veroorzaakt en van

daadwerkelijk gebleken verstoring van de openbare orde is in geen enkel geval

sprake geweest. Hoewel daartoe uitgenodigd, heeft de officier van justitie

geen concreet aanknopingspunt gegeven waaruit de verstoring van de openbare

orde kan blijken, aldus, kort samengevat, de raadsman.

De rechtbank is het navolgende van oordeel.

Tot 22 juli jl zou de verdachte onder de toen geldende noodmaatregel door het

Openbaar Ministerie zonder dagvaarding zijn heengezonden. Met ingang van 22

juli is het beleid van het Openbaar Ministerie verscherpt in die zin, dat

koeriers met méér dan 1,5 kilo weer zullen worden vervolgd. De vraag die de

rechtbank in dit geval moet beantwoorden is of het noodzakelijk is dat deze

verdachte, die terecht zal moeten staan op verdenking van de invoer van

ongeveer 2,2 kilo cocaïne, in voorlopige hechtenis of thuis, in Nederland,

haar berechting afwacht.

Het uitgangspunt bij het toepassen van voorlopige hechtenis is dat de

verdachte, hangende de berechting, in vrijheid het proces kan afwachten. De

uitzonderingen op deze hoofdregel zijn limitatief opgesomd in artikel 67a

van het Wetboek van Strafvordering. Omdat de verdachte in Nederland woont en

first offender is, is de enige grond die hier aan de orde is, die waarbij op

het vermoedelijk begane feit twaalf jaar gevangenis is gesteld en de

rechtsorde daardoor ernstig is geschokt.

De officier van justitie en de raadsman hebben er terecht op gewezen dat

volgens het Europese Hof (Letellier, Smirnova) één van de aanvaardbare redenen

om af te wijken van genoemd uitgangspunt is "public disorder" en dat, om dit

te kunnen aannemen, moet worden onderzocht of er concrete aanwijzingen zijn

dat de vrijlating van de verdachte daadwerkelijk een verstoring van de

openbare orde zal veroorzaken. De door het Europese Hof genoemde "public

disorder" krijgt in de Nederlandse wet gestalte in de "geschokte rechtsorde".

Voor de vraag of de rechtsorde geschokt is, is in elk geval niet uitsluitend

bepalend de hoogte van de straf die op het feit is gesteld. Daarnaast zal

moeten worden aangenomen dat het feit zo ernstig is, dat het met de heersende

rechtsovertuiging zou strijden en het in de samenleving onbegrijpelijk en

onaanvaardbaar zou worden gevonden dat de verdachte haar berechting in

vrijheid zou mogen afwachten.

Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de uitvoering van de

noodmaatregel -wellicht onbedoeld - concrete aanwijzingen heeft opgeleverd

dat dit laatste in gevallen als het onderhavige, niet aan de orde is. Noch

het invoeren, noch het voortduren van de tijdelijke maatregel, hoe

noodzakelijk wellicht ook, is in de samenleving aantoonbaar op onrust,

verontwaardiging of verzet gestuit omdat de bewuste feiten een grove

aantasting van de rechtsorde zouden betekenen. Gedurende de betrekkelijk

lange periode -anderhalf jaar- waarin een grote stroom van koeriers zoals

verdachte is heengezonden, is vanuit de samenleving geen waarneembare druk

uitgeoefend om de maatregel zo spoedig mogelijk te beëindigen of naar andere

oplossingen te zoeken, omdat het heenzenden van verdachten in wezen als

onacceptabel werd beschouwd. Ook het onlangs verlagen van de grens van drie

kilo naar 1,5 kilo heeft geen enkele reactie losgemaakt waaruit dit laatste

kan worden afgeleid. In andere woorden, voor zover het gaat om deze vorm van

overtreding van de Opiumwet, waarbij een koerier zich louter heeft schuldig

gemaakt aan het, als first offender, op Schiphol binnen Nederland brengen van

minder dan drie kilo cocaïne, heeft heenzending aantoonbaar niet tot grote

sociale onrust geleid. Zo bezien is er geen sprake van een geschokte

rechtsorde in de zin van artikel 67a lid 3. Of de vrijlating van deze

verdachte daadwerkelijk tot "public disorder" zal leiden, behoeft, gelet

hierop, niet meer te worden onderzocht.

De rechtbank is, dit alles in aanmerking genomen, van oordeel dat het in de

samenleving niet als onbegrijpelijk en onaanvaardbaar zal worden beschouwd

dat deze verdachte, die voor 22 juli jl in het geheel niet zou zijn vervolgd,

haar berechting thuis, in Nederland, zou mogen afwachten. De vordering tot

gevangenhouding zal daarom worden afgewezen.

BESCHIKT als volgt:

wijst af de vordering van de officier van justitie;

beveelt de invrijheidstelling van verdachte met ingang van 5 augustus 2005 om 12.00 uur

Aldus gedaan op 03 augustus 2005 door

mrs E. de Greeve, voorzitter, W. Robert, rechter, A.C. van den Boogaard, rechter,

in tegenwoordigheid van mr.drs. F.A. Rive, griffier.