Bestuursrecht overig
Herhaald verzoek tot wraking – niet-ontvankelijk – Misbruikbepaling
Rechtbank Limburg, 30 maart 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:4183 · Rechtbank Limburg · 30 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/wraking/ecli-nl-rblim-2026-4183
Zaakgegevens
Op 30 maart 2026 heeft de Rechtbank Limburg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Roermond
- Datum uitspraak
- 30 maart 2026
- Datum publicatie
- 29 april 2026
- Zaaknummer
- C/03/350575 / HA RK 26-52
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2026:4183
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Herhaald verzoek tot wraking – niet-ontvankelijk – Misbruikbepaling
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Wrakingskamer
Zaaknummer: C/03/350575 / HA RK 26-52
Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken
op het verzoek van
[verzoeker] , wonend te [woonplaats] , verzoeker,
dat strekt tot wraking van mr. C. Drent, rechter in de rechtbank Limburg, hierna: de rechter.
1 De procedure
Op 17 maart 2026, tijdens de mondelinge behandeling van het beroep van verzoeker (en anderen) in de bestuursrechtelijke zaak met zaaknummer ROE 24/1489, heeft verzoeker de rechter gewraakt. Daarop is een proces-verbaal opgesteld waarin de wrakingsgronden zijn vermeld.
De rechter heeft de wrakingskamer bericht niet in het verzoek te berusten.
2 De beoordeling
De wrakingskamer stelt vast dat dit de tweede keer is dat verzoeker in de procedure met zaaknummer ROE 24/1489 een wrakingsverzoek tegen de rechter indient. In de uitspraak op het eerste verzoek heeft de wrakingskamer reeds bepaald dat vanwege het misbruik dat verzoeker van de mogelijkheid om een rechter te wraken maakt, een volgend verzoek niet in behandeling zal worden genomen als dat verzoek is gebaseerd op hetzelfde betoog zonder feiten of omstandigheden aan te voeren die de rechter betreffen. Hiervan is in dit geval sprake: het thans voorliggende verzoek is andermaal een (redelijk onsamenhangend) betoog dat rechters stelselmatig “EU-uitspraken en voorschriften” negeren, zonder dat deze stelling ten aanzien van de rechter wordt geconcretiseerd. Gelet hierop zal de wrakingskamer dit verzoek met toepassing van artikel 4, tweede lid, aanhef en onder g, van het Wrakingsprotocol niet-ontvankelijk verklaren.
De wrakingskamer geeft de rechter in overweging bij het vervolg van de behandeling van het beroep met zaaknummer ROE 24/1489 in een voorkomend geval toepassing te geven aan artikel 4, derde lid, van het Wrakingsprotocol.
3 De beslissing
De wrakingskamer:
verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.M.J. Quaedvlieg, voorzitter, en mr. R.M.M. Kleijkers en
mr. M.T.A.C. Russel, leden, in aanwezigheid van mr. M.J.W.D. Janssen, griffier.
De beslissing is openbaar gemaakt op 30 maart 2026.
griffier voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.