Arbeidsrecht
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische omstandigheden. Werknemer ontkent de noodzaak tot…
Rechtbank Limburg, 25 februari 2015
ECLI:NL:RBLIM:2015:1535 · Rechtbank Limburg · 25 februari 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/arbeidsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rblim-2015-1535
Zaakgegevens
Op 25 februari 2015 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 25 februari 2015
- Datum publicatie
- 25 februari 2015
- Zaaknummer
- 3883440 AZ VERZ 15-29
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Arbeidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2015:1535
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische omstandigheden. Werknemer ontkent de noodzaak tot ontbinding niet, zodat ontbinding wordt uitgesproken onder toekenning van ontslagvergoeding.
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 3883440 AZ VERZ 15-29
beschikking van de kantonrechter van 25 februari 2015
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DHL FINANCE SERVICES B.V.,
gevestigd te Maastricht,
verzoekende partij,
gemachtigde mr. E. Aarden,
tegen:
[verweerder] ,
wonend [adres],
[woonplaats],
verwerende partij,
gemachtigde mr. E.J. Bernaerds.
Partijen zullen hierna DHL en [verweerder] worden genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het verzoekschrift
-
het verweerschrift
-
de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling d.d.
24 februari 2015.
Ten slotte is beschikking bepaald op heden.
2 De beoordeling
De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het onderhavige verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod. In dit verband wordt overwogen dat [verweerder] thans weliswaar arbeidsongeschikt is, maar het ontbindingsverzoek is gebaseerd op bedrijfseconomische omstandigheden die geen verband houden met die arbeidsongeschiktheid.
Tussen partijen staat vast dat [verweerder], geboren op [geboortedatum], sinds
1 december 2000 in dienst is bij DHL, laatstelijk in de functie van ‘Senior Mailroom Agent’. Zijn laatstverdiende loon bedroeg € 2.444,00 bruto per maand, exclusief 8 % vakantietoeslag.
DHL verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden, aangezien er sprake is van een gewichtige redenen bestaande uit een verandering in de omstandigheden. Wegens een reorganisatie is de functie van [verweerder] komen te vervallen en aangezien [verweerder] niet kan worden herplaatst in een functie die van gelijkwaardig niveau is, dient de arbeidsovereenkomst te worden beëindigd. DHL verzoekt derhalve de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 juni 2015 te ontbinden en [verweerder] daarbij een vergoeding van € 74.674,00 bruto toe te kennen, onder compensatie van de proceskosten.
[verweerder] verzet zich gemotiveerd tegen de inwilliging van het verzoek, maar onderkent niettemin de noodzaak dat het dienstverband wegens voormelde reden dient te worden beëindigd.
De kantonrechter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat – zonder dat [verweerder] daarvan een verwijt kan worden gemaakt – er sprake is van een verandering in de omstandigheden die tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst dient te leiden. De arbeidsovereenkomst zal dan ook met ingang van 1 juni 2015 worden ontbonden.
De kantonrechter acht het voorts billijk ten laste van DHL aan [verweerder] een vergoeding toe te kennen, ter hoogte van de door DHL aangeboden € 74.674,00 bruto.
Gezien het bovenstaande kan reeds een eindbeslissing worden gegeven.
De kantonrechter acht ten slotte termen aanwezig de proceskosten te compenseren in die zin, dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
3 De beslissing
De kantonrechter
ontbindt de tussen partijen bestaande overeenkomst per 1 juni 2015,
kent aan [verweerder] ten laste van DHL een vergoeding toe van € 74.674,00 bruto en veroordeelt DHL om dit bedrag tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [verweerder] of aan een door hem aan te wijzen derde te voldoen,
compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.F.W. Huinen en is in het openbaar uitgesproken.
type: SM