Arbeidsrecht
Ontbinding arbeidsovereenkomst
Rechtbank Limburg, 28 september 2018
ECLI:NL:RBLIM:2018:9205 · Rechtbank Limburg · 28 september 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/arbeidsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rblim-2018-9205
Zaakgegevens
Op 28 september 2018 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 28 september 2018
- Datum publicatie
- 28 september 2018
- Zaaknummer
- 7191042 AZ VERZ 18-89
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Arbeidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2018:9205
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ontbinding arbeidsovereenkomst
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Burgerlijk recht
Zaaknummer 7191042 AZ VERZ 18-89
Beschikking van 28 september 2018
in de verzoekschriftprocedure van
STICHTING LIMBURGS VOORTGEZET ONDERWIJS,
gevestigd te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,
verzoekende partij,
gemachtigde mr. C.A.H. Lemmens
tegen
[verweerder]
wonend te [woonplaats] aan de [adres]
verwerende partij,
gemachtigde mr. C. Mohr.
Partijen zullen hierna LVO en [verweerder] genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het op 6 september 2018 ter griffie ontvangen verzoekschrift
-
het verweerschrift, tevens inhoudend een voorwaardelijk tegenverzoek
-
de mondelinge behandeling ter zitting d.d. 25 september 2018, waar beide partijen de respectieve standpunten nader hebben toegelicht, de gemachtigde van LVO aan de hand van een pleitnota.
Ten slotte is beschikking bepaald.
2 De beoordeling
[verweerder] , geboren op [geboortedag] 1969, is sinds 1 december 2014 krachtens arbeidsovereenkomst in dienst van LVO in de functie van Leraar LB tegen een laatstelijk verdiend loon van € 4.071,00 bruto per maand exclusief vakantiegeld en overige emolumenten.
LVO verzoekt de tussen haar en [verweerder] bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, BW in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel e (primair) dan wel g (subsidiair) BW, zonder toekenning van een vergoeding.
[verweerder] heeft tegen toewijzing van het thans aan de kantonrechter gerichte verzoek tot ontbinding verweer gevoerd. Niettemin berust hij in de ontbinding, zij het onder toewijzing van een vergoeding.
Vooropgesteld wordt dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod.
De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van een redelijke grond voor ontbinding, en wel als bedoeld in artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, BW, in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel g, BW, te weten een verstoorde arbeidsverhouding, zonder dat daarbij is gebleken dat die verstoorde verhouding aan één der partijen te wijten is, maar die wel zodanig is dat van de werkgever in redelijkheid niet meer kan worden gevergd om de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, en dat er geen mogelijkheid tot herplaatsing van
[verweerder] is. De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst dan ook ontbinden.
De kantonrechter acht termen aanwezig de proceskosten te compenseren in die zin, dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
3 De beslissing
De kantonrechter
ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van
1 oktober 2018,
veroordeelt LVO om aan [verweerder] een transitievergoeding ad € 6.429,84 bruto te betalen,
compenseert de proceskosten in die zin, dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.H.J. Otto en is in het openbaar uitgesproken.
RK
Partijen hebben ter beëindiging van hun geschil het volgende afgesproken:
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10
11.
12.
13.
xx [verweerder]
mr. N.H.J. Lafghani mr. C. Mohr
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.
mr. R. Kessels, griffier mr. R.H.J. Otto, rechter