Arbeidsrecht

Dagvaarding in kort geding bevat geen eis en is daarom nietig verklaard.

Rechtbank Limburg, 9 april 2026

Zaakgegevens

Op 9 april 2026 heeft de Rechtbank Limburg in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
9 april 2026
Datum publicatie
9 april 2026
Zaaknummer
12147359 CV EXPL 26-1358
Rechtsgebied
Civiel recht Arbeidsrecht
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2026:3343
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dagvaarding in kort geding bevat geen eis en is daarom nietig verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 12147359 \ CV EXPL 26-1358

Vonnis in kort geding van 9 april 2026

in de zaak van

[eiser] ,

te [plaats],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. A. Bronneberg,

tegen

[gedaagde] B.V.,

te [plaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

vertegenwoordigd door [gemachtigde].

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties
- de schriftelijke reactie van [gedaagde] met producties
- de mondelinge behandeling van 7 april 2026.

2 De beoordeling

2.1.

In artikel 111 lid 1 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is (onder meer) bepaald dat een dagvaarding de eis en de gronden daarvan dient te bevatten.

2.2.

De kantonrechter stelt vast dat de namens [eiser] ingediende dagvaarding veel stellingen bevat die aan een eventuele eis van [eiser] ten grondslag gelegd hadden kunnen worden. Maar dat laatste is niet gebeurd. De dagvaarding vermeldt immers niet, althans niet specifiek genoeg, wat [eiser] eist. Artikel 120 lid 1 Rv verbindt aan het ontbreken van de eis dat de dagvaarding nietig is. De dagvaarding zal op grond van deze overwegingen nietig verklaard worden.

2.3.

[eiser] zal worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 50,00 aan verletkosten.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

verklaart de dagvaarding nietig,

3.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 50,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. Kuster en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026.