Burgerlijk procesrecht
Rechtbank Limburg · Kort geding · Burgerlijk procesrecht
Rechtbank Limburg, 20 december 2018
ECLI:NL:RBLIM:2018:12181 · Rechtbank Limburg · 20 december 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/kort-geding/ecli-nl-rblim-2018-12181
Zaakgegevens
Op 20 december 2018 heeft de Rechtbank Limburg in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 20 december 2018
- Datum publicatie
- 21 december 2018
- Zaaknummer
- 7383146 CV EXPL 18-7700
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2018:12181
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ontruiming.
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 7383146 CV EXPL 18-7700
Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 20 december 2018
in de zaak van
[eiser] ,
wonend [adres 1] ,
[woonplaats 1] ,
eisende partij,
gemachtigde mr. K.J.C. van Bekkum,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DOORWERK BV,
in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van
[huurder]
gevestigd te Sittard,
gedaagde partij,
gemachtigde mr. C.H.J.M. van Heugten.
Partijen zullen hierna de verhuurder, de bewindvoerder q.q. en de huurder worden genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de aanvullende stukken zijdens partijen
- de mondelinge behandeling op 17 december 2018
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling
Huurder huurt van verhuurder de woning aan de [adres 2] te [woonplaats 2] . Huurder staat onder bewind wegens problematische schulden.
Verhuurder heeft op de in de dagvaarding aangevoerde gronden - samengevat - de ontruiming van het gehuurde gevorderd.
Gehoord de standpunten van partijen, overweegt de kantonrechter dat de vorderingen, zoals op de zitting gewijzigd, in dit kort geding toewijsbaar zijn, met dien verstande dat de beëindiging van de huurovereenkomst per 31 januari 2019 niet is gevorderd. Partijen zijn dit reeds ter zitting overeengekomen. Partijen hebben ter zitting eveneens afgesproken dat de huurder (lees: de bewindvoerder q.q.) bij elke nieuwe “overtreding/overlast” een bedrag van € 300,00 aan verhuurder zal betalen.
3 De beslissing
De kantonrechter in kort geding
veroordeelt de bewindvoerder q.q. om de woning aan de [adres 2] te [woonplaats 2] uiterlijk 31 januari 2019 met alle personen en zaken die zich van de kant van huurder in en om het gehuurde bevinden, te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van verhuurder te stellen,
veroordeelt de bewindvoerder q.q. tot betaling van € 300,00 aan de verhuurder voor elke keer dat de huurder na het plaatsvinden van de comparitie nog overlast veroorzaakt,
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
compenseert de kosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Hoekstra en is in het openbaar uitgesproken.
NIv