Strafrecht overig
Verdachte heeft op 17 juni 2015 in Eygelshoven ongeveer 4 gram cocaïne en 740 tabletten van een materiaal…
Rechtbank Limburg, 12 oktober 2015
ECLI:NL:RBLIM:2015:9190 · Rechtbank Limburg · 12 oktober 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rblim-2015-9190
Zaakgegevens
Op 12 oktober 2015 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 12 oktober 2015
- Datum publicatie
- 30 oktober 2015
- Zaaknummer
- 03/700294-15
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2015:9190
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verdachte heeft op 17 juni 2015 in Eygelshoven ongeveer 4 gram cocaïne en 740 tabletten van een materiaal bevattende amfetamine aanwezig gehad. De rechtbank verklaart verdachte, mede gelet op de omstandigheid dat hij in een gelijktijdig behandelde strafzaak is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, schuldig verklaard zonder oplegging van straf en maatregel.
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummer: 03/700294-15
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 12 oktober 2015,
in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [adresgegevens verdachte] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. B.A.M. Hendrix, advocaat te Sittard.
1 Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 28 september 2015. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
samen met een ander of anderen dan wel alleen opzettelijk 4 gram cocaïne en 740 tabletten amfetamine aanwezig heeft gehad.
3 De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht bewezen dat verdachte op 17 juni 2015 opzettelijk 4 gram cocaïne en 740 tabletten amfetamine aanwezig heeft gehad. Hiertoe heeft zij verwezen naar de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen waaruit blijkt dat in een kluis in de woning van verdachte de ten laste gelegde verdovende middelen werden aangetroffen. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij de tabletten voor iemand heeft bewaard.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde feit. Volgens haar moet het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 17 juni 2015 (weergegeven op de pagina’s 59 en verder van de doornummering) van het bewijs worden uitgesloten, omdat verdachte voorafgaand aan het verhoor voor dit feit geen consultatiebijstand heeft genoten van een advocaat. Verdachte heeft in het verhoor bij de rechter-commissaris verklaard dat de aangetroffen tabletten van een derde waren en dat hij deze tabletten wilde teruggeven en niet kon weggooien, omdat hij ze anders moest betalen. Verdachte heeft deze verklaring ter terechtzitting herhaald. Gelet op deze verklaring kan volgens de raadsvrouw niet bewezen worden dat verdachte opzet had op het aanwezig hebben van de tabletten.
Het oordeel van de rechtbank
Op 17 juni 2015 werd binnengetreden in de woning van verdachte aan de [adres] in [woonplaats] , de woning van verdachte. In een kluis die werd aangetroffen op de slaapkamer in deze woning werden 740 pillen aangetroffen. In een keukenkast werden 6 seals aangetroffen met in totaal bruto 4 gram wit poeder. Deze voorwerpen werden in beslag genomen, bemonsterd en naar het Nederlands Forensisch Instituut gestuurd. De pillen bleken een lage concentratie amfetamine te bevatten. De witte stof bevatte cocaïne.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de pillen van iemand waren die hij in de penitentiaire inrichting had leren kennen. Hij had deze persoon opgevangen bij hem thuis. Toen hij de kleding van deze persoon ging wassen, trof verdachte daarin een zak met pillen aan. Hij wilde deze pillen dezelfde dag aan deze persoon teruggeven, maar deze persoon kwam niet opdagen. Verdachte heeft de pillen vervolgens in de kluis gelegd.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte op 17 juni 2015 in [woonplaats] 4 gram van een materiaal bevattende cocaïne en 740 tabletten van een materiaal bevattende amfetamine opzettelijk aanwezig heeft gehad. Verdachte heeft namelijk verklaard dat hij de tabletten, die amfetamine bleken te bevatten, in zijn kluis heeft gelegd en had deze op dat moment dus opzettelijk aanwezig. Hoewel verdachte heeft ontkend dat hij wist dat zich ook cocaïne in zijn woning bevond, acht de rechtbank ook bewezen dat verdachte opzettelijk cocaïne aanwezig heeft gehad. Degene die over een woning kan beschikken, kan immers in beginsel verantwoordelijk worden gehouden voor de aanwezigheid van wat zich daarin bevindt, juist als die cocaïne ligt op een gemakkelijk toegankelijke en vrijwel dagelijks gebruikte kast, zoals in dit geval open en bloot in de keukenkast.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte:
op 17 juni 2015 te [woonplaats] , opzettelijk aanwezig heeft gehad:
-
ongeveer 4 gram van een materiaal bevattende cocaïne en
-
740 tabletten van een materiaal bevattende amfetamine,
zijnde cocaïne en amfetamine middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
5 De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6 De straf
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht in zowel de onderhavige zaak, als in de gelijktijdig behandelde zaak met parketnummer 03/700069-15, gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geen standpunt ingenomen met betrekking tot de strafmaat.
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
Verdachte heeft, op 17 juni 2015, in zijn woning in [woonplaats] opzettelijk ongeveer 4 gram cocaïne en 740 tabletten amfetamine aanwezig gehad. Harddrugs leveren voor de gebruikers ernstige gezondheidsrisico’s op. Verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan het in stand houden van het illegale harddrugscircuit en de daaraan gerelateerde criminaliteit.
De rechtbank houdt er rekening mee dat op basis van onderzoek door het NFI is komen vast te staan dat de aangetroffen 740 pillen slechts een zeer geringe hoeveelheid amfetamine bevatten. De rechtbank houdt voorts rekening met de gelijktijdig behandelde strafzaak tegen verdachte met parketnummer 03/700096-15, in welke strafzaak aan verdachte heden een gevangenisstraf werd opgelegd voor de duur van 3 jaar. Gelet op deze feiten en omstandigheden zal de rechtbank in deze zaak volstaan met een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel.
7 De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 9a, 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen
2 en 10 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
8 De beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
-
verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
-
spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd.
Strafbaarheid
-
verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
-
verklaart de verdachte strafbaar zonder oplegging van straf of maatregel.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Holthuis, voorzitter, mr. B.G.L. van der Aa en
mr. C.G.A. Wouters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.W.J. Reuvers, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 12 oktober 2015.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 17 juni 2015 te [woonplaats] , in de gemeente Kerkrade, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad
-
ongeveer 4 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of
-
ongeveer 740 tabletten, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine,
zijnde cocaïne en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.