Strafrecht overig
Seville. Grootschalige handel in heroïne en cocaïne en export van Zuid-Limburg en Gouda/Rotterdam naar…
Rechtbank Limburg, 7 juli 2017
ECLI:NL:RBLIM:2017:6753 · Rechtbank Limburg · 7 juli 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rblim-2017-6753
Zaakgegevens
Op 7 juli 2017 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 7 juli 2017
- Datum publicatie
- 13 juli 2017
- Zaaknummer
- 03/721664-13
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2017:6753
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Seville.
Grootschalige handel in heroïne en cocaïne en export van Zuid-Limburg en Gouda/Rotterdam naar Noord-Frankrijk en België. Medeplichtigheid aan van 2A, 2B en 3A OW. Lid zijn van een criminele organisatie (11a oud OW). Medeplegen van 10a OW: geprepareerde telefoons en telefoonkaartjes voorhanden hebben. Uitgangspunt: langdurige gevangenisstraf o.g.v. oriëntatiepunt LOVS.
Verwerping verweren m.b.t. stemherkenning en stemidentificatie, fotoconfrontatie en verlengde uitvoer van drugs. Toepassing post-Vidgen jurisprudentie.
Vrijspraak: medeplegen van opzettelijk aanwezig hebben harddrugs, geen wetenschap en beschikkingsmacht over de handelsvoorraden op klapdag en medeplegen van/medeplichtigheid aan handel in softdrugs.
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummer: 03/721664-13
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 7 juli 2017
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [adres 8] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. S. Splinter, advocaat, kantoorhoudende te Rotterdam.
1 Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 29 november 2016, 30 november 2016, 19 mei 2017 en 22 mei 2017. Op 28 juni 2017 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. Bij de inhoudelijke behandeling zijn de verdachte en zijn raadsvrouw verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
Feit 1: samen met een ander of anderen dan wel alleen meermalen opzettelijk harddrugs buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht door deze te verkopen aan Belgische en Franse klanten;
subsidiair: hieraan medeplichtig is geweest;
Feit 2: samen met een ander of anderen dan wel alleen meermalen opzettelijk harddrugs heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig gehad;
subsidiair: hieraan medeplichtig is geweest;
Feit 3: samen met een ander of anderen dan wel alleen meermalen opzettelijk softdrugs buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht door deze te verkopen aan Belgische en Franse klanten;
subsidiair: hieraan medeplichtig is geweest;
Feit 4: samen met een ander of anderen dan wel alleen meermalen opzettelijk meer dan 30 gram softdrugs heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig gehad;
subsidiair: hieraan medeplichtig is geweest;
Feit 5: heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die hard- en softdrugs buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en die drugs bereidde en/of bewerkte en/of verwerkte en/of verkocht en/of afleverde en/of verstrekte en/of vervoerde en/of aanwezig had;
Feit 6: samen met een ander of anderen dan wel alleen opzettelijk aanwezig heeft gehad:
- in een pand aan de [adres 1] te Berg en Terblijt ongeveer 878,8 gram heroïne en 70,55 gram cocaïne;
- in een pand aan de [adres 2] te Margraten ongeveer 510 gram heroïne en ongeveer 422 gram heroïne en ongeveer 19 gram cocaïne;
- in een pand aan de [adres 3] te Rotterdam ongeveer 3151 gram heroïne en 139 gram cocaïne;
Feit 7: samen met een ander of anderen dan wel alleen speciaal voor de internationale harddrugshandel gekochte, geprepareerde en/of gewaarmerkte telefoons en telefoonkaarten voorhanden had, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat deze telefoons en telefoonkaarten bestemd waren om die handel voor te bereiden en te bevorderen.
3 De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft betoogd dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte samen met anderen in harddrugs heeft gehandeld en harddrugs buiten het Nederlands grondgebied heeft gebracht. Het samenwerkingsverband met die anderen, gericht op de internationale drugshandel, is te kwalificeren als een criminele organisatie. De verdachte nam deel aan deze organisatie van 26 februari 2013 tot en met
19 oktober 2013. Hij was verantwoordelijk voor de telecommunicatie binnen de organisatie. Een dusdanig belangrijke rol, dat hij als medepleger en niet als medeplichtige gekwalificeerd moet worden. Ook had hij samen met anderen harddrugs aanwezig in verschillende aan de organisatie gelieerde panden. Voor betrokkenheid bij de handel en uitvoer van softdrugs zal volgens de officier van justitie vrijspraak moeten volgen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft een pleitnotitie overgelegd. Concluderend stelt de raadsvrouw zich op het standpunt dat de verdachte vrijgesproken moet worden van alle tenlastegelegde feiten, omdat hij wegens gebrek aan bewijs niet geïdentificeerd kan worden als betrokkene bij de organisatie Seville 1. Daartoe heeft de raadsvrouw gemotiveerd aangevoerd dat de stemvergelijkingen en stemherkenningen ondeugdelijk zijn. Op basis hiervan kan daarom niet bewezen worden dat de verdachte aan de belastende gesprekken heeft deelgenomen. Er zijn verder geen belastende observaties en er is maar één getuige die belastend verklaart. Ten aanzien van die getuige heeft de raadsvrouw gemotiveerd uiteen gezet dat diens verklaring niet kan kloppen. Specifiek ten aanzien van de uitvoer van hard- en softdrugs heeft de raadsvrouw nog aangevoerd dat er geen aanwijzing is voor wetenschap bij de verdachte ten aanzien van de uitvoer. In de woning van de verdachte is niets ter zake dienend aangetroffen en hij had geen wetenschap van hetgeen zich in zijn kelder bevond. De feiten 1, 2, 3, 4 en 7 kunnen aldus niet worden bewezen. Ook feit 5 kan niet worden bewezen, omdat niet blijkt dat de verdachte duurzaam en gestructureerd heeft samengewerkt in het kader van de grensoverschrijdende drugshandel. De vrijspraak voor feit 6 heeft de raadsvrouw onderbouwd door er op te wijzen dat er geen bewijs is dat de verdachte wist van de verdovende middelen op de verschillende locaties.
Het oordeel van de rechtbank
1 Inleiding
Leeswijzer
Dit vonnis bestaat, met het oog op de leesbaarheid, uit meerdere hoofdstukken. In hoofdstuk twee zal de rechtbank, mede gelet op daaromtrent gevoerde verweren, uitleggen hoe zij bepaalde bewijsmiddelen waardeert. In hoofdstuk drie zullen de algemene bevindingen uit het onderzoek Seville 1 besproken worden, waaronder de bestellijn en de wijze van gebruik daarvan. Hoofdstuk vier zal een beschrijving geven van de drugsdeals die plaatsvonden. Vervolgens zal hoofdstuk vijf een tussenconclusie van de voorgaande hoofdstukken bevatten. In hoofdstuk zes zal de rol van verdachte beoordeeld worden en vervolgens zal de rechtbank daaraan de conclusie verbinden of deze rol een strafrechtelijk verwijt met zich mee brengt en zo ja, welk.
Het oordeel van rechtbank zal dus bestaan uit de volgende onderdelen:
-
Inleiding;
-
Algemene bewijsoverwegingen;
-
Algemene bevindingen;
-
Drugsdeals;
-
Tussenconclusie;
-
Bespreking van de feitelijke rol van de verdachte en de strafrechtelijke kwalificatie van die rol.
Inleidende opmerkingen
Vanaf 24 mei 2012 werd er door de Service Régionale de Police Judiciaire de Nancy, oftewel de regionale recherchedienst van Nancy (Frankrijk), een onderzoek ingesteld naar een handel in verdovende middelen. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat personen uit het noorden en oosten van Frankrijk verdovende middelen bestelden via de Nederlandse telefoonnummers: [gouden lijn Seville 1] en [gouden lijn Seville 2] . De bestelde verdovende middelen werden vervolgens in de grensstreek van Nederland en België afgehaald.
Op 26 februari 2013 werd door het Limburgse arrondissementsparket een onderzoek ingesteld naar deze handel en de organisatie die zich ermee bezighield. Dit onderzoek kreeg de naam Seville.
Gedurende het onderzoek bleek dat achter elk van voornoemde telefoonnummers een afzonderlijke organisatie schuilging, hetgeen reden was om op 25 juni 2013 het onderzoek te splitsen in een onderzoek naar de handel via en de organisatie achter nummer [gouden lijn Seville 1] (Seville 1) en een onderzoek naar de handel via en de organisatie achter nummer [gouden lijn Seville 2] (Seville 2).
Volgens het Openbaar Ministerie zijn betrokken bij de groep Seville 1: [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [verdachte] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 17] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 9] , [medeverdachte 10] , [medeverdachte 11] , [medeverdachte 12] en een of meer andere personen.
2 Algemene bewijsoverwegingen
De rechtbank zal in haar bewijsoverweging gebruik maken van de door verbalisanten vastgestelde stemherkenning. Ook zal zij de verklaringen van getuigen bezigen voor het bewijs. De rechtbank overweegt over het aanwenden van deze bewijsmiddelen als volgt.
Stemherkenning/stemidentificatie
De betrokkenheid van verdachte en een aantal van zijn medeverdachten bij de tenlastegelegde feiten is door de politie mede afgeleid uit getapte of opgenomen telefoongesprekken, waarin verbalisanten de stemmen van deze verdachte(n) (menen te) herkennen.
Over deze werkwijze merkt de rechtbank allereerst op dat noch uit de wet noch uit de jurisprudentie valt af te leiden dat (resultaten van) dergelijke stemherkenningen in algemene zin niet voor het bewijs zouden mogen worden gebruikt. Voor een categorische uitsluiting van stemherkenningen van het bewijs ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding.
Bij de waardering van de bewijskracht van deze stemherkenningen is behoedzaamheid echter wel op zijn plaats. Daar is in jurisprudentie en wetenschappelijke literatuur al vaker terecht op gewezen. Om die reden houdt de rechtbank bij de beoordeling van de bewijswaarde van de resultaten van dergelijke stemherkenningen rekening met de volgende omstandigheden (ECLI:NL:RBAMS:2008:BG7853):
-
Wordt de stemherkenning ondersteund door andere feiten en omstandigheden of bewijsmiddelen?
-
Heeft de stemherkenning op ambtseed/ambtsbelofte plaatsgevonden?
-
Betwist de verdachte de stemherkenning en zo ja, op welke wijze?
-
Is sprake van stemherkenning door een verbalisant die de persoon die hij meent te herkennen ook daadwerkelijk kent?
-
De mate van zekerheid van de stemherkenning;
-
Is er sprake van een stemherkenning door een verbalisant die vanuit zijn opsporingsfunctie de gesprekken uitluistert?
-
Alertheid vanwege het doel van stemherkenning;
-
De hoeveelheid uitgeluisterde gesprekken.
De rechtbank overweegt dat zij, rekening houdend met deze aandachtspunten, geen aanleiding heeft te twijfelen aan de juistheid van de stemherkenningen in dit dossier. De rechtbank neemt dus de door de politie als deelnemers aan de tapgesprekken genoemde personen over als deelnemers aan die gesprekken.
Getuigenverklaringen
In deze zaak heeft de verdediging verzocht om het horen van getuigen (bij de rechter-commissaris). De verdediging is echter niet in de gelegenheid geweest alle door de rechtbank toegewezen getuigen te (doen) bevragen bij de rechter-commissaris. Een deel van de getuigen kon namelijk niet worden getraceerd, of is, hoewel behoorlijk opgeroepen, meermalen niet verschenen, zodat de rechtbank uiteindelijk ter zitting heeft moeten concluderen dat het onaannemelijk is dat zij binnen een aanvaardbare termijn ter zitting gehoord zouden kunnen worden.
De verdediging is niet in een eerder stadium in de gelegenheid geweest deze getuigen te (doen) ondervragen en ter terechtzitting heeft de verdediging geen afstand gedaan van het horen van de getuigen.
De rechtbank is van oordeel dat, in het licht van de jurisprudentie van het EHRM en de Hoge Raad, het gebruik voor het bewijs van een ambtsedig proces-verbaal van de politie voor zover inhoudende een door enig persoon in het opsporingsonderzoek afgelegde, de verdachte belastende verklaring, niet zonder meer ongeoorloofd is in het licht van het EVRM en, in het bijzonder, niet onverenigbaar is met artikel 6, eerste lid en derde lid, aanhef en onder d, van het EVRM. Van die ongeoorloofdheid is in elk geval geen sprake wanneer de verdachte weliswaar niet in enig stadium van het geding de gelegenheid heeft gehad om een dergelijke verklaring op haar betrouwbaarheid te toetsen en aan te vechten door de persoon die de verklaring heeft afgelegd als getuige te (doen) ondervragen, maar die verklaring steun vindt in andere bewijsmiddelen, in die zin dat de betrokkenheid van de verdachte bij het hem tenlastegelegde feit wordt bevestigd door ander bewijsmateriaal. Dit steunbewijs zal dan betrekking moeten hebben op die onderdelen van de hem belastende verklaring die de verdachte betwist. De rechtbank verwijst in dit verband naar onder meer de uitspraak van het EHRM van 10 juli 2012 (Vidgen tegen Nederland, ECLI:NL:XX:2012:BX3071) en de uitspraak van de Hoge Raad van 22 april 2014 (ECLI:NL:HR:2014:1020, paragraaf 4.3).
De rechtbank overweegt, rekening houdend met bovenstaande, het volgende. Wanneer de rechtbank een belastende verklaring van een getuige, die niet nader door de verdediging is gehoord, zal bezigen voor het bewijs, dan betekent dit dat deze verklaring naar het oordeel van de rechtbank dusdanige steun vindt in andere bewijsmiddelen dat er geen sprake is van een situatie waarin de getuigenverklaring sole or decisive voor het bewijs genoemd kan worden. De betrokkenheid van de verdachte bij het hem tenlastegelegde feit wordt dan bevestigd door ander bewijsmateriaal. Daarmee is het aanwenden van een dergelijke verklaring niet ongeoorloofd in het licht van het EVRM.
De rechtbank merkt hierbij nog op dat zij ook gebruik zal maken van verklaringen die afgelegd zijn door getuigen om wier verhoor niet door de verdediging is verzocht.
Fotoconfrontatie
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de resultaten van de door de politie met de getuigen gehouden fotoconfrontaties niet gebruikt mogen worden voor het bewijs van de tenlastegelegde feiten. Kort gezegd, en onder verwijzing naar jurisprudentie (ECLI:NL:GHARN:2011:BR4261), heeft de verdediging daartoe aangevoerd dat, gelet onder andere op de wijze van samenstelling van de fotomap en de gang van zaken rond het tonen van de foto’s aan de getuigen, de resultaten van de fotoconfrontaties onbetrouwbaar zijn.
De rechtbank verwerpt dit verweer. Anders dan in de door de verdediging aangehaalde jurisprudentie, is hier volgens de rechtbank geen sprake geweest van een opsporingsconfrontatie, zijnde een met een getuige van een misdaad uitgevoerde fotoconfrontatie om te komen tot de opsporing van een op dat moment nog onbekende dader. Hier is sprake geweest van het aan de getuigen tonen van foto’s van de hen vermoedelijk of wellicht vanwege eerdere contacten bekende verdachten, met het doel na te gaan of zij ook daadwerkelijk verdachten herkennen. Aan de verdediging moet worden toegegeven dat de foto’s van de verdachten hier en daar aan kwaliteit te wensen overlaten, maar dat hoeft naar het oordeel van de rechtbank geen beletsel te zijn voor een betrouwbare herkenning. Van Koppen en Wagenaar schrijven daarover in ‘Het Recht van Binnen’ op pagina 543 dat mensen bijzonder goed zijn in het herkennen van de gezichten van anderen, als het tenminste gaat om bekenden die zij onder goede omstandigheden waarnemen. “Wij (rechtbank: de mens) zijn dermate goed in het herkennen van bekenden dat we daarvoor weinig visuele informatie nodig hebben. (…) Wij herkennen bekenden (…) zelfs nog na vele jaren.”
Zo lang de getuigen dus op min of meer regelmatige basis contact hadden met de door hen herkende verdachten, en in veel gevallen was dit zo, kan deze herkenning gebruikt worden voor het bewijs.
Aan de verdachten en de getuigen in dit dossier zijn tijdens de verhoren in Nederland, België en Frankrijk fotobladen getoond met daarop personen en locaties. Gelet op de informatie in het dossier dat het steeds om dezelfde fotobladen gaat, die door de Nederlandse autoriteiten een de Belgische en Franse autoriteiten ter beschikking zijn gesteld, gaat de rechtbank ervan uit dat aan alle verdachten en getuigen dezelfde fotobladen zijn getoond.
3 Algemene bevindingen
In het onderhavige vonnis staan de bevindingen centraal uit het onderzoek Seville 1.
Dit Nederlandse onderzoek vindt, zoals opgemerkt, zijn oorsprong in een onderzoek door de Franse politie en justitie. In het kader van het Franse onderzoek werd in de periode 17 oktober 2012 tot 11 november 2012 en van 21 november 2012 tot 12 december 2012 het Nederlandse telefoonnummer [gouden lijn Seville 1] afgeluisterd. Daarbij bleek dat er via dit nummer bestellingen voor, voornamelijk, heroïne en cocaïne werden geplaatst.
Doorzoekingen en inbeslagnemingen op de actiedag
Op 19 november 2013 vond de actiedag, “de klapdag”, plaats. Het overgrote deel van de verdachten werd op die dag aangehouden. Voorts werden er doorzoekingen verricht waarbij diverse goederen in beslag werden genomen.
A. Doorzochte panden
[adres 1] te Berg en Terblijt
In dit pand werd [medeverdachte 7] aangetroffen en aangehouden.
De volgende verdovende middelen werden gevonden en in beslag genomen:
in een stoel in de woonkamer
- zakje met netto 2,5 gram cocaïne;
- pakket, gewikkeld in bruine tape, inhoudende netto 500 gram heroïne;
- zakje met netto 50 gram cocaïne.
in een kluis in een kast in de woonkamer
- zakje met netto 0,55 gram cocaïne;
- zakje met netto 17,5 gram cocaïne;
- zakje met netto 43,7 gram heroïne;
- zakje met netto 334,8 gram heroïne.
Er zijn op dit adres in totaal 24 mobiele telefoons aangetroffen, inclusief simkaart. Twaalf telefoons waren voorzien van een kleurensticker (groen, geel, blauw of rood), waarop de namen [bijnaam medeverdachte 7] , [bijnaam medeverdachte 6] of [bijnaam medeverdachte 5] stonden genoteerd. Voor elke naam waren er vier telefoons, met steeds een andere kleur sticker. Verder was de rode sticker voorzien van het nummer 7, de gele sticker van het nummer 8, de groene sticker van het nummer 9 en de blauwe sticker van het nummer 10.
Drie telefoons blijken direct te linken aan het onderzoek in Seville 1. Het betreft de uitgeluisterde telefoonnummers [telefoonnummer] (TT39), [telefoonnummer] (TT50) en [telefoonnummer] (TT96).
Dan werden er nog twee sleutelbossen aangetroffen. Aan beide sleutelbossen bevindt zich een sleutel die toegang geeft tot een andere zoeklocatie, namelijk [adres 2] te Margraten respectievelijk [adres 4] te Valkenburg .
Ten slotte zijn biologische sporen en sporendragers verzameld en onderzocht door het NFI. Op een aantal peuken zijn DNA-profielen aangetroffen die een match (matchkans één op één miljard) opleverden na de vergelijking met de aanwezige DNA-profielen in buitenlandse databanken. Het betrof matches met zes DNA-profielen van personen uit Frankrijk, maar uit het dossier blijkt niet of deze personen zijn geïdentificeerd met rechtshulp van de Franse autoriteiten.
[adres 5] te Geleen
In dit pand werden [medeverdachte 8] en [medeverdachte 13] aangetroffen en aangehouden.
[adres 6] Gouda
In of bij dit pand werden aangetroffen en aangehouden:
- [medeverdachte 14] ;
- [medeverdachte 15] ;
- [medeverdachte 16] ;
- [verdachte] .
Aan verdovende middelen werden in de meterkast in de hal van de woning aangetroffen:
- 101 gram hasjiesj;
- 98 gram hasjiesj.
Ten slotte zijn er twee sleutelbossen aangetroffen die qua samenstelling overeenkwamen met sleutelbossen die zijn aangetroffen op de zoekingslocaties [adres 7] Slenaken-Beutenaken en [adres 8] Gouda. De sleutelbossen lagen in een kluis in de slaapkamer rechts boven in het pand.
[adres 8] Gouda
Op deze zoekingslocatie, het toenmalige woonadres van [verdachte] , werd niemand aangetroffen of aangehouden.
In de keuken is in een van de bovenkastjes een doos aangetroffen met daarin onder andere een mobiele telefoon voorzien van een sticker met daarop geschreven “DSP” en een papier, waarop verschillende telefoonnummers staan geschreven. Boven de lijst met telefoonnummers staat geschreven: “telefoonnummers van het oude nr”.
In deze doos wordt ook een sleutelbos aangetroffen. Deze sleutelbos blijkt qua samenstelling overeen te komen met sleutelbossen die zijn aangetroffen op de zoekingslocaties [adres 7] Slenaken-Beutenaken en [adres 6] Gouda.
In een stellingkast in de berging werden vele mobiele telefoons van het merk Nokia aangetroffen. Het betrof drie losse telefoons, twee dozen met elk twintig (nieuwe) mobiele telefoons verpakt in doosjes en een doos met daarin vier mobiele telefoons, een doosje met tien Lebara prepaidkaartjes, drie T-Mobile prepaidkaartjes en tien Lebara prepaidkaartjes.
In diezelfde berging werd ook een map aangetroffen met tien vellen met kleurenstickers. Elk vel had vier kleuren stickers: rood, geel, groen en blauw. Zes van deze vellen waren verpakt in de originele afgesloten verpakking. Van de overige vier vellen was één vel ongebruikt en van de andere drie vellen waren stickers verwijderd. De aangetroffen kleurenstickers leken sterk op de kleurenstickers op de telefoons die zijn aangetroffen op de zoekingslocaties [adres 3] Rotterdam, [adres 9] Gouda en [adres 1] Berg en Terblijt. De aldaar aangetroffen telefoons waren bovendien van hetzelfde type als de nieuwe telefoons die in de berging lagen.
Er is ook een papiertje aangetroffen met enkele namen en telefoonnummers: twee nummers van garage [garagebedrijf] uit Maastricht en het nummer van –naar later is gebleken– medeverdachte [medeverdachte 10]. Verder werd er nog een losse telefoon aangetroffen bij de kleurenstickers, waarop een witte sticker zat geplakt waarop ‘extra’ geschreven stond.
In de berging werd nog een tas van het merk Audi aangetroffen, met daarin een nota op naam van [medeverdachte 9] . Ook administratie, een autosleutel van het merk Audi en een proces-verbaal van aangifte door [medeverdachte 9] werden in de berging aangetroffen.
[adres 9] Gouda
Deze zoekingslocatie betreft de woning van de verdachte [medeverdachte 1] . Op deze zoekingslocatie werd niemand aangetroffen of aangehouden.
Wel werden er verdovende middelen aangetroffen, namelijk een blokje hasjiesj van 49,9 gram. De hasjiesj zat in een sok, in de leuning van de bank in de woonkamer.
Ook is er geld aangetroffen, waaronder € 500,00 in de afzuiger in de woonkamer.
Dan zijn er nog drie mobiele telefoons aangetroffen van het merk Nokia. Deze telefoons lagen in de bovenste lade van het rechter nachtkastje in de slaapkamer. Op de achterzijde van iedere telefoon was een gekleurde ronde sticker bevestigd. Een telefoon was gemarkeerd met een gele sticker, de tweede met een groene sticker en de derde met een blauwe sticker. Op elke sticker stond ‘ [bijnaam medeverdachte 1] ’ geschreven en een nummer.
[adres 10] Gulpen, bungalow 7
Deze zoekingslocatie betreft een vakantiewoning op een vakantiepark. Op deze locatie zijn aangetroffen en aangehouden [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] .
Op de tafel in de woonkamer zijn de volgende verdovende middelen aangetroffen:
- zakje hennep met een netto gewicht van 1,38 gram;
- zakje hennep met een netto gewicht van 0,48 gram;
- zakje hennep met een netto gewicht van 4,75 gram;
- zakje hennep met een netto gewicht van 0,94 gram;
- twee joints;
- blokje hasjiesj met een netto gewicht van 11,35 gram;
- blokje hasjiesj met een netto gewicht van 6,58 gram.
Op deze locatie zijn in totaal tien mobiele telefoons gevonden. Acht telefoons waren van het merk Nokia en drie daarvan bleken te zijn getapt binnen het onderzoek Seville 1, te weten:
- [telefoonnummer] (TT 98);
- [telefoonnummer] (TT 84);
- [telefoonnummer] (TT 95).
Ook zijn er diverse sleutels aangetroffen, waaronder de autosleutel van de Volkswagen met kenteken [kenteken 2] . Die auto bleek bij het pand te staan. Een van de aangetroffen sleutelbossen bevatte sleutels die toegang gaven tot de zoeklocaties [adres 2] Margraten en [adres 1] Berg en Terblijt.
Er werd nog een losse sleutel aangetroffen die toegang bood tot de zoeklocatie [adres 4] Valkenburg.
[adres 2] Margraten
Op deze zoekingslocatie werden geen personen aangetroffen of aangehouden.
In dit pand bleken wel verdovende middelen aanwezig, te weten:
Plafond woonkamer
- plak van bruto 390 gram heroïne;
- plak van bruto 60 gram heroïne;
- plak van bruto 60 gram heroïne;
Kluis woonkamer
- zakje met bruto 19 gram cocaïne;
- [bijnaam medeverdachte 9] met bruto 422 gram heroïne.
Verder werden aangetroffen verschillende rolletjes met zakjes, een weegschaal en krimpfolie.
Ten slotte zijn biologische sporen en sporendragers verzameld en onderzocht door het NFI.
De volgende matches met Nederlandse verdachten kwamen daaruit naar voren:
- bemonstering blikje Sinas en rietje van een pakje appelsap: match (matchkans één op één miljard) met DNA-profiel van [medeverdachte 5];
- bemonstering rietje van een pakje Sinas: match (matchkans één op één miljard) met DNA-profiel van [medeverdachte 6].
Dan zijn er nog verschillende sporendragers aangetroffen met DNA-profielen die een match (matchkans één op één miljard) opleverden na de vergelijking met de aanwezige DNA-profielen in buitenlandse databanken. Het betrof de volgende matches:
- twee peuken: match in de Franse DNA-databank met DNA-profiel van [koper 8];
- twee peuken en de bemonstering van een rietje van een pakje appelsap: match in de Franse DNA-databank met DNA-profiel van [koper 1];
- een peuk: match in de Franse DNA-databank met het DNA-profiel van [koper 3].
[adres 3] Rotterdam
Dit betreft de woning van de moeder van de verdachte [medeverdachte 17] en is het verblijfsadres van [medeverdachte 17] . [medeverdachte 17] is daar, slapend in slaapkamer 2, aangetroffen en aangehouden.
Op deze zoekingslocatie zijn meerdere verdovende middelen aangetroffen, te weten:
In de kledingkast in de kledingkamer (slaapkamer 3)
- plak van netto 495 gram heroïne;
- plak van netto 495 gram heroïne;
- plak van netto 498 gram heroïne;
- plak van netto 496 gram heroïne;
- plak van netto 494 gram heroïne;
- plak van netto 492 gram heroïne;
- pakketje van bruto 61 gram heroïne, met groene sticker met opschrift ‘50’;
- pakketje van bruto 60 gram heroïne, met oranje sticker met opschrift ‘50’;
- pakketje van bruto 60 gram heroïne, met oranje sticker met opschrift ‘50’;
- plastic folie met bruto 139 gram cocaïne;
In de kast in slaapkamer 2
- plastic [bijnaam medeverdachte 9] met bruto 353 gram coffeïne en paracetamol, welke combinatie een versnijdingsmiddel voor heroïne is.
In slaapkamer 2 werd ook een kluis aangetroffen met daarin € 750,00.
Ook op deze zoekingslocatie werden diverse mobiele telefoons aangetroffen van het merk Nokia.
In slaapkamer 2 werden, naast twee telefoons van BlackBerry, op het nachtkastje twee mobiele telefoons van Nokia gevonden. In een kluis onder het bed in diezelfde slaapkamer werden nog eens vijf mobiele telefoons van Nokia aangetroffen. Vier daarvan waren voorzien van één gekleurde ronde sticker van steeds een afzonderlijke kleur en door middel van een elastiek was er een losse batterij aan bevestigd. Op de stickers, respectievelijk groen, rood, blauw en geel van kleur, stond de naam [bijnaam medeverdachte 17] geschreven.
Ten slotte werd in een kast in de kledingkamer nog een mobiele telefoon van Nokia aangetroffen.
In een zwarte jas in de woonkamer vond de politie drie sleutelbossen en een losse autosleutel. In voornoemde kluis op slaapkamer 2 werd ook nog een autosleutel van het merk Opel aangetroffen.
Uit onderzoek aan deze sleutels is gebleken dat aan de sleutelbos met drie sleutels en de plastic omhulsels een sleutel hangt die past op de zoekingslocatie [adres 4] te Valkenburg .
In de directe omgeving van de zoekingslocatie werd een voertuig van het merk Opel aangetroffen, met het kenteken [kenteken 1] .
[adres 11] Rotterdam
Deze woning betreft het verblijfsadres van de verdachte [medeverdachte 4] . Hij is daar tijdens de doorzoeking ook aangetroffen en aangehouden. Verder was er niemand aanwezig.
Er werden twee vuurwapens aangetroffen. Op de bank in de woonkamer, waarop [medeverdachte 4] ten tijde van de inval lag te slapen, lag een zwart pistool van het merk Glock type 19. Het pistool bleek geladen met kogels, maar was niet doorgeladen.
Voorts werd er onder het matras van het bed in slaapkamer 2 een pistool aangetroffen van een onbekend merk en een onbekend type. Het pistool was niet geladen of doorgeladen.
Verder werd een mobiele telefoons van het merk BlackBerry aangetroffen op de bank in de woonkamer en een gsm van Nokia met losse batterij op de eettafel in de woonkamer.
De BlackBerry blijkt te zijn getapt onder het nummer [telefoonnummer] (TT86). De Nokia is getapt onder het nummer [telefoonnummer] (TT75).
[adres 7] Slenaken-Beutenaken
Op deze zoekingslocatie werden geen personen aangetroffen en tijdens de doorzoeking van het pand werd enkel een sleutelbos aangetroffen, met zes sleutels. Twee van die sleutels vormen een setje. Drie daaraan identieke sets zijn aangetroffen op de [adres 8] te Gouda en op de [adres 6] te Gouda. Twee andere sleutels blijken toegang te verschaffen tot de zoekingslocaties [adres 6] te Gouda en het [adres 9] te Gouda.
Doorzochte auto’s
Gedurende de doorzoekingen zijn in de directe omgeving van de diverse panden ook voertuigen inbeslaggenomen. Dit waren onder andere:
-
Bij het pand aan de [adres 3] te Rotterdam : een Opel Astra, kenteken: [kenteken 1] , ten name van [medeverdachte 17] .
-
Bij het pand aan de [adres 10] te Gulpen: een Volkswagen Golf, kenteken
[kenteken 2] , ten name van [naam autoverhuurbedrijf] te Rotterdam.
Van de auto met kenteken [kenteken 1] werd een zuigmonster genomen uit de kofferbak. Dit monster bevatte sporen van THC, coffeïne, paracetamol en een [bijnaam medeverdachte 5] hoeveelheid heroïne.
Van de auto met kenteken [kenteken 2] werd eveneens een zuigmonster genomen uit de kofferbak. Dit monster bleek sporen van THC, coffeïne en paracetamol te bevatten. Op twee flesjes chocomel en op drie cd’s uit die auto zijn vingerafdrukken van [medeverdachte 5] aangetroffen.
Sleutels
Zoals beschreven in het hoofdstuk over de doorzoekingen en het beslag, zijn op diverse doorzochte locaties sleutelbossen aangetroffen. De politie heeft onderzoek gedaan naar deze sleutelbossen.
Aan een sleutelbos met vier sleutels die aangetroffen werd op de tafel in de woonkamer van het pand aan de [adres 10] te Gulpen zaten, naast een sleutel die toegang gaf tot het pand aan de Euverem, een sleutel die paste op de deur van het pand aan de [adres 2] te Margraten en een sleutel die paste op de deur van het pand aan de [adres 1] te Berg en Terblijt .
Op een plankje boven het tv-meubel in de woonkamer van het pand aan de [adres 10] in Gulpen werd nog een sleutel gevonden die toegang gaf tot het pand aan de [adres 4] te Valkenburg .
In het pand aan de [adres 1] te Berg en Terblijt werden in een kast in de woonkamer twee sleutels aangetroffen. Een van de sleutels paste op het slot van het pand aan de [adres 2] te Margraten . In het voordeurslot van het pand aan de [adres 1] stak ook een sleutel aan een sleutelbos. Naast dus de sleutel die toegang gaf tot de [adres 1] zat er ook een sleutel aan die toegang gaf tot het pand [adres 4] te Valkenburg .
In het pand aan de [adres 3] te Rotterdam werden in een zwarte jas in de woonkamer driesleutelbossen aangetroffen. Van een sleutelbos met drie sleutels paste er een sleutel op de deur van het pand [adres 4] te Valkenburg .
In een slaapkamerkast (slaapkamer 1) van een het pand aan de [adres 7] te Slenaken werd een sleutelbos aangetroffen. Een van de zes sleutels aan die bos paste op het slot van de [adres 6] te Gouda. Een andere sleutel paste op het slot van het [adres 9] te Gouda.
Ten slotte werden er nog vier setjes sleutels aangetroffen die met elkaar overeenkwamen. Een van de setjes is aangetroffen bij de doorzoeking aan de [adres 7] te Slenaken, twee zijn aangetroffen in een kluis in een slaapkamer van het pand aan de [adres 6] te Gouda en het vierde setje werd aangetroffen op de [adres 8] in Gouda.
De conclusie die de rechtbank uit deze vondsten trekt, is dat er een zeker verband bestond tussen de panden en dat het voor de gebruikers van de sleutelbossen belangrijk was om toegang te hebben tot de diverse locaties waartoe de sleutels toegang gaven. Voorts is het bestaan van de setjes sleutels een aanwijzing voor een goede organisatiegraad van Seville 1.
Het telefoonsysteem
A. De gouden lijn en wijze van gebruik daarvan
In het kader van het op 26 februari 2013 gestarte Nederlandse onderzoek is het telefoonnummer
[gouden lijn Seville 1] vanaf 22 maart 2013 afgeluisterd. Deze taplijn kreeg als nummer TT01.
Ook in de periode vanaf 22 maart 2013 werden op het nummer bestellingen van verdovende middelen gedaan en het nummer ging in het onderzoek bekend staan als het “gouden nummer” en als de “gouden lijn”. Op dit nummer was een doorschakeling actief naar een “derde nummer”. In de periode dat dit gouden nummer werd afgeluisterd bleek dat er tot 15 juni 2013 vijf, elkaar min of meer opvolgende, doorschakelingen actief waren. Het betrof hier de telefoonnummers (met tussen haakjes telkens het nummer van de taplijn):
[telefoonnummer] (TT04)
[telefoonnummer] (TT05)
[telefoonnummer] (TT06)
[telefoonnummer] (TT08)
[telefoonnummer] (TT15)
Op 17 juni 2013 wordt een gesprek afgeluisterd waarbij door [medeverdachte 1] aan vermoedelijk een Franse klant een nieuw nummer doorgegeven wordt. Dit nummer betreft [gouden lijn Seville 1] .
Vanaf 21 juni 2013 werd dit nummer afgeluisterd en werd het bekend als het nieuwe gouden nummer. Dit nummer ( [gouden lijn Seville 1] ) werd in de periode van 21 juni 2013 tot aan 10 oktober 2013 afgeluisterd via het taplijnnummer TT31. Van 10 oktober 2013 tot 19 november 2013 werd het nummer afgeluisterd via het taplijnnummer TT73. Op de TT31 waren tien elkaar min of meer opvolgende doorschakelingen actief. Het betrof hier de telefoonnummers (en bijbehorende taplijnnummers):
[telefoonnummer] (TT32)
[telefoonnummer] (TT42)
[telefoonnummer] (TT44)
[telefoonnummer] (TT46)
[telefoonnummer] (TT52)
[telefoonnummer] (TT55)
[telefoonnummer] (TT57)
[telefoonnummer] (TT58)
[telefoonnummer] (TT59)
[telefoonnummer] (TT62)
Op de TT73 waren drie elkaar min of meer opvolgende doorschakelingen actief. Het betrof hier de telefoonnummers (en bijbehorende taplijnnummers):
[telefoonnummer] (TT74)
[telefoonnummer] (TT84)
[telefoonnummer] (TT95)
Op 23 september 2013 wordt om 20:46:00 uur een gesprek afgeluisterd waarin [medeverdachte 4] belt naar [medeverdachte 5] . In dat gesprek zegt [medeverdachte 4] dat ze vanavond nummer 3 gaan doen. Hij vraagt of hij wel weet hoe hij dat allemaal moet doen “ook voor die mensen”. [medeverdachte 5] vraag dan “die doorschakel?”, hetgeen [medeverdachte 4] bevestigt. [medeverdachte 5] zegt dan “Da’s weer naar die nieuwe [naam 1] ”, waarop [medeverdachte 4] te kennen geeft dat het naar [bijnaam medeverdachte 17] is en opmerkt “niet meer naar mij doen he, je weet wel wat [bijnaam medeverdachte 17] z’n naam is”, hetgeen door [medeverdachte 5] wordt bevestigd. [medeverdachte 4] sluit af met “Oké, klaar als ik jou vanavond bel dan…”
Op 24 september 2013 belt [medeverdachte 5] om 02:25:08 uur naar [medeverdachte 4] . [medeverdachte 5] heeft problemen met simkaart 3, die doet gek, met name het activeren. “Ik heb andere doorgeschakeld, bel eens die andere nummer van Pedre (fon.). Om 2:26:19 uur belt [medeverdachte 4] vervolgens naar het nummer [telefoonnummer] . Een onbekende man neemt op met “hallo” en [medeverdachte 4] zegt “oké safi ciao safi ciao”. Om 2:26:38 uur belt [medeverdachte 4] weer naar [medeverdachte 5] en zegt “hij werkt”, waarop “ [medeverdachte 5] zegt “is goed”.
Hierdoor ontstond bij politie en justitie de verdenking dat een nieuw gouden nummer gebruikt ging worden en vanaf 3 oktober 2013 werd een tap aangesloten op het telefoonnummer [telefoonnummer] . Het derde gouden nummer. Dit nummer werd in de periode tot 29 oktober 2013 afgeluisterd via het taplijnnummer TT71. Daarna gebeurde dit via het taplijnnummer TT87.
Op de TT71 waren twee doorschakelingen actief. Het betrof hier de telefoonnummers (en bijbehorende taplijnnummers):
[telefoonnummer] (TT72)
[telefoonnummer] (TT80)
Op de TT87 waren drie doorschakelingen actief. Het betrof hier de telefoonnummers (en bijbehorende taplijnnummers):
[telefoonnummer] (TT80)
[telefoonnummer] (TT94)
[telefoonnummer] (TT100)
Toeschrijving van de getapte nummers aan de verschillende verdachten
De betrokkenheid van verdachte en een aantal van zijn medeverdachten bij de tenlastegelegde feiten is door de politie mede afgeleid uit getapte of opgenomen telefoongesprekken, waarin verbalisanten de stemmen van deze verdachte(n) (menen te) herkennen.
De rechtbank houdt bij de beslissing of zij de resultaten van stemherkenningen voor het bewijs van kan gebruiken, rekening met de onder 2.1. geformuleerde aandachtspunten.
Nu er door de verdediging gemotiveerd verweer is gevoerd tegen de herkenning van de stem van verdachte, zal de rechtbank de bewijskracht van de processen-verbaal van zijn stemherkenning hierna nog beoordelen.
De verdediging heeft geen verweer gevoerd tegen de herkenning van de stemmen van de medeverdachten. Ambtshalve heeft de rechtbank daar waar het de herkenning van die stemmen betreft geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van die stemherkenningen in dit dossier. De rechtbank neemt dus de door de politie als deelnemers aan de tapgesprekken genoemde medeverdachten over als deelnemers aan die gesprekken.
Dat betekent dus dat [medeverdachte 1] gebruiker is geweest van de telefoonnummers:
[telefoonnummer] (doorgeschakeld vanaf [gouden lijn Seville 1] en zich noemende of genoemd wordende [bijnaam medeverdachte 1] (fon))
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer] (doorgeschakeld vanaf [gouden lijn Seville 1] en zich noemende of genoemd wordende “ [bijnaam medeverdachte 1] ” (fon))
[telefoonnummer] (doorgeschakeld vanaf [gouden lijn Seville 1] en zich noemende of genoemd wordende “ [bijnaam medeverdachte 1] ” (fon))
[telefoonnummer] (doorgeschakeld vanaf [gouden lijn Seville 1] en zich noemende of genoemd wordende “ [bijnaam medeverdachte 1] ” (fon))
[telefoonnummer] (doorgeschakeld vanaf [gouden lijn Seville 1] en zich noemende of genoemd wordende “ [bijnaam medeverdachte 1] ” (fon))
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
Het betrof hier deels doorschakelingen van de gouden nummers: [gouden lijn Seville 1] en [gouden lijn Seville 1] waarvan [medeverdachte 1] dus ook gebruiker is geweest. Het is de politie daarbij uit de afgeluisterde telefoongesprekken gebleken dat [medeverdachte 1] in gesprekken met Franstalige gebruikers zich [bijnaam medeverdachte 1] noemde en liet noemen en dat hij binnen de organisatie [bijnaam medeverdachte 1] , [bijnaam medeverdachte 1] of [bijnaam medeverdachte 1] wordt genoemd.
[medeverdachte 4] is de gebruiker geweest van de telefoonnummers:
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
Het betrof hier deels nummers die doorgeschakeld waren vanaf de gouden lijnen [gouden lijn Seville 1] , [gouden lijn Seville 1] en [telefoonnummer] , waarvan [medeverdachte 4] dus ook gebruiker is geweest. Het is de politie daarbij uit de afgeluisterde telefoongesprekken gebleken dat [medeverdachte 4] met diverse bijnamen wordt aangesproken. Door Franstalige klanten wordt hij met de naam [bijnaam medeverdachte 4] of [bijnaam medeverdachte 4] aangesproken. Binnen de organisatie wordt hij [bijnaam medeverdachte 4] of [bijnaam medeverdachte 4] genoemd.
[medeverdachte 5] is de gebruiker geweest van de telefoonnummers:
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
Het betrof hier deels nummers die doorgeschakeld waren vanaf de gouden lijn [gouden lijn Seville 1] , waarvan [medeverdachte 5] dus ook gebruiker is geweest. Het is daarbij de politie uit de afgeluisterde telefoongesprekken ook gebleken dat [medeverdachte 5] met diverse bijnamen wordt aangesproken. Binnen de organisatie wordt hij [bijnaam medeverdachte 5] , [bijnaam medeverdachte 5] , [bijnaam medeverdachte 5] , [bijnaam medeverdachte 5] of [bijnaam medeverdachte 5] genoemd.
[medeverdachte 2] is de gebruiker geweest van de telefoonnummers:
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[medeverdachte 17] is de gebruiker geweest van de telefoonnummers:
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[gouden lijn Seville 1]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
Het is de politie bij het afluisteren gebleken dat [medeverdachte 17] binnen de organisatie met diverse bijnamen wordt aangesproken. Men noemt hem [bijnaam medeverdachte 17] , [bijnaam medeverdachte 17] , [bijnaam medeverdachte 17] , [bijnaam medeverdachte 17] of [bijnaam medeverdachte 17] .
[medeverdachte 12] is de gebruiker geweest van het telefoonnummer:
[telefoonnummer]
[medeverdachte 6] is de gebruiker geweest van de telefoonnummers:
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
Het is de politie bij het afluisteren gebleken dat [medeverdachte 6] door [medeverdachte 1] (soms) [bijnaam medeverdachte 6] wordt genoemd.
[medeverdachte 8] is de gebruiker geweest van de telefoonnummers:
[telefoonnummer]
[telefoonnummer] (wordt samen met [medeverdachte 5] gebruikt)
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[medeverdachte 9] is de gebruiker geweest van de telefoonnummers:
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
Uit de afgeluisterde gesprekken blijkt dat [medeverdachte 9] binnen de organisatie ook [bijnaam medeverdachte 9] , [bijnaam medeverdachte 9] , [bijnaam medeverdachte 9] of [bijnaam medeverdachte 9] wordt genoemd.
[medeverdachte 7] is de gebruiker geweest van de telefoonnummers:
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
[telefoonnummer]
Uit de afgeluisterde gesprekken blijkt dat [medeverdachte 7] binnen de organisatie [bijnaam medeverdachte 7] , [bijnaam medeverdachte 7] , [bijnaam medeverdachte 7] of [bijnaam medeverdachte 7] genoemd wordt
[medeverdachte 10] is de gebruiker geweest van de telefoonnummers:
[telefoonnummer]
[telefoonnummer] .
Roulatiesysteem
Zoals hierboven reeds werd weergegeven zijn er bij de doorzoeking in het pand aan de [adres 8] tien stickervellen met kleurenstickers aangetroffen. Van die tien stickervellen waren er drie waar stickers van waren afgehaald.
Ook werd bij die doorzoeking onder meer een Nokia-telefoon met een sticker met de tekst “extra”, een bakje met elastiekjes en een briefje met enkele telefoonnummers aangetroffen.
In het zaakdossier Seville 1 ZD 140 is op pagina 5 0048 een foto opgenomen van deze vondst.
[foto adres 8]
Op diverse plaatsen zijn vervolgens, gelijk hiervoor ook werd beschreven, Nokia-telefoons met stickers aangetroffen.
In een kluis die in beslag werd genomen bij de doorzoeking in het pand aan de [adres 3] te Rotterdam werden vier telefoons met een kleurensticker voorzien van de naam [bijnaam medeverdachte 17] en de getallen 7, 8, 9 respectievelijk 10 aangetroffen.
Op pagina 5 0048 van het zaakdossier Seville 1 ZD 140 is ook van deze vondst een foto opgenomen.
[foto adres 3]
Bij de doorzoeking in het pand aan de [adres 1] te Berg en Terblijt zijn soortgelijke telefoons aangetroffen. Ook deze waren van een kleurensticker voorzien waarop geschreven stonden (van boven naar beneden) de namen [bijnaam medeverdachte 5] , [bijnaam medeverdachte 7] en [bijnaam medeverdachte 6] en (van links naar rechts) de getallen 7, 8, 9 en 10.
Op pagina 5 0049 van het zaakdossier Seville 1 ZD 140 is een foto opgenomen.
[foto adres 1]
Ten slotte is op diezelfde pagina 5 0049 een foto opgenomen van de drie telefoons die, voorzien van een kleurensticker, de naam [bijnaam medeverdachte 1] en (van links naar rechts) de getallen 8, 9 en 10, werden aangetroffen bij de doorzoeking op het [adres 9] te Gouda.
[foto adres 9]
De rechtbank beschouwt deze vondst in het licht van diverse, in het reeds meermalen aangehaalde zaakdossier Seville 1 ZD 140 neergelegde tapgesprekken. In die tapgesprekken waarvan de eerste dateren van 15 mei 2013 en de laatste van 1 november 2013 wordt gesproken over telefoons, kleuren (en later over nummers) en het aandoen van nieuwe nummers.
Zo belt op 15 mei 2013 om 18:33 uur [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 8] met de vraag welke kleuren van de telefoons er nog zijn, waarop [medeverdachte 8] “groen” zegt en [medeverdachte 1] controleert of ze de vorige keer blauw gebruikt hebben, hetgeen [medeverdachte 8] bevestigt.
Op 17 mei 2013 belt [medeverdachte 1] om 18:10 uur naar [medeverdachte 8] en zegt dan tegen [medeverdachte 8] dat groen aan mag. [medeverdachte 8] zegt dan dat hij deze uit doet.
Op 8 juni 2013 belt [medeverdachte 1] om 23:07 uur naar [medeverdachte 2] en zegt tegen hem “morgen geel”. Als [medeverdachte 2] zegt dat hij hem morgen aan zal doen, zegt [medeverdachte 1] dat dat vanavond moet, “dadelijk heb ik jou morgenochtend nodig”. [medeverdachte 2] zegt dan dat hij hem aan zal doen als hij thuis is.
Op 9 juni 2013 belt [medeverdachte 1] rond 13:56 uur naar [medeverdachte 5] en zegt hem dat hij zijn nieuwe nummer aan moet doen, geel. [medeverdachte 1] was vergeten het hem te zeggen. [medeverdachte 5] moet hem gelijk activeren, want er is er eentje onderweg. Die zal nog wel een half uur van tevoren bellen. [medeverdachte 5] zal hem aanzetten. [medeverdachte 1] zegt dat [medeverdachte 5] deze moet uitzetten en de batterij eruit moet halen.
Op 17 juni 2013 belt [medeverdachte 4] om 22:37 uur naar [medeverdachte 1] en vraagt hem of hij, [medeverdachte 1] , al een kleurtje heeft gekozen. [medeverdachte 1] heeft nog geen kleur gekozen en ze besluiten dat nu gelijk groen aan mag.
Een minuut later belt [medeverdachte 1] dan naar [medeverdachte 5] en zegt dat groen aan mag. [medeverdachte 5] zegt dat hij hem over vijf minuten aan heeft. [medeverdachte 1] zal die andere bellen, in Marokko.
Weer een minuut later belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] en zegt tegen [medeverdachte 2] dat hij groen aan moet doen en [medeverdachte 9] moet bellen. [medeverdachte 2] snapt het niet, waarop [medeverdachte 1] zegt dat hij [medeverdachte 9] moet bellen en tegen hem moet zeggen groen. [medeverdachte 2] zal het doen.
Om 22:41 uur die dag belt [medeverdachte 2] dan naar [medeverdachte 9] en zegt hem dat hij groen aan moet doen.
Om 23:58 uur die dag belt [medeverdachte 5] naar [medeverdachte 1] en vraagt hem welke kleur aan moet. [medeverdachte 1] vraagt of hij dat niet wist en zegt hem dat ze groen doen en dat hij, [medeverdachte 5] , die ene moet bellen met zijn nieuwe nummer.
Op 18 juni 2013 belt [medeverdachte 9] om 01:35 uur naar [medeverdachte 1] en vraagt welke kleur het ook al weer was. [medeverdachte 1] vraagt auto? [medeverdachte 9] zegt nee, telefoon. [medeverdachte 1] zegt daarop groen.
Na overgegaan te zijn op rood (op of omstreeks 1 juli 2013, waarbij in een telefoongesprek van 30 juni 2013 [medeverdachte 4] tegen [medeverdachte 1] zegt ‘we gaan nu naar rood’), op blauw (op of omstreeks 15 juli 2013, waarbij in een telefoongesprek van 15 juli 2013 [medeverdachte 4] tegen [medeverdachte 1] zegt ‘Blauw vanavond’), op wit (op of omstreeks 25 juli 2013) en op rood (op of omstreeks 5 augustus 2013), wordt er vanaf 9 september 2013 gesproken over nummers.
Op die negende september 2013 wordt [medeverdachte 1] rond 02:42 uur gebeld door [medeverdachte 4] . Die vraagt welke kleur ze gaan doen. [medeverdachte 1] zegt “doe gewoon nummer één aan, kijk maar welke kleur dat is.” [medeverdachte 4] zegt: Ahaa nummer 1, okee.” [medeverdachte 1] zegt dat [medeverdachte 4] maar gelijk naar [medeverdachte 5] moet doen, want [medeverdachte 1] gaat over drie dagen weg. Om 02:44 uur belt [medeverdachte 1] dan naar [medeverdachte 9] en zegt tegen hem dat hij nummer 1 aan moet doen.
Na tussentijds overgegaan te zijn op andere nummers, gaat men op 1 november 2013 over op nummer 6. Op die dag belt [medeverdachte 1] rond 20:34 uur naar [medeverdachte 5] en vraagt aan deze of hij thuis is. [medeverdachte 5] is dat en [medeverdachte 1] zegt: “Dus we kunnen zo nummer gaan doen.” [medeverdachte 1] gaat even bellen.
Om 20:40 uur die dag belt [medeverdachte 1] naar een onbekende man die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] . [medeverdachte 1] vraagt wanneer de man thuis is. De man is bij hem, de man, om de hoek. [medeverdachte 1] zegt: “Ah, ok ok, over half uurtje stuur ik jou die nummer, moet je hem doorschakelen naar die nummer” De onbekende man zegt dat het goed is, dan moet hij, de man het nummer veranderen, hoe ze dat de vorige keer deden.
16 minuten later, om 20:56 uur, belt [medeverdachte 1] weer naar [medeverdachte 5] en zegt: “die andere nummer, snap je”. [medeverdachte 5] zegt dat het goed is.
Direct daarop, om 20:56 uur, belt [medeverdachte 5] naar [medeverdachte 7] .
[medeverdachte 5] : Pak die nieuwe telefoon op
[medeverdachte 7] : Ja ik heb nu
[medeverdachte 5] : Er staat je naam op, toch?
[medeverdachte 7] : Ja
[medeverdachte 5] : Pak 6 op
[medeverdachte 7] : Zal ik 6 aanzetten?
[medeverdachte 5] : 6 ja
[medeverdachte 7] : Oké. Die van jou ligt hier ook hè
[medeverdachte 5] : Ja alles ligt daar. Oké dan?
[medeverdachte 7] : Oké is goed
[medeverdachte 5] : Je moet hem nu aan doen
[medeverdachte 7] : Oké is goed
[medeverdachte 5] : Bel mij als je hem aan hebt
[medeverdachte 7] : Oké is goed
Om 21:14 uur diezelfde 1 november 2013 belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 17] . [medeverdachte 1] zegt: “We hebben nummer veranderd naar zes he.” [medeverdachte 17] zegt oké en [medeverdachte 1] zegt wanneer je naar huis gaat niet vergeten hè. [medeverdachte 17] zegt daarop ja oké.
De vondst van de telefoons in onderlinge samenhang bezien met de tapgesprekken leidt de rechtbank tot de conclusie dat er zeer regelmatig, systematisch door de leden van de groep werd gewisseld van telefoon. Er was, in woorden en weergave van de rechtbank, sprake van een telefooncarrousel en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] hebben daarbij een leidende, coördinerende rol. Zij bepalen welke kleur of nummer geactiveerd moet worden en sturen anderen aan.
Het komt de rechtbank daarbij, bij gebreke aan enig andere logischere verklaring voor, dat het regelmatig ruilen van telefoons, het regelmatig laten draaien van de telefooncarrousel, diende om het afluisteren van telefoons, en dus de opsporing van verboden activiteiten, te bemoeilijken.
De organisatie van het telefoongebruik geeft, net als dat van de sleutelsets, aan dat het hier gaat om een groep die in staat is het werk op het logistieke vlak goed te organiseren.
Dat bij de doorzoeking op de [adres 8] te Gouda ongebruikte stickervellen en een lijstje met enkele (oude) telefoonnummers werd aangetroffen, bevreemdt de rechtbank niet. De [adres 8] te Gouda betreft het woonadres van [verdachte] en hij had de taak de telefoons te prepareren of “te maken” zoals het in de tapgesprekken wordt genoemd. Ter illustratie het volgende.
Op 25 juni 2013 belt [medeverdachte 1] om 15:44 uur naar [medeverdachte 4] en vraagt hem of hij in Rotti is en geld op [bijnaam medeverdachte 9] heeft. [medeverdachte 4] zegt nee en vraagt waarom. [medeverdachte 1] zegt dat hij een hoeveelheid telefoons wil maken voor de komende tijd. [medeverdachte 4] zegt dat dat goed is, beter. [medeverdachte 1] zegt dat hij het gaat regelen.
Een minuut later belt [medeverdachte 1] weer naar [medeverdachte 4] .
[medeverdachte 4] : Ja
[medeverdachte 1] : Ja, waar ik eigenlijk voor bel. Hij gaat het aantal halen. Weet jij een specifieke plek of gaat hij gewoon halen waar hij altijd haalt
[medeverdachte 4] : Waar haalt ‘ie dan altijd dan?
[medeverdachte 1] : Gewoon daarbij einde van Kruiskade, bij die bakkerij
[medeverdachte 4] : Ja, daarzo! Nou ja, stuur hem gewoon naar daar
[medeverdachte 1] : Oké, is goed oké
[medeverdachte 4] : Hoeveel ongeveer
[medeverdachte 1] : Een heleboel, ik weet niet. Tien per stuk! Iedereen tien
[medeverdachte 4] : Dus dan kom je uit op honderd of zo
[medeverdachte 1] : Ja zoiets ja
[medeverdachte 4] : Oké, prima dan vraag ik het aan iemand. Ik bel jou zo meteen
[medeverdachte 1] : Bel mij zo meteen, oké, ciao.
Om 15:46 uur, weer een minuut later dus, belt [medeverdachte 1] naar [verdachte] .
[verdachte] : Ja
[medeverdachte 1] : De vorige keer had je die tele’s (nummers) gemaakt. Hoeveel namen had je gedaan?
[verdachte] : Met jou tien
[medeverdachte 1] : Met mij tien. Binnenkort, een dezer dagen krijg je zo’n honderd he
[verdachte] : Wat honderd oh honderd tele’s
[medeverdachte 1] : Ja, maak ze. Toen ik naar Marokko ging, weet je nog hoe je dat deed? Toen had je ze ook zo gedaan, 100. Toen had je vijftig achter de hand gedaan in een grote tas, weet je dat nog?
[verdachte] : Ja, ja
[medeverdachte 1] : Zo dan. En, en ik ging toen toch weg en voor mij deed je iets apart iets speciaals bij mij in de telefoon of zo deed je toen, of in het kaartje, ja in het kaartje
[verdachte] : Ik deed alles op telefoon, ik deed alles op telefoon opslaan
[medeverdachte 1] : Bij mij, toch?
[verdachte] : Op kaartje of telefoon, ik weet niet
[medeverdachte 1] : Op telefoon ja. Dat moet nog een keer en dat moet je voor [bijnaam medeverdachte 2] doen, [bijnaam medeverdachte 2]
[verdachte] : Voor op telefoon opslaan
[medeverdachte 1] : Ja, nee voor [bijnaam medeverdachte 2] , je weet wat ik bedoel: [bijnaam medeverdachte 2] daarginds
[verdachte] : Ja ik weet. Wanneer gaat hij? Wanneer gaat hij?
[medeverdachte 1] : Hij weet nog niets. Vertel niets tegen hem. Binnenkort, oké?
[verdachte] : Oké, is goed
[medeverdachte 1] : Maak jij maar die dingen. Je weet toch wat ik bedoel nou, toch?
[verdachte] : Ja, ik weet wat je bedoelt.
Om 15:57 uur belt [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 1] en vraagt of hij nog voor de phones moet kijken. [medeverdachte 1] zegt dat dat moet, [medeverdachte 2] moet er dan 100 bestellen. [medeverdachte 2] vraagt 100 plus 100 kaartjes he? [medeverdachte 1] zegt honderd uuuh en zo’n elf met dubbele sim. [medeverdachte 2] zegt oké en vraagt voor wanneer. [medeverdachte 1] zegt zo snel mogelijk en [medeverdachte 2] moet de prijs vragen en doorgeven voor die 100 en elf dubbel.
Om 16:15 uur belt [medeverdachte 2] weer naar [medeverdachte 1] en zegt dat het 2250 kost, met kaartjes alles. [medeverdachte 1] zegt dat [medeverdachte 2] tegen hem moet zeggen dat hij ze een van deze dagen, binnen drie dagen komt ophalen en dat hij ze klaar moet leggen. [medeverdachte 2] zegt dat het goed is.
Om 16:36 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 4] . [medeverdachte 4] vraagt hoeveel [medeverdachte 1] normaal betaalt voor de telefoon. [medeverdachte 1] zegt dat hij (rechtbank: kennelijk een derde) heeft geregeld voor 2250 en dat hij (rechtbank: die derde) al besteld heeft.
Drie minuten laat belt [medeverdachte 4] naar [medeverdachte 1] :
[medeverdachte 4] : He
[medeverdachte 1] : Ja
[medeverdachte 4] : In elk geval, ik kan of ze die nu hebben, halen of een andere voor 1750 of 18, scheelt vijf barkies
[medeverdachte 1] : Bel dan die kleine van mij en zeg tegen hem, maar straks krijgen we verrotte of zo…
[medeverdachte 4] : Nee, geen verrotte, luister luister
[medeverdachte 1] : Van mij zitten kaartjes alles bij, man
[medeverdachte 4] : Met kaartjes
[medeverdachte 1] : Laat maar geeft niets
[medeverdachte 4] : [overlegt met een ander] Lebara ja? Ja, die gratis kaartjes [dan tegen [medeverdachte 1] :] Oké, dan. Waar is [bijnaam medeverdachte 2] ? Is [bijnaam medeverdachte 2] ook hier in [naam coffeeshop] ? Heeft hij geld bij zich?
[medeverdachte 1] : Nee hij heeft geen geld bij zich
[medeverdachte 4] : In elk geval, hier [bijnaam medeverdachte 2] . Ik ben nu met die jongen ik laat hem het nummer van [bijnaam medeverdachte 2] pakken. Laat [bijnaam medeverdachte 2] naar hem toe gaan ja?
[medeverdachte 1] : Regel, regel maar met [bijnaam medeverdachte 2]
[medeverdachte 4] : Ik ga nu naar [naam coffeeshop] binnen, ciao!
Om 17:47 uur belt [medeverdachte 1] dan naar [medeverdachte 2] en vraagt of hij [bijnaam medeverdachte 4] heeft gesproken. [medeverdachte 2] zegt: “ja, hij zei tegen mij ga naar die gozer, ga maar afzeggen, je kan voor 18 euro per stuk pakken.” [medeverdachte 1] vraagt of [medeverdachte 2] dat al gedaan heeft. [medeverdachte 2] geeft aan van niet en of hij dat zal doen. Dat hoeft niet van [medeverdachte 1] .
Uit de inhoud en opvolging van deze laatste twee gesprekken leidt de rechtbank overigens af dat de bijnaam van [medeverdachte 2] : [bijnaam medeverdachte 2] is en van [medeverdachte 4] : [bijnaam medeverdachte 4] .
Op 28 juni 2013 is er dan nog een telefoongesprek tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] , waarin de eerste vraagt wanneer hij de “tillies” gaat doen. [verdachte] zegt daarbij dat hij er vandaag aan gaat beginnen.
Over het maken van de telefoons wordt ook gesproken op 22 en 29 augustus 2013.
Op 22 augustus 2013 wordt [medeverdachte 1] gebeld door [verdachte] . In dit gesprek van 15:02 uur zegt [medeverdachte 1] dat hij morgen of overmorgen die dingen gaat halen die [verdachte] moet maken. [medeverdachte 1] gaat veel halen, want hij heeft echt nodig. [verdachte] zegt dat er een prijskaartje aanhangt.
Op 29 augustus 2013 belt [verdachte] om 12:43 uur naar [medeverdachte 1] en zegt dat hij nu de stickers gaat halen en er dan aan gaat beginnen.
Om 13:24 uur die dag is er een gesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] waarbij ze bespreken wat [medeverdachte 4] nog krijgt van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 4] krijgt onder andere nog 24 barkies van de telefoons.
Om 13:54 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 1] . [verdachte] vraagt [medeverdachte 1] om de namen te geven. [medeverdachte 1] vraagt of die lijst er niet bij zit. [verdachte] zegt dat hij niks gedaan heeft en [medeverdachte 1] zegt: “wacht wacht wacht hier wacht.”
Om 13:55 uur belt [medeverdachte 1] vervolgens naar [medeverdachte 4] en vraagt hem of [medeverdachte 4] de lijst met namen er niet bij heeft gedaan. [medeverdachte 4] zegt dat hij het vergeten is en vraagt of [medeverdachte 1] het niet meer uit zijn hoofd weet. [medeverdachte 1] zegt ik weet wel tien stuks. [medeverdachte 4] zegt dan dat hij [medeverdachte 1] nu gaat sms-en en [medeverdachte 1] zegt “zet gelijk de goeie naam”
Om 14:11 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte] en vraagt of [verdachte] nog geen nummers heeft gevonden, geen namen. [verdachte] zegt dat hij nog niets gezien heeft en niks gedaan heeft. [medeverdachte 1] zegt dat hij straks terug zal bellen en het nu gaat opschrijven. [verdachte] vraagt naar de telefoons die hij heeft teruggekregen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 9] . [medeverdachte 1] was dat helemaal vergeten, en dat hij die kan gebruiken, dan kan hij de nieuwe in de doos laten. De kaartjes moet hij weggooien. [verdachte] vraagt of [medeverdachte 1] twee duo-sim wil. [medeverdachte 1] zegt doe toch maar wel voor de zekerheid. [verdachte] vraagt hoeveel en [medeverdachte 1] zegt dat [verdachte] tien maal tien moet doen.
Drie minuten later, om 14:14 uur, belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 4] en zegt tegen hem dat hij, [medeverdachte 4] , helemaal geen lijstje heeft gemaakt. [medeverdachte 4] is in de metro onderweg naar [naam 7] en gaat zo die lijst maken. Nee, wacht, hij gaat het nu doen. [medeverdachte 1] zegt daarop nee, nee, zeg zeg. Ik heb die [bijnaam medeverdachte 1] , die [bijnaam medeverdachte 17] al, die heb ik, die heb ik, je hebt reserve. [medeverdachte 4] zegt wie… [bijnaam medeverdachte 1] , [naam 3] , [bijnaam medeverdachte 6] . [medeverdachte 1] zegt: “Drie en jullie drie.” [medeverdachte 4] zegt daarop ja, en de anderen die er altijd zijn, ja, [bijnaam 1] , [bijnaam 2] en [bijnaam 3] . [medeverdachte 1] zegt: die drie, die drie, want ik heb maar drie. Je heb die drie van jou, waarop [medeverdachte 4] zegt ja, die anderen moet je niet vergeten. [medeverdachte 1] zegt dan: “Je zei: [bijnaam medeverdachte 6] en de anderen?” [medeverdachte 4] antwoordt met [bijnaam medeverdachte 17] en [bijnaam medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] zegt daarop: “En [bijnaam medeverdachte 1] , oké, dat was het. En jullie drie.”
Om 14:16 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte] . [verdachte] zegt: “zeg dan”, waarna [medeverdachte 1] zegt: “ [bijnaam medeverdachte 7] , [bijnaam medeverdachte 5] , [bijnaam medeverdachte 1] , [bijnaam medeverdachte 9] , [bijnaam medeverdachte 17] , [bijnaam medeverdachte 6] , [bijnaam medeverdachte 1] , [bijnaam medeverdachte 4] , [bijnaam 1] , [bijnaam 4] , snap je, 2, 4, 6, 8, 10, he 10 voor ons.” [verdachte] zegt: “Tien rondes, hoeveel rondes wil je, tien?” [medeverdachte 1] zegt: “ Ja, 10 keer 10 en dan ga ik vijf vijf doen.”
Zoals gezegd, leidt de rechtbank uit deze tapgesprekken en de bij de doorzoeking in het pand aan de [adres 8] te Gouda aangetroffen stickervellen en het lijstje met oude telefoonnummers af dat [verdachte] de telefoons prepareerde of “maakte”. Overigens blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit deze telefoontaps ook weer dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] hierbij een leidende rol hadden.
In de aangetroffen telefoons waren in de telefoons en/of op de simkaarten contacten geprogrammeerd. Naast gebruikelijke contacten (als Klantenservice, Voicemail en Opwaarderen) waren als contact onder meer opgenomen [bijnaam medeverdachte 2] , [bijnaam medeverdachte 10] , [bijnaam medeverdachte 1] , [bijnaam medeverdachte 9] , [bijnaam medeverdachte 5] , [bijnaam 1] , [bijnaam medeverdachte 1] , [bijnaam medeverdachte 7] , [bijnaam medeverdachte 17] , [bijnaam medeverdachte 6] , [bijnaam medeverdachte 4] en [bijnaam 4] . De politie heeft onderzoek gedaan naar wie aan deze bijnamen gekoppeld kunnen worden en komt tot de conclusie dat aan een aantal van deze bijnamen de volgende personen gekoppeld kunnen worden:
-
[bijnaam medeverdachte 2] : [medeverdachte 2]
-
[bijnaam medeverdachte 10] : [medeverdachte 10]
-
[bijnaam medeverdachte 1] : [medeverdachte 1]
-
[bijnaam medeverdachte 9] : [medeverdachte 9]
-
[bijnaam medeverdachte 5] : [medeverdachte 5]
-
[bijnaam medeverdachte 7] : [medeverdachte 7]
-
[bijnaam medeverdachte 17] : [medeverdachte 17]
-
[bijnaam medeverdachte 6] : [medeverdachte 6]
-
[bijnaam medeverdachte 4] / [bijnaam medeverdachte 4] : [medeverdachte 4]
Van de bijnamen [bijnaam 1] , [bijnaam medeverdachte 1] en [bijnaam 4] heeft de politie niet kunnen achterhalen wie erachter schuilgingen.
Zoals hierboven weergegeven leidt de rechtbank uit de tapgesprekken van 25 juni 2013 af dat de bijnaam van [medeverdachte 2] [bijnaam medeverdachte 2] is, hetgeen afgekort kan worden tot [bijnaam medeverdachte 2] . Ook leidt de rechtbank uit die tapgesprekken af dat de bijnaam van [medeverdachte 4] [bijnaam medeverdachte 4] is, hetgeen past bij [bijnaam medeverdachte 4] / [bijnaam medeverdachte 4] , waarbij de rechtbank rekening houdt met de mogelijkheid dat [verdachte] de naam verkeerd verstaan heeft of een schrijffout heeft gemaakt bij het invoeren van de naam [bijnaam medeverdachte 4] in de telefoons.
Dat [medeverdachte 10] daadwerkelijk gekoppeld kan worden aan de naam [bijnaam medeverdachte 10] acht de rechtbank ook zo te zijn, omdat [medeverdachte 10] bij gelegenheid van zijn verhoor op 6 februari 2014 heeft bevestigd dat zijn telefoonnummer [telefoonnummer] is, en dit het nummer is dat bij de naam [bijnaam medeverdachte 10] geprogrammeerd is.
Dat aan de bijnaam [bijnaam medeverdachte 9] daadwerkelijk [medeverdachte 9] gekoppeld kan worden ziet de rechtbank verder ondersteund door een tapgesprek van 13 juli 2013, waarin, om 16:13 uur, [medeverdachte 1] belt met een man genaamd [bijnaam medeverdachte 5] en waarin deze tegen [bijnaam medeverdachte 5] zegt: “ [medeverdachte 9] heet in je telefoonnummer [bijnaam medeverdachte 9] , [bijnaam medeverdachte 9] staat erin”.
Dat [bijnaam medeverdachte 17] de bijnaam is van [medeverdachte 17] , [bijnaam medeverdachte 5] de bijnaam is van [medeverdachte 5] , [bijnaam medeverdachte 7] de bijnaam is van [medeverdachte 7] en [bijnaam medeverdachte 6] de bijnaam is van [medeverdachte 6] oordeelt de rechtbank genoegzaam vast te staan in het licht van de bevindingen van de politie; de bijnamen zijn aangetroffen in telefoons die in beslag werden genomen op de klapdag en bij de namen stonden nummers die afgeluisterd zijn en waarvan de gebruiker telkens herkend is aan zijn stem. In het aantreffen van de telefoons met op de stickers de naam “ [bijnaam medeverdachte 17] ” op het adres waar [medeverdachte 17] werd aangehouden, ziet de rechtbank een verdere onderbouwing voor de conclusie dat ‘ [bijnaam medeverdachte 17] ’ [medeverdachte 17] is gerechtvaardigd.
Dat [bijnaam medeverdachte 1] een bijnaam is van [medeverdachte 1] ziet de rechtbank ook onderbouwd door het aantreffen van de telefoons met op de stickers de naam ‘ [bijnaam medeverdachte 1] ’ op het adres van [medeverdachte 1] en verder ook door twee samenhangende tapgesprekken van 18 september 2013. Om 21:08 uur die dag belt [medeverdachte 7] naar [medeverdachte 5] en vraagt wat [medeverdachte 2] zijn naam in de telefoon is. [medeverdachte 5] begrijpt het niet en vraagt of [medeverdachte 7] het nieuwe nummer kent dat hij moet geven, het nummer dat begint met 24. [medeverdachte 7] zegt dat hij dat nummer al gegeven heeft aan die mensen, maar nu wil weten welke naam [medeverdachte 2] in zijn nieuwe telefoon heeft. [medeverdachte 5] antwoordt dat dat [bijnaam medeverdachte 1] is. [medeverdachte 7] vraagt [medeverdachte 5] om [medeverdachte 2] te bellen en hem te vragen om [medeverdachte 7] te bellen, want deze mensen zeggen dat ze melk voor 30 afnemen. Een minuut later belt [medeverdachte 5] vervolgens naar [medeverdachte 1] en zegt tegen hem dat [bijnaam medeverdachte 7] heeft gevraagd of hij ( [medeverdachte 1] ) hem ( [bijnaam medeverdachte 7] ) kon bellen.
Overigens leidt de rechtbank uit deze gesprekken af dat ook [medeverdachte 2] een bijnaam is van [medeverdachte 1] .
Overigens zijn dit niet de enige bijnamen van de genoemde verdachten. Gedurende het onderzoek zijn diverse tapgesprekken beluisterd waarin nog andere bijnamen voorkomen. De rechtbank zal dit niet verder behandelen, omdat reeds uit het bovenstaande genoegzaam blijkt dat het gebruik van bijnamen ver doorgevoerd was in de groepering.
4 Drugsdeals
In het kader van het onderzoek werden dertien delictdossiers samengesteld waarin onderzoeksbevindingen aangaande de handel in verdovende middelen zijn gerelateerd. In elf van deze delictsdossiers worden de bevindingen gerelateerd rond telkens een specifieke groep personen. Het betreft hier de in Frankrijk of België gesitueerde groepen (en de gelijknamige delictdossiers): [koper 21] , [koper 4] , [koper 9] , [koper 22] uit [A.] , [koper 6] , [koper 23] , [koper 24] , [koper 16] , [koper 11] , [koper 26] en [koper 27] . Van de twee andere dossiers relateert er één de leveringen aan de organisatie en de ander de overige leveringen. In de elf met namen getooide delictdossiers en in het delictdossier S1 Overige leveringen zijn o.a. tapgesprekken, observatieverslagen en verhoren van afgevangen verkopers opgenomen.
In de alinea’s hieronder zal de rechtbank de bevindingen uit de verschillende delictdossiers bespreken, toegespitst op de handel in harddrugs en de handel in softdrugs. Omwille van de leesbaarheid worden slechts enkele delictdossiers uitgelicht.
Harddrugs
Uit de in Frankrijk, België en Nederland afgeluisterde tapgesprekken blijkt dat er in de loop van de tijd diverse drugsdeals zijn geweest met zeer veel verschillende kopers. Die zijn door de politie vermeld in de hiervoor al genoemde delictdossiers. In de respectieve, hierna te bespreken delictdossiers zijn verschillende drugsdeals vermeld. Omwille van de leesbaarheid zal de rechtbank die niet allemaal bespreken, maar slechts enkele ervan uitlichten.
Delictdossier [koper 4]
Op 15 oktober 2013 om 23:45 uur wordt [koper 4] door de douane in Metz (Frankrijk) aangehouden. Hij rijdt samen met [koper 5] in een Suzuki Swift met een Belgisch kenteken
( [kenteken 3] ). In die auto wordt 310 gram heroïne en drie gram cocaïne aangetroffen. Door de opsteller van het proces-verbaal wordt vermeld dat de telefoon die [koper 4] gebruikte is onderzocht en dat daaruit is gebleken dat hij het nummer [telefoonnummer] gebruikte.
Uit de afgeluisterde telefoongesprekken blijkt dat [koper 4] op 14 oktober 2013 om 18:37 uur met het telefoonnummer [telefoonnummer] contact opnam met het telefoonnummer [gouden lijn Seville 1] . [medeverdachte 5] neemt de telefoon op. [koper 4] meldt dat hij (rechtbank: steeds is de Nederlandse vertaling weergegeven) ‘morgen, middaguur, daar is, ik beloof je, net als altijd, een half uur van tevoren en ook bij de parking’. [medeverdachte 5] belt vervolgens naar het nummer [telefoonnummer] . [medeverdachte 6] neemt die telefoon op. [medeverdachte 5] vraagt of ‘die ander bij hem is’. Dat is het geval en vervolgens komt [medeverdachte 1] aan de telefoon. [medeverdachte 5] meldt dat ‘ [koper 4] net belde, hij komt morgen.’ [medeverdachte 1] vraagt of dat ‘een goeie’ is. [medeverdachte 5] zegt: “Een beetje, hij komt altijd voor de deur. Ik zie hem altijd bij [adres 14] , hij belt anderhalf uur van tevoren.” [medeverdachte 1] vraagt [medeverdachte 5] om hem dan ook anderhalf uur van tevoren te bellen.
De volgende dag, 15 oktober 2013, om 15:06 uur meldt [koper 4] zich weer met hetzelfde Franse telefoonnummer bij de [gouden lijn Seville 1] . Hij is onderweg en zal er over anderhalf tot twee uurtjes zijn. [medeverdachte 5] neemt de boodschap aan en vraagt [koper 4] om 40 minuten van tevoren nog eens te bellen. De boodschap wordt daarna door [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 1] doorgegeven. [medeverdachte 1] belt vervolgens meteen naar [medeverdachte 7] en zegt dat ‘er een onderweg is, en dat hij hem over een uur ongeveer gaat brengen naar huis’.
Om 16:03 uur belt [koper 4] naar [medeverdachte 5] dat hij over 40 minuten op de parking [adres 14] is. Hij rijdt in een kleine rood autootje met een Belgisch kenteken, zegt [koper 4] . Vervolgens belt [medeverdachte 6] met het nummer [telefoonnummer] naar [medeverdachte 1] en zegt: “Jongen, euh, a vijf minuten is die gozer bij [adres 14] , wat die andere tegen jou zei. Belgique zei die.” Op de achtergrond is tijdens dit gesprek nog iemand anders te horen, die zegt ‘een kleine ’ als [medeverdachte 1] vraagt: “Wat voor een toller?” De rechtbank concludeert uit dit laatste tapgesprek dat [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] op dit moment bij elkaar zijn. [medeverdachte 6] belt immers met het telefoonnummer 6258 , waarvan door de politie is vastgesteld dat [medeverdachte 5] hiervan de gebruiker is geweest en op de achtergrond is iemand anders te horen die zegt ‘een kleine ’. De rechtbank begrijpt uit de conversatie dat met ‘toller’ een auto wordt bedoeld, nu op de achtergrond wordt gezegd ‘een kleine ’, kennelijk als antwoord op die vraag. Degene op de achtergrond moet dan wel [medeverdachte 5] zijn. Hij had immers om 16:03 uur het telefoongesprek gevoerd met [koper 4] , die toen meldde dat hij in een klein rood autootje reed.
Om 16:05 uur belt [medeverdachte 5] nog naar [medeverdachte 1] en zegt ‘Belgique hè’, waarop [medeverdachte 1] antwoordt dat hij dat al had gezegd. Daarna bellen [medeverdachte 7] en [medeverdachte 1] met elkaar om 16:10 uur en 16:12 uur. [medeverdachte 1] zegt dat hij er aankomt.
Uit de observatie van de politie, die die dag om 16:00 uur is gestart, blijkt dat er om 16:43 uur een lichtblauw/grijze Audi A4 Avant op de [adres 14] te Schilberg in de richting van de Rijksweg te Margraten rijdt. Daarachter rijdt, in dezelfde richting, een rode auto met een Belgisch kenteken. Beide auto’s rijden rond 16:55 uur in dezelfde formatie op de [adres 1] in Berg en Terblijt.
Om 16:56 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 7] en vraagt: “Hoe lang blijven die twee in huis?” [medeverdachte 7] antwoordt: “Iets van 30 minuten, ben jij onderweg?” [medeverdachte 1] zegt dat hij er bijna is, dat hij ze over een paar minuten bij [medeverdachte 7] gaat afzetten en dat [medeverdachte 7] alleen de deur open hoeft te maken.
De politie neemt vervolgens om 16:59 uur waar dat de rode auto parkeert naast het perceel op de [adres 13] in Berg en Terblijt. De Audi A4 Avant, waarvan op dat moment wordt gezien dat die het kenteken [kenteken 4] voert, rijdt verder de [adres 13] op. Gezien wordt dat deze Audi wordt bestuurd door een man. Om 17:00 uur gaan een man in een zwart/witte jas en een andere man het pand aan de [adres 1] in Berg en Terblijt binnen.
Om 17:01 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 7] en zegt tegen hem dat hij aan die man moet vragen hoe hij terug wil gaan: alleen of hem volgen? [medeverdachte 7] belt een minuut later terug en zegt dat die man zelf terug gaat, hij kent de weg, de man heeft een half uur nodig. [medeverdachte 1] zegt dan dat [medeverdachte 7] hem moet bellen als hij klaar is, dan kan [medeverdachte 7] hem zeggen hoeveel geld hij bij zich mag houden en hoeveel hij voor [medeverdachte 1] kan reserveren. [medeverdachte 7] moet ‘de melk’ verdelen: 25 en 25.
Het observatieteam ziet dat de Audi A4 Avant om 17:12 uur en om 17:23 uur nog stil staat op de [adres 13] . Om 17:14 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 7] en vraagt hoeveel ze doen. [medeverdachte 7] zegt ‘iets van 3500’. [medeverdachte 1] zegt dan dat hij een beetje geld nodig heeft en dat hij hier in de buurt is.
Om 17:46 uur vraagt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 7] of ze al klaar zijn. Dat is het geval, maar ze zijn nog niet weg. Over 5 à 10 minuten zijn ze klaar. [medeverdachte 7] gaat zo het geld tellen en [medeverdachte 1] zeggen hoeveel er is. Om 17:48 uur meldt [medeverdachte 7] zich weer bij [medeverdachte 1] . [medeverdachte 7] zegt dat er 3500 is. Van [medeverdachte 1] moet [medeverdachte 7] 200 in zijn zak stoppen, 300 euro aan [medeverdachte 1] geven en die 3000 moet hij apart houden. Om 18:00 uur belt [medeverdachte 7] naar [medeverdachte 1] dat ze klaar zijn en dat hij ze naar buiten heeft begeleid. [medeverdachte 7] moet van [medeverdachte 1] ook naar buiten komen, maar hij moet opletten want er zijn veel auto’s in de buurt.
Het observatieteam ziet om 18:01 uur de rode auto wegrijden vanuit de richting waar deze geparkeerd stond. Gezien wordt dan dat de rode auto een Suzuki Swift is met een Belgisch kenteken: [kenteken 3] . Er zitten twee personen in deze auto. Ook de Audi A4 Avant rijdt weg, over de [adres 13] . In deze auto zitten om 18:03 uur eveneens twee personen. De rechtbank gaat er van uit dat in de Audi A4 Avant zowel [medeverdachte 1] als [medeverdachte 7] zitten, nu uit het voorgaande tapgesprek blijkt dat [medeverdachte 1] wegrijdt en [medeverdachte 7] van [medeverdachte 1] naar buiten moet komen. [medeverdachte 7] is dan dus net voordat de politie de auto in het vizier krijgt bij [medeverdachte 1] in de auto gestapt.
[koper 4] blijkt niet alleen op 14 en 15 oktober 2013 contact te hebben met de organisatie. Met het door hem op die dagen gebruikte Franse telefoonnummer [telefoonnummer] heeft hij al eerder gebeld. Het eerste gesprek dat in het dossier is vermeld dateert van 10 mei 2013. [koper 4] meldt zich dan als ‘de collega van [koper 15] ’ en zegt dat hij over goed twee uur op de parkeerplaats van het restaurant is. Hij belde op dat moment naar het telefoonnummer [gouden lijn Seville 1] en die telefoon werd toen opgenomen door [medeverdachte 5] . Op 27 juni 2013 heeft [koper 4] , zo begrijpt de rechtbank, ook contact met de organisatie gehad, want [medeverdachte 5] meldt aan [medeverdachte 1] dat [koper 4] over een half uurtje bij Aubel is, bij restaurant, en dat hij naar ‘huis’ gaat. Vervolgens wordt er door [medeverdachte 5] gebeld met [medeverdachte 7] , die wat klaar moet maken. [medeverdachte 1] belt daarop ook naar [medeverdachte 7] en zegt tegen hem dat hij die klant die bij hem is het nieuwe nummer moet geven. ‘Je weet het toch?’, vraagt [medeverdachte 1] dan. [medeverdachte 7] zegt: “Jawel, 2421 [gouden lijn Seville 1] .” [medeverdachte 1] zegt vervolgens: “Nee, zeg het niet. De ander weet het. Vraag aan die kleine .” De volgende dag blijkt dat [medeverdachte 5] vergeten is om het nieuwe nummer door te geven aan [koper 4] .
[koper 4] heeft verklaard dat hij vanaf zijn aanhouding in oktober 2013 door de Franse douane vast zit. Hij kwam toen uit Nederland en was in het bezit van 310 gram heroïne en twee of drie gram cocaïne. De cocaïne had hij cadeau gekregen van zijn dealers. De dealers waren van Marokkaanse afkomst. [koper 4] had twee telefoonnummers van hen. Eerst was het nummer [gouden lijn Seville 1] . Dat nummer veranderde in [gouden lijn Seville 1] , welk nummer hij van de dealers had gekregen. Volgens [koper 4] waren er verschillende personen. Degene die de telefoon opnam was niet dezelfde als diegenen die hem kwamen halen in de auto. Er waren ook personen die in het huis wachtten om de heroïne klaar te maken en die te geven.
[koper 4] herkent van foto’s nummer 10 (rechtbank: [medeverdachte 5]) als degene die hem kwam ophalen met de auto en nummer 15 (rechtbank: [medeverdachte 7]) als degene die de heroïne klaar maakte en dat gaf in het huis. Met [medeverdachte 7] had hij behoorlijk vaak gepraat. Die had hem verteld dat hij illegaal was. [medeverdachte 7] ontmoette hij op de dag dat hij werd aangehouden, in oktober 2013, in het huis op de [adres 1] in Berg en Terblijt. Dat huis herkent [koper 4] van foto’s. Het huis [adres 2] in Margraten en de bungalow [adres 10] in Gulpen worden eveneens door [koper 4] herkend als plaatsen waar de verdovende middelen werden verstrekt. [koper 4] herkent op een foto van restaurant [[naam restaurant]] de naam [adres 14] . Volgens [koper 4] reed hij altijd de weg naar [adres 14] als hij op de parkeerplaats van restaurant [[naam restaurant]] ging parkeren. [koper 4] heeft later nog in aanwezigheid van de Nederlandse rechter-commissaris verklaard dat hij in zijn verhoor van eind 2013 de waarheid heeft verklaard. Aanvullend verklaarde hij toen dat hij ongeveer elke tien dagen naar Nederland ging om heroïne te halen. Hij belde altijd de dag tevoren dat hij zou komen. Op de afgesproken plek werd hij dan opgehaald door runners die hem naar een woning brachten, waar hij vervolgens deed wat hij moest doen.
Delictdossier [koper 6]
Op 4 juli 2013 om 06:15 uur werden [koper 6] en [koper 7] aangehouden door de Franse politie. In de auto waarin zij toen reden werd 700 gram heroïne aangetroffen. Uit onderzoek bleek dat [koper 6] op de ochtend van zijn aanhouding telefonisch contact had gehad met het Nederlandse telefoonnummer [gouden lijn Seville 1] .
Uit een op 3 juli 2013 afgeluisterde telefoongesprek bleek dat [koper 6] , die zich aan de telefoon [koper 16] noemt, had gemeld dat hij op 4 juli 2013 rond 01:30 uur wilde komen. [koper 6] meldt zich daarna op 4 juli 2013 om 01:15 uur en zegt dat hij net heeft geparkeerd. [medeverdachte 1] zegt vervolgens dat hij de runner zal bellen. Dat doet hij ook, want hij belt meteen met [medeverdachte 5] en zegt dat ‘hij’ daar is.
Nadat [koper 6] die dag door de Franse politie is gearresteerd gaan de reizen naar Nederland gewoon door, want op 9 juli 2013 meldt zich iemand, die zich ‘de broer van [koper 16] ’ noemt. Hij vertelt dat [koper 16] de gevangenis in is gegaan en dat het helemaal niet goed met hem gaat, hij is heel erg ziek. [medeverdachte 4] zegt dan dat de broer van [koper 16] bij hem langs kan komen, dat hij hem kan helpen. Ze spreken af voor de volgende dag. Op 10 juli 2013 komt de broer van [koper 16] naar Nederland, [medeverdachte 4] zegt hem de snelweg naar Maastricht te volgen, zodat hij hem bij Eijsden kan oppikken.
Op 28 oktober 2013 belt [koper 3] naar het telefoonnummer [gouden lijn Seville 1] van de organisatie. Ze legt uit dat ze [koper 16] is gaan opzoeken in de gevangenis en dat hij graag een laatste voorschot verdovende middelen wil. [koper 3] bestelt vervolgens voor 570 euro. Op 30 oktober 2013 belt [koper 3] opnieuw. Ze wil aan huis komen. [medeverdachte 5] zegt dat voor 1000 euro niet veel is. Uiteindelijk blijkt dat [koper 3] slechts 720 euro bij zich heeft. Ze vraagt nogmaals om een laatste voorschot van 30 voor [koper 16] , die ze in de gevangenis had bezocht. Ook wil ze nog graag voor 10 euro coke en iets kleins voor de reis. [medeverdachte 5] gaat daarmee akkoord.
Uit de afgeluisterde telefoongesprekken blijkt dat [koper 6] in ieder geval al vanaf 6 september 2012 bij de organisatie kwam om drugs te kopen. Hij belde toen met het nummer [gouden lijn Seville 1] . Waarschijnlijk kwam [koper 6] al eerder, want er wordt op dat moment afgesproken ‘in Aubel, zoals gewoonlijk’. [koper 6] vraagt ook of het mogelijk is om aan een beetje wiet te komen. Degene met wie hij belt zegt dat hij zal kijken of de coffeeshop open is.
[koper 6] verklaarde bij de Franse politie dat hij zijn drugs kocht in Nederland. Hij stelde zich aan de telefoon voor als ‘ [koper 16] ’. Hij belde voordat hij uit Verdun (Frankrijk) vertrok en vervolgens een half uur voor aankomst op de afgesproken ontmoetingsplaats om te zeggen dat hij er aankwam. Hij belde altijd met het nummer [gouden lijn Seville 1] . Later is er een ander nummer geweest, dat dit nummer verving, maar dat nummer herinnert hij zich niet meer. Eenmaal op de ontmoetingsplaats parkeerde [koper 6] zijn auto en dan kwamen er twee personen die hem naar het huis of het appartement vergezelden om de transacties te verrichten. Dat waren andere personen, dan degene die de telefoon opnam. Ter plaatse waren er cadeautjes om de klanten te doen terugkeren en vooral opdat zij de heroïne en cocaïne die ze kochten, konden proeven. Er waren verschillende kwaliteiten heroïne, duurder of minder duur, naar gelang de zuiverheid ervan. [koper 6] kocht altijd de heroïne van acht euro per gram. Van foto’s herkent [koper 6] de persoon op nummer 10 (rechtbank: [medeverdachte 5]) als de chauffeur die hem van de parkeerplaats naar het appartement vervoerde. Hij leverde ook wel eens het spul. Tussen de personen op de foto’s nummers 20 (rechtbank: [medeverdachte 1]) en 29 (rechtbank: [medeverdachte 2]) kan [koper 6] moeilijk onderscheid maken. Zij traden volgens hem net zo goed op als chauffeur als dat zij de heroïne en de cocaïne prepareerden. [koper 6] herkent ook het interieur van het huis op foto nummers 11 en 12 (rechtbank: [adres 2] Margraten). In dit huis vonden de transacties plaats. Datzelfde geldt voor de bungalow op de foto’s nummers 13, 15 en 16 (rechtbank: [adres 10] Gulpen).
[koper 3] verklaarde bij de Franse politie dat zij is geboren op [geboortegegevens koper 3] (rechtbank: in Frankrijk) en dat zij verslaafd is aan heroïne. De heroïne haalt zij in Nederland. Zij belt haar dealer voordat zij uit Frankrijk vertrekt en vervolgens dertig minuten voor aankomst op het nummer [gouden lijn Seville 1] . Dat telefoonnummer was vrij recent. Daarvoor was er een ander nummer: [gouden lijn Seville 1] .Heroïne werd verkocht voor acht euro per gram en cocaïne voor veertig of vijfenveertig euro per gram. Al naar gelang het gekochte bedrag nam de dealer ofwel direct de heroïne mee, ofwel nam hij hen mee met zijn auto naar een huis waarin de uitwisseling plaatsvond. Om mee naar het huis te gaan, had je minstens een bestelling van 1000 euro nodig. Wanneer de transactie in een huis plaatsvond was de gang van zaken als volgt: in de kamer gingen ze op een bank zitten. Er was een lage tafel met een soort van spiegel. Op die spiegel bood de dealer hen twee of drie lijntjes heroïne aan en een flinke hoeveelheid cocaïne om te proeven. Vervolgens gaven ze het geld en uit een kluis in diezelfde kamer pakte de dealer een zak met heroïne, woog de te kopen hoeveelheid af en verpakte dat in cellofaan. Vervolgens zette hij de zak met heroïne en de cocaïne terug in de kluis en deed hij het geld in zijn tas, die tas hield hij bij zich.
Degene die aan de telefoon sprak, liet zich [medeverdachte 2] noemen. Hij kwam hen soms op de parkeerplaats ophalen met zijn voertuig en soms ook heroïne in het huis leveren. Meestal ontmoetten ze echter andere personen omdat [medeverdachte 2] jongelui stuurde om hen te zoeken en heroïne te geven. Die jongelui waren altijd Noord-Afrikanen die over het algemeen met zijn tweeën waren.
[koper 3] herkent de personen op de foto’s met de nummers 3, 10, 15 en 20. De persoon op nummer 3 (rechtbank: [medeverdachte 6]) is een van de jongeren die hen kwamen ophalen met de auto om hen te leveren of hen naar het huis te brengen. Hij kwam over het algemeen met de persoon op nummer 10 en heeft heroïne geleverd. De persoon op nummer 10 (rechtbank: [medeverdachte 5]) was ook een van de jonge chauffeurs met dezelfde rol als nummer 3. De persoon op foto nummer 15 (rechtbank: [medeverdachte 7]) wachtte hen op bij het appartement, hij was vaker bij de bungalow dan bij het huis en sprak beter Frans. De persoon op nummer 20 (rechtbank: [medeverdachte 1]) beantwoordde volgens [koper 3] de telefoon. Ze kent hem alleen maar als [medeverdachte 2] . [koper 3] herkent ook van foto’s die haar getoond worden het huis (rechtbank: [adres 2] Margraten) op de foto’s 6 tot en met 12. Dat is het huis waarin volgens [koper 3] de transacties plaatsvonden. Ook de bungalow (rechtbank: [adres 10] Gulpen) op de foto’s 13 tot en met 16 wordt door [koper 3] herkend, daar is zij een of twee keer geweest.
Dat [koper 3] in de woning [adres 2] in Margraten is geweest blijkt ook uit het volgende:
Op 19 november 2013 is bij de doorzoeking van het pand [adres 2] Margraten in een vuilnisbak in de woonkamer een sigarettenpeuk (SINnr. AAFP3350NL) aangetroffen en in beslag genomen. Uit onderzoek door het NFI en vergelijking met een aantal buitenlandse DNA-databanken is een match gevonden tussen een DNA-profiel van een spoor uit Nederland (AAFP3350NL#01) en een DNA-profiel van een persoon uit Frankrijk. De matchkans van de bij de match betrokken DNA-kenmerken is kleiner dan een op een miljard. De code van het DNA-profiel uit Frankrijk is 000888561000. Uit onderzoek in het nationale geautomatiseerde bestand van de genetische vingerafdrukken/de Franse nationale DNA-databank blijkt dat voormelde code 000888561000 hoort bij [koper 3] , geboren op [geboortegegevens koper 3] .
Delictdossier S1 Overige leveringen
Op 3 juli 2013 om 01:02 uur wordt er gebeld door een Frans telefoonnummer ( [telefoonnummer] ) naar het telefoonnummer [gouden lijn Seville 1] . De beller meldt dat hij 30 kilometer voor Luik is en over 30 minuten aankomt. Degene die de [gouden lijn Seville 1] bemant verzoekt om naar de parkeerplaats ‘villa’ te komen. Vijftig minuten later belt hetzelfde nummer nogmaals en deelt mee dat er dealers zijn die hem lastigvallen. De persoon van de [gouden lijn Seville 1] adviseert hem de afslag Eijsden te nemen en dan rechtsaf en vervolgens linksaf te slaan. Ook op 10 en 11 juli 2013 belt hetzelfde telefoonnummer naar de [gouden lijn Seville 1] . De beller, die zich dan [koper 1] noemt, is niet tevreden. Het gewicht was minder, ‘hij heeft er 110 in gestopt in plaats van 180’. [koper 1] zegt dat hij hem 1440 heeft gegeven en dat hij er voor 1000 euro in heeft gedaan. Degene die de [gouden lijn Seville 1] bedient zegt dat hij een oplossing gaat vinden. De rechtbank concludeert dat er dus op 3 juli 2013 een drugsdeal heeft plaatsgevonden, maar dat [koper 1] niet tevreden is over de afhandeling. Hij heeft te weinig drugs gekregen en dus te veel betaald.
Op 11 november 2013 belt [koper 1] dat hij de volgende dag wil komen. Hij wil voor ongeveer 1600. De vriend van [koper 1] wil ook komen en die wil voor heel veel meer. Die vriend wil ook weten of het ook in de band verstopt kan worden voor onderweg. Dat is akkoord en ze spreken af voor de volgende dag om vier uur ’s middags. De volgende dag verontschuldigt [koper 1] zich, hij is nu niet gekomen, maar komt morgen, samen met zijn vriend. Opnieuw wil [koper 1] weten of ze ‘dat ook met een wiel doen, om in een band te doen, doe jij dat of niet?’ Degene die de [gouden lijn Seville 1] bemant antwoordt: “Ja ja, hoeveel wil je?” [koper 1] vraagt dan hoeveel het minimaal moet zijn 1 kl of 2 kl, waarop de [gouden lijn Seville 1] antwoordt dat 1 kl goed is en vraagt hoeveel [koper 1] wil. [koper 1] heeft ‘1 kl nodig om te beginnen, kan hij kijken, kun jij het hem laten zien, goed?’.
Meteen daarna belt [medeverdachte 5] naar [medeverdachte 1] en zegt dat ‘die van gisteren heeft gebeld, dat hij zei dat hij morgen weer komt en dat hij een band/wiel wil voor 1 kilo 2 kilo’. Tien minuten later belt [medeverdachte 5] naar [koper 1] en zegt dat hij het wiel, de band heeft. [medeverdachte 5] vraagt: “Hoeveel kerel?” [koper 1] zegt dan: “Wat zijn jouw banden, ken jij de maten? Is dat 13 of 14? Het zal wel 14 zijn.”
[medeverdachte 5] vraagt [koper 1] om meteen een bericht te sturen. In het daarop volgende telefoongesprek blijkt dat het sturen van het bericht niet is gelukt. [koper 1] geeft daarop telefonisch de maten door: 195, 55, 15. [medeverdachte 5] zegt is goed en vraagt nog of [koper 1] een kilo komt halen. Dat is juist, zegt [koper 1] . Vervolgens belt [medeverdachte 5] de volgende ochtend naar het telefoonnummer van Autobedrijf [medeverdachte 10] . Hij vraagt of hij zo langs kan komen. [medeverdachte 10] zegt dat het goed is. [medeverdachte 5] zegt dat hij een sms zal sturen. Daarna wordt er een sms gestuurd: 195*55*15 en volgt nog een telefoongesprek waarin [medeverdachte 5] , die zich bekend maakt als ‘ [bijnaam medeverdachte 5] ’, aan [medeverdachte 10] meedeelt dat hij er in een paar seconden is. [medeverdachte 10] zegt dat hij maar moet komen.
De 14e november 2013 verontschuldigt [koper 1] zich opnieuw. Ze hadden een probleem met de auto gekregen en kunnen er pas komende zondag zijn. Dat is geen probleem, zegt de man achter de [gouden lijn Seville 1] , [koper 1] moet enkel van tevoren bellen, want hij heeft ‘het spul klaargemaakt’. De 17e november 2013 meldt [koper 1] dat hij er rond 19:30 uur zal zijn. Hij vraagt of er ook ‘wat witte’ is. Degene die de [gouden lijn Seville 1] bemant zegt dat hij het spul al klaar heeft en dat [koper 1] thuis moet komen, ‘de coke ligt thuis’. [koper 1] meldt zich die dag nog een tweede keer om te zeggen dat hij over 20 minuten met een grijze 207 bij het benzinestation van de snelweg is. [medeverdachte 5] zegt daarop dat hij met een Golf rijdt.
Beller [koper 1] uit de voorgaande telefoongesprekken is [koper 1] . [koper 1] heeft bij de politie verklaard dat zijn voornaam [koper 1] is en dat hij is geboren op [geboortegegevens koper 1] . Zijn dealer liet zich [medeverdachte 2] noemen. [koper 1] nam telefonisch contact met [medeverdachte 2] op. In het begin was dat op het nummer [gouden lijn Seville 1] . Daarna kwam er een vervangend nummer: [gouden lijn Seville 1] . [koper 1] herkent van foto’s de persoon op het nummer 10 (rechtbank: [medeverdachte 5]), dat was volgens hem ‘ [bijnaam verdachte 5] ’, hij bewaakte de huizen. Soms bracht hij de drugs, maar dat was niet vaak. Hij wachtte op instructies van anderen. Bij de persoon op foto nummer 14 (rechtbank: [medeverdachte 17]) is [koper 1] geweest om drugs te kopen. De persoon op foto nummer 20 (rechtbank: [medeverdachte 1]) is volgens [koper 1] [medeverdachte 2] . [koper 1] denkt dat hij, [medeverdachte 2] , de baas is.
Van de verkoopplaatsen herkent [koper 1] op foto’s het huis op nummer 7 (rechtbank: [adres 2] in Margraten) en het interieur van dat huis op nummer 12. Hij herkent ook de bungalow op de nummers 13 en 14 (rechtbank: [adres 10] in Gulpen) en het interieur van die bungalow op nummer 16. Dat waren de plekken waar hij naar toeging om heroïne te kopen. Bij de parkeerplaats op nummer 3 (rechtbank: parkeerplaats naast hotel/restaurant [[naam restaurant]]) parkeerde [koper 1] zijn auto. De dealers kwamen hen daar halen om in de auto mee te nemen naar de huizen of het appartement waar gedeald werd.
[koper 8] heeft verklaard dat hij [koper 8] heet en dat hij op [geboortegegevens koper 8] . Hij reisde altijd met [koper 1] naar Nederland om heroïne en cocaïne te kopen. Je kon telefonisch contact met de Noord-Afrikaanse dealers opnemen. Het nummer was [gouden lijn Seville 1] . Meestal was het [koper 1] die belde, er werd dan voor vertrek vanuit Nancy gebeld om een seintje te geven. Het was niet nodig om de hoeveelheid die zij wilden kopen te melden. Dertig minuten voor aankomst op de afgesproken plaats belden zij nogmaals. Daarna parkeerden zij op een kleine parkeerplaats in Eijsden. Vervolgens stapten zij bij de drugsrunner in de auto die hen afzette bij een appartement of een huis. Over het algemeen was degene die de telefoon opnam ook degene die hen in het huis van dienst was. Ter plaatse was gratis heroïne en cocaïne beschikbaar. Ze gaven dan het geld en de dealer maakte in hun bijzijn de bestelling klaar en overhandigde hun het pakket. Er waren verschillende kwaliteiten heroïne, die in prijs varieerde van zes euro tot 25 euro per gram. [koper 8] nam altijd alleen die van zes euro per gram. Er was maar een kwaliteit cocaïne, die kostte veertig euro per gram. Ook [koper 8] herkent van de foto’s enkele personen. De personen op de foto’s met de nummers 3 (rechtbank: [medeverdachte 6]), 10 (rechtbank: [medeverdachte 5]) en 15 (rechtbank: [medeverdachte 7]) komen hem bekend voor. Het waren handlangers, zij deden alleen dienst als chauffeur en waren niet degenen die de drugs verstrekten. Een van hen werd “ [bijnaam verdachte 5] ’ genoemd. De persoon op nummer 5 (rechtbank: [medeverdachte 8]) gaf het hun in de huizen. De persoon op nummer 20 (rechtbank: [medeverdachte 1]) verstrekte ook de drugs. De kerk op de foto’s nummers 9 en 10 (rechtbank: de parkeerplaats nabij de Martinuskerk in Gronsveld) wordt door [koper 8] herkend als de plek waar ze wel eens parkeerden om op de chauffeurs te wachten, die hen dan kwamen ophalen.
Dat [koper 1] in de woning [adres 2] in Margraten is geweest blijkt ook uit het feit dat op 19 november 2013 bij de doorzoeking van het pand [adres 2] in Margraten in een vuilnisbak in de woonkamer een sigarettenpeuk (SINnr. AAFP3321NL) werd aangetroffen en in beslag genomen. Uit onderzoek door het NFI en vergelijking met een aantal buitenlandse DNA-databanken is een match gevonden tussen een DNA-profiel van een spoor uit Nederland (AAFP3321NL#01) en een DNA-profiel van een persoon uit Frankrijk. De matchkans van de bij de match betrokken DNA-kenmerken is kleiner dan een op een miljard. De code van het DNA-profiel uit Frankrijk is 000498642000. Uit onderzoek in het nationale geautomatiseerde bestand van de genetische vingerafdrukken/de Franse nationale DNA-databank blijkt dat voormelde code 000498642000 hoort bij [koper 1] , geboren op [geboortegegevens koper 1] . Hetzelfde kan worden gezegd van [koper 8] . Ook van hem werd in de woning [adres 2] in Margraten een sigarettenpeuk (SINnr. AAFP3345NL) aangetroffen en in beslag genomen. Uit onderzoek door het NFI en vergelijking met een aantal buitenlandse DNA-databanken is een match gevonden tussen een DNA-profiel van een spoor uit Nederland (AAFP3345NL#01) en een DNA-profiel van een persoon uit Frankrijk. De matchkans van de bij de match betrokken DNA-kenmerken is kleiner dan een op een miljard. De code van het DNA-profiel uit Frankrijk is 000847435000. Uit onderzoek in het nationale geautomatiseerde bestand van de genetische vingerafdrukken/de Franse nationale DNA-databank blijkt dat voormelde code 000847435000 hoort bij [koper 8] , geboren op [geboortegegevens koper 8] .
Delictdossier [koper 9]
Getuige [koper 9] heeft bij de Franse politie verklaard dat hij sinds 2010 zijn verdovende middelen in Nederland koopt bij twee verschillende Nederlandse netwerken. Het ene netwerk was van [bijnaam medeverdachte 7] , die hij belde op het telefoonnummer [gouden lijn Seville 2] . Het andere netwerk noemde zichzelf [bijnaam medeverdachte 4] /werd [bijnaam medeverdachte 4] genoemd. [koper 9] had gehoord dat [bijnaam medeverdachte 4] was aangehouden en de gevangenis in was gegaan. Desondanks bleef het netwerk in de lucht, het enige dat veranderde was dat de persoon aan de andere kant zich niet meldde met [bijnaam medeverdachte 4] , maar met [medeverdachte 2] . Bij het netwerk [bijnaam medeverdachte 4] / [medeverdachte 2] kocht [koper 9] vanaf 2010 tot midden 2012. Van mei 2012 tot januari 2013 kocht hij dan eens bij het netwerk van [medeverdachte 2] , dan weer bij dat van [bijnaam medeverdachte 7] . De netwerken functioneerden op dezelfde manier: je moest laten weten wanneer je vertrok en dertig minuten voor aankomst weer bellen, de plaats van de afspraak en de hoeveelheden precies aangeven. De prijzen en de kwaliteit van de middelen waren precies hetzelfde. Heroïne voor zeven euro per gram en voor 25 euro per gram. Ook kon je cocaïne kopen. In zijn telefoon staat onder de naam ‘ [naam 8] ’ het telefoonnummer [gouden lijn Seville 1] opgeslagen. Dat is het nummer van voorheen het netwerk [bijnaam medeverdachte 4] . Toen [bijnaam medeverdachte 4] werd aangehouden en de gevangenis in ging is [bijnaam medeverdachte 4] geworden. Van de hem getoonde foto’s herkent [koper 9] de persoon op nummer 16 (rechtbank: [medeverdachte 4]). Dat was volgens hem vroeger de baas van het [bijnaam medeverdachte 4] -netwerk. [koper 9] is hem gedurende een lange tijd tegengekomen. Op een dag was hij uit het circuit verdwenen. Toen heeft men verteld dat hij in de gevangenis zat. Hij is lange tijd de dealer van [koper 9] geweest. De persoon op foto nummer 20 (rechtbank: [medeverdachte 1]) is volgens [koper 9] ‘ [medeverdachte 2] ’. Hij maakt eveneens, en al lange tijd, deel uit van het [bijnaam medeverdachte 4] -netwerk. Hij was ook al aan het werk toen [bijnaam medeverdachte 4] aan het hoofd stond van het netwerk. ‘ [medeverdachte 2] ’ was zowel bestuurder van de auto die belast was met het gaan ophalen van klanten, als de persoon die de bestellingen klaarmaakte. Het is zelfs voorgekomen dat hij de telefoon opnam. [medeverdachte 2] begrijpt de Franse taal en hij wordt begrepen om de deal te sluiten, maar hij begrijpt niet alles wat er wordt gezegd.
[koper 10] verklaarde bij de Franse politie dat zij samen met haar partner [koper 9] naar Nederland ging om heroïne te halen. Ze kochten bij twee verschillende netwerken. De Nederlandse gesprekspartner van het ene netwerk noemde zich ‘ [bijnaam medeverdachte 4] ’ aan de telefoon. Eenmaal op de plaats van de deal werd de naam van de persoon ‘ [bijnaam medeverdachte 4] ’ of ‘ [medeverdachte 2] ’. Het andere netwerk noemde zich ‘ [bijnaam medeverdachte 7] ’. In haar telefoon staat het nummer [gouden lijn Seville 1] zowel onder de naam [bijnaam medeverdachte 4] als onder de naam [medeverdachte 2] . Volgens [koper 10] werd dit telefoonnummer gebruikt door [medeverdachte 2] en [bijnaam medeverdachte 4] , de mannen in Nederland waar ze, voordat ze bij [bijnaam medeverdachte 7] kwamen, hun heroïne gingen halen.
Dat [koper 9] en [koper 10] inderdaad bij de organisatie rondom [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] drugs kochten blijkt onder meer uit een telefoongesprek dat [koper 9] op 11 september 2012 voerde met het telefoonnummer [gouden lijn Seville 1] . Ze spreken af elkaar ‘zoals gewoonlijk’ in Aubel te ontmoeten. Uit de door de Franse politie afgeluisterde gesprekken blijkt dat [koper 9] naar het nummer [gouden lijn Seville 1] belde vanaf 26 augustus 2012 tot en met 23 september 2012 en tussen 26 november 2012 en 8 januari 2013. In het laatste gesprek komt volgens de Franse politie ook [koper 10] (de rechtbank begrijpt: [koper 10]) aan de telefoon.
Delictdossier [koper 11]
Uit een door de Belgische politie afgeluisterd telefoongesprek blijkt dat op 12 oktober 2012 door het Belgische telefoonnummer [telefoonnummer] wordt gebeld naar de [gouden lijn Seville 1] . Ene [koper 11] meldt zich en zegt dat hij zojuist [medeverdachte 2] aan de telefoon had, die hem dit nummer heeft gegeven. [koper 11] heeft een kilogram heroïne nodig plus 33 gram cocaïne en een of twee jointjes. De heroïne moet wel van goede kwaliteit zijn, want [koper 11] heeft klanten die spuiten, en dat ging niet bij de heroïne die hij de vorige keer had. Ongeveer een uur later belt [koper 11] opnieuw. Hij meldt dat hij over 30 minuten op de parkeerplaats in Aubel is. Opnieuw vraagt hij naar wat beu (rechtbank: door de tolk is vermeld dat dit vertaald kan worden als wiet) voor onderweg. Dat is goed, zegt de [gouden lijn Seville 1] , die krijgt hij. Toch is de geleverde kwaliteit heroïne niet in orde, zo blijkt uit het tapgesprek van 15 oktober 2012. [koper 11] wil de door hem gekochte kilogram morgen komen ruilen. Dat is in orde, zegt de [gouden lijn Seville 1] . [koper 11] bestelt dan tevens 30 gram coke. Dat is goed. [koper 11] vraagt vervolgens of er ook ‘beu’ is. De [gouden lijn Seville 1] zegt dat hij ook ‘beu’ heeft, waarna [koper 11] tevens 25 gram ‘beu’ bestelt. [koper 11] meldt dat hij over twee uur aankomt en een half uur voor aankomst nog zal bellen.
[koper 11] bestelt doorgaans een kilogram heroïne en een paar gram cocaïne. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het tapgesprek van 1 mei 2013. [koper 11] belt dan met het telefoonnummer [telefoonnummer] naar de [gouden lijn Seville 1] . Dit nummer wordt opgenomen door [medeverdachte 1] . [koper 11] zegt: “Ik wou je zeggen dat ik morgen zal komen, ik heb zoals gewoonlijk nodig, 1 kilo. Aan coke heb ik niet veel nodig, 5 of 10 gram.” Dat die ene kilo heroïne betreft blijkt uit het daar op volgende tapgesprek van 2 mei 2013, waarin [koper 11] zegt dat ‘er 1 kilo dope moet zijn, 1 kilo heroïne en 5 gram coke en een goed iets voor de reis’.
Ook een collega van [koper 11] , [koper 17] , meldt zich bij het nummer [gouden lijn Seville 1] . [medeverdachte 4] neemt op 3 mei 2013 de telefoon op. [koper 17] , die belt met het nummer [telefoonnummer] , bestelt dan 50 gram wit en 55 gram bruin. Hij vraagt of er ook beu/wiet of hasj is. Maar dat is er niet, zegt [medeverdachte 4] . De door [koper 17] bestelde hoeveelheden zijn kennelijk te laag voor de organisatie. Op 15 mei 2013 belt [koper 17] opnieuw, ditmaal naar het nummer [telefoonnummer] . [medeverdachte 1] neemt de telefoon op. [koper 17] bestelt 50 wit en 50 bruin. Dat is voor nu akkoord, maar [koper 17] moet de volgende keer wel minimaal 100 gram ‘hero’ bestellen, zegt [medeverdachte 1] . En ‘wit’ is voor hem geen verdienste, dat is meer een gunst voor de klanten. [koper 17] meldt even later aan [medeverdachte 1] dat hij met een blauwe Opel Tigra komt.
[koper 11] en [koper 17] (rechtbank: de Belgische politie noemt hem [koper 17]) maken niet alleen gebruik van de hiervoor reeds vermelde telefoonnummers voor het doen van bestellingen, maar ook van de telefoonnummers [telefoonnummer] respectievelijk [telefoonnummer] . Zo wordt er op 7 juni 2013 om 14:05 uur via het telefoonnummer [telefoonnummer] door [koper 11] 100 gram bruin en 50 gram coke besteld. Meteen daarna belt [medeverdachte 1] met [medeverdachte 5] en zegt dat ‘hij over 25 minuten bij parkeer villa is, 50 melk en 50 ehhh koffie’. Zo’n 35 minuten later belt [medeverdachte 5] naar [medeverdachte 1] . [medeverdachte 5] zegt dan tegen [medeverdachte 1] dat ‘hij met deze buiten is gegaan. Dat was de vriend van [koper 11] , zei die’.
Op 7 juni 2013 vindt nog een tweede bestelling plaats. Het gaat volgens de Belgische politie om 1100 gram bruin en 60 gram coke. Om 17:43 uur wordt via het Marokkaanse telefoonnummer
[telefoonnummer] gebeld naar [medeverdachte 1] . Gezegd wordt dat ‘ [koper 11] straks komt met 20 en een hele’, waarop [medeverdachte 1] vraagt: “Dus 20 melk en een koffie?” “Juist”, zegt degene die vanuit Marokko belt. Vervolgens belt [medeverdachte 1] meteen naar [medeverdachte 5] en geeft hem opdracht om een liter koffie en 20 melk mee te nemen. Hij moet ze goed in ‘sullefaan’ doen en ook een beetje voor onderweg meenemen.
Op 17 september 2013 belt [koper 11] via het telefoonnummer [telefoonnummer] naar [medeverdachte 1] op het nummer 0942. [koper 11] zegt dat de vorige keer het materiaal niet goed was, klanten hebben zich beklaagd. Desondanks bestelt [koper 11] toch weer een kilo heroïne en 65. De laatste bestelling door [koper 11] dateert van 14 november 2013. Hij belt met [medeverdachte 1] op het nummer [gouden lijn Seville 1] en bestelt 1 kl heroïne, 20 gram cocaïne en een lekker iets voor onderweg. Even later wijzigt [koper 11] de bestelling in 17 gram cocaïne en 1 kilo. [medeverdachte 5] , die dan de [gouden lijn Seville 1] bedient, zegt dat hij hem toch 20 gram coke geeft. Ze spreken af bij een bankje op een weggetje bij parkeerplaats ‘villa’.
De Belgische politie heeft [koper 12] kunnen identificeren als de gebruiker van het – hiervoor vermelde, op 1 mei 2013 gebruikte – vaste telefoonnummer [telefoonnummer] . Door de Belgische verbalisanten is verklaard dat een zoektocht naar de houder van dit telefoonnummer op ITT Promedia heeft geleid naar een zekere [vader koper 12] , [adres 15] . Een zoektocht op Google leidde naar [vader koper 12] , wonende te [adres 16] . Verondersteld mag volgens de Belgische verbalisanten worden dat deze [vader koper 12] de vader is van [koper 12] . Laatstgenoemde is bij de politie bekend als iemand met drugsproblemen, zo relateert de Belgische politie in haar proces-verbaal. [koper 12] maakt ook gebruik van het – eveneens hiervoor vermelde op 17 september 2013 gebruikte – telefoonnummer [telefoonnummer] . Dat blijkt uit drie andere door de Belgische politie afgeluisterde telefoongesprekken. In het eerste gesprek gebruikt de gesprekspartner de voornaam [koper 12] . In het tweede gesprek maakt de vrouwelijke gesprekspartner gebruik van een nummer dat door de provider wordt toegeschreven aan [moeder koper 12] , de moeder van [koper 12] . Uit dit gesprek valt af te leiden dat een moeder haar zoon verwijten maakt. In het derde gesprek preciseert de gesprekspartner van [koper 12] dat hij bij de Fortis is. [koper 12] antwoordt dat hij naar de tennisbaan moet komen. De Belgische politie tekent aan dat zich vlakbij het woonadres van [vader koper 12] , op de [adres 16] , een tenniscomplex en een bank van Fortis bevinden.
In de Belgische politiedatabase wordt een relatie gelegd tussen [koper 12] en [koper 13] .
Van [koper 13] is bekend dat de – bij de bestellingen van 3 mei 2013 respectievelijk 7 juni 2013 gebruikte – telefoonnummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] hem toebehoren. Het eerstgenoemde nummer gebruikt [koper 13] volgens de Belgische politie voor zijn handel in verdovende middelen; tevens is bij de Belgische politie bekend dat [koper 13] rijdt in de auto van zijn moeder [moeder koper 13] . Zij bezit een blauwe Opel Tigra met het kenteken [kenteken 5] . Tot slot relateert de Belgische politie dat bij een doorzoeking van de woning van [koper 13] drie brieven van [koper 12] zijn gevonden, waaruit blijkt dat [koper 13] goede betrekkingen onderhoudt met deze [vader koper 12] .
[vader koper 12] heeft in zijn eerste verhoor in België verklaard dat hij verslaafd is aan heroïne en cocaïne. Hij haalt zijn drugs in Aubel. Hij gebruikt verschillende telefoonnummers, waaronder het nummer
[telefoonnummer] . Voordat hij naar Aubel gaat, belt hij eerst met het Nederlandse telefoonnummer [gouden lijn Seville 1] . Dat nummer heeft hij zes of zeven jaar geleden gekregen van een vriend van hem. Een tijdje geleden vond [vader koper 12] dat nummer terug op een stukje papier met daarop ook de vermelding ‘ [bijnaam medeverdachte 1] ’. Hij heeft dat nummer iets meer dan een jaar geleden voor het eerst gebeld en het werkte. Een nikker beantwoordt de telefoon. Hij is Nederlands en spreekt Nederlands en een beetje Frans. De bestellingen geeft [vader koper 12] meteen door per telefoon. Ze spreken vervolgens af op een kleine weg na Aubel. Ongeveer twee kilometer na Aubel is een klein hotel-restaurant met een witte gevel en een haag eromheen. Daar slaat [vader koper 12] dan linksaf. De ontmoetingsplaats ligt 500 of 600 meter verderop. Vaak is het de persoon die de telefoon beantwoordt, die de levering doet. Soms laat hij het over aan een van zijn collega-nikkers. De eerste keer is hij in een appartement in Nederland geweest om te proeven en de prijzen te bespreken. De auto liet hij toen in Aubel, waar hij door hen werd opgehaald, staan. Bij zijn vertrek kreeg hij 100 gram cadeau. Daarna is [vader koper 12] uitsluitend naar Aubel gegaan. Hij kocht minimaal 500 gram heroïne. Een deel van de gekochte heroïne verkocht [vader koper 12] weer door aan zijn eigen klanten.
[vader koper 12] is in totaal door drie verschillende personen bediend. De grote baas is volgens [vader koper 12] kaal, maar laat haartransplantaties doen. Hij is tussen de 35 en 40 jaar oud. Ze rijden met verschillende auto’s (een zwarte Audi A6, een zwarte of grijze VW Golf R32, een donkergrijze VW Golf GTI, een zwarte VW Passat), die allemaal Nederlandse kentekenplaten hebben. Er zitten altijd nog een of twee personen in de auto van de koerier. [vader koper 12] parkeert zijn auto naast de auto van de koerier en de deal vindt vervolgens plaats via het raam. Hij ontvangt de drugs en betaalt vervolgens cash. De koerier controleert nooit of het bedrag klopt. De heroïne is verpakt in met bruin tape ingepakte blokken. Een blok is altijd 500 gram. De cocaïneballetjes zitten verpakt in plastic boodschappentassen. De koerier maakt een balletje met het gewicht dat [vader koper 12] besteld heeft. Soms krijgt [vader koper 12] twee of drie gram heroïne en maximaal een halve gram cocaïne cadeau. In zijn tweede verhoor zijn aan [vader koper 12] diverse foto’s getoond. Hij herkent van de foto’s van personen nummer 10 (rechtbank: [medeverdachte 5]) als de persoon die in verschillende auto’s reed naar de plaatsen van levering. Vrijwel elke keer dat [vader koper 12] afreisde, zag hij hem. De persoon op foto nummer 20 (rechtbank: [medeverdachte 1]) is volgens [vader koper 12] [bijnaam medeverdachte 1] , degene bij wie hij het spul bestelde. [vader koper 12] kent hem ongeveer anderhalf jaar en hij denkt dat [bijnaam medeverdachte 1] de baas is. Hij is volgens [vader koper 12] de enige die het Frans redelijk begreep en sprak. Van de foto’s met verkoopplaatsen herkent [vader koper 12] nummer 13 (rechtbank: [adres 10] Gulpen). Dat is de bungalow waar hij eens met [bijnaam medeverdachte 1] is geweest, toen die geen spul bij zich had. [vader koper 12] is er slechts een keer geweest. Van de foto’s met ontmoetingsplaatsen herkent [vader koper 12] restaurant ‘ [[naam restaurant]] ’ op de foto’s 3 en 4 (rechtbank: Restaurant [[naam restaurant]] , [adres 14] Noorbeek). Zijn voornaamste ontmoetingsplaats bevond zich vlakbij een bankje langs de hoofdweg op ongeveer 500 meter na dit restaurant, zo verklaart [vader koper 12] . [bijnaam medeverdachte 1] kent hij nu zo’n anderhalf jaar. Hij leerde hem kennen op een ontmoetingsplaats, waar [bijnaam medeverdachte 1] hem meerdere malen aansprak. [bijnaam medeverdachte 1] leverde goed spul en vanaf dat moment is hij met hem zaken gaan doen. Het laatste telefoonnummer van [bijnaam medeverdachte 1] was [gouden lijn Seville 1] . Het eerste nummer leek daar heel erg op, maar dat herinnert [vader koper 12] zich niet meer. In het begin rekende [bijnaam medeverdachte 1] acht euro voor een gram bruin en vijfenveertig euro voor een gram coke. Omdat [vader koper 12] een trouwe klant was, verlaagde [bijnaam medeverdachte 1] zijn prijzen tot zeven euro voor een gram bruin en veertig euro voor een gram coke, op voorwaarde dat [vader koper 12] veel nam. [vader koper 12] reisde vanaf eind 2012 tot en met 14 november 2013 iedere maand af voor circa een kilogram bruin voor de wederverkoop en 50 gram coke voor gebruik door zijn vriend [koper 13] en hem zelf.
[koper 13] heeft verklaard dat hij de hoofdbestuurder is van de Opel Tigra met kenteken [kenteken 5] . De verzekering van deze auto staat op naam van zijn moeder. [koper 12] is een goede vriend van hem. Hij kent hem sinds de zomer van 2012. [koper 13] is eigenaar van de telefoon met het nummer
[telefoonnummer] . Dat nummer heeft hij al een aantal jaren. [koper 13] heeft verder niets willen verklaren over de bestellingen die met dit telefoonnummer zijn gedaan bij een Nederlands netwerk. Hij beroept zich op zijn zwijgrecht als hij wordt gewezen op andere bestellingen die volgens de Belgische politie door hem zouden zijn gedaan via het telefoonnummer [telefoonnummer] .
Delictdossier [koper 16]
[koper 14] heeft bij de Franse politie verklaard dat hij de persoon op foto nummer 20 (rechtbank: [medeverdachte 1]) kent als [medeverdachte 2] . Hij bezocht hem sinds 2008. [medeverdachte 2] verstrekte volgens [koper 14] de drugs in de appartementen en bereidde de bestellingen heroïne en cocaïne voor. De persoon op foto nummer 27 (rechtbank: [medeverdachte 12]) herkent hij als de chauffeur, die hen vervoerde van de parkeerplaats waar ze hun auto achterlieten naar de appartementen. Hij bereidde en gaf ook wel de drugs. [koper 14] reed naar het restaurant op de foto’s 4, 5 en 6 (rechtbank: restaurant [[naam restaurant]] te Noorbeek) om [medeverdachte 2] te bezoeken. [koper 14] werd op 25 september 2012 samen met [koper 16] aangehouden door de Belgische politie. Vlak voor hun aanhouding probeerden zij zich te ontdoen van een pakje, waarin 520 gram heroïne bleek te zitten. Sindsdien zit hij gedetineerd in de gevangenis in Metz (Frankrijk), verklaarde [koper 14] .
Verwerping verweer “Post-Vidgen”
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de verklaringen van de getuigen die belastend over verdachte hebben verklaard, niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt als de verdediging deze getuigen niet (bij de rechter-commissaris) heeft kunnen ondervragen. Dat is bij vele getuigen het geval, ondanks de grote inspanningen daartoe door de rechter-commissaris en de rechtbank. De verdediging heeft uitdrukkelijk geen afstand gedaan van de niet gehoorde getuigen. Tegen de achtergrond van de Vidgen-jurisprudentie dienen de verklaringen van deze getuigen daarom buiten beschouwing te worden gelaten, aldus de verdediging.
Onder verwijzing naar hetgeen hierboven in het vonnis onder 2.2. is overwogen over getuigenverklaringen, stelt de rechtbank het volgende vast. De getuigen [koper 4] , [koper 6] , [koper 3] , [koper 1] , [koper 8] , [koper 9] , [koper 10] , [vader koper 12] , [koper 13] en [koper 14] konden niet worden getraceerd en zijn dus niet door de rechter-commissaris of ter terechtzitting gehoord. De verdediging is ook niet in een eerder stadium in de gelegenheid geweest deze getuigen te (doen) ondervragen. De belastende verklaringen van de getuige [koper 4] worden echter voldoende ondersteund door andere bewijsmiddelen, te weten het hiervoor vermelde proces-verbaal van aanhouding van [koper 4] op
15 oktober 2013 in Metz (Frankrijk) en de hiervoor weergegeven tapgesprekken. Datzelfde geldt voor de verklaringen van de getuigen [koper 6] en [koper 3] . Hun verklaringen worden namelijk ondersteund door de hiervoor vermelde tapgesprekken, het proces-verbaal van aanhouding van de getuige [koper 6] op 4 juli 2013 en door het feit dat van de getuige [koper 3] DNA is aangetroffen op een sigarettenpeuk in het pand [adres 2] in Margraten. Dat laatste geldt eveneens voor de getuigen [koper 1] en [koper 8] . Ook van hen werd immers DNA aangetroffen in laatstgemeld pand.
De verklaringen van [koper 9] en [koper 10] worden naar het oordeel van de rechtbank ondersteund door het feit dat bij de doorzoeking van hun woning in Nancy (Frankrijk) op 19 november 2013 heroïne, cocaïne en cannabis werd aangetroffen. Dat die verdovende middelen op 18 november 2013 werden gekocht bij het netwerk [bijnaam medeverdachte 7] (rechtbank: uit onderzoek blijkt dat dit de groepering [medeverdachte 18] is van Seville 2), zoals [koper 9] en [koper 10] verklaarden, maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat hun verklaring ten aanzien van het onderhavige dossier Seville 1 niet gebruikt kan worden voor het bewijs.
De verklaringen van de getuigen [vader koper 12] en [koper 13] worden ondersteund door de hiervoor vermelde bevindingen van de Belgische politie omtrent vaststelling identiteit van beide getuigen, de door hen gebruikte telefoonnummers en het gebruik van de Opel Tigra door [koper 13] .
Tot slot wordt de verklaring van [koper 14] ondersteund door het feit dat bij zijn aanhouding op
25 september 2012 in België 520 gram heroïne werd aangetroffen.
Het voorgaande brengt naar het oordeel van de rechtbank mee dat de door de hiervoor vermelde getuigen afgelegde verklaringen wel voor het bewijs van het ten laste gelegde kunnen worden gebruikt.
(Verlengde) uitvoer
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de (verlengde) uitvoer van verdovende middelen. Volgens de verdediging valt niet uit te sluiten dat de buitenlandse koper(s) met de door hem(hen) gekochte verdovende middelen binnen de Nederlandse landsgrenzen zou(den) blijven.
De rechtbank verwerpt dit verweer. Uit de hiervoor beschreven delictdossiers blijkt dat de kopers vanuit Frankrijk of België telefonisch de door hen gewenste drugs bestelden of enkel aangaven dat zij van plan waren om te komen – dat was kennelijk voor de organisatie een voldoende aanwijzing dat het om de koop van drugs ging –, daarbij vaak ook nog vroegen om ‘een cadeautje voor onderweg’, zij vervolgens naar Zuid-Limburg reisden, daar de drugs van (een of meer leden van) de organisatie in ontvangst namen en vervolgens met die door hen gekochte drugs, en in een groot aantal gevallen ook nog voorzien van ‘een cadeautje voor onderweg’ weer terugreisden naar Frankrijk of België. Daar komt nog bij dat – zoals bijvoorbeeld door [koper 9] is verklaard c.q. uit het door [koper 11] op 12 oktober 2012 gevoerde telefoongesprek blijkt – de buitenlandse kopers zelf ook weer de hen gekochte drugs doorverkochten aan hun eigen klanten. Gelet op het voorgaande staat vast dat de drugs ‘buiten het grondgebied van Nederland werden gebracht’ zoals neergelegd in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet.
Conclusie harddrugs
Uit de tapgesprekken, de verklaringen van kopers en het aantreffen van deze drugs door de Franse politie bij de kopers komt naar voren dat de groep achter de gouden lijn handelde in grote hoeveelheden cocaïne en heroïne, ook wel handelshoeveelheden genoemd. Dat de groep ook in andere stoffen handelde zoals in de tenlastelegging staat vermeld, te weten amfetamine, MDMA, tenamfetamine en N-ethyl MDA, volgt niet uit het dossier. Voor die stoffen komt de rechtbank dan ook niet tot een bewezenverklaring en zal vrijspraak volgen.
De rechtbank is, gelet op voorgaande, van oordeel dat de groep achter de gouden lijn harddrugs verkocht en exporteerde naar het buitenland en daartoe harddrugs in voorraad had.
Softdrugs
In het dossier zijn aanknopingspunten dat de groep achter de gouden lijn de handel in softdrugs niet als hoofddoel had. Er zijn echter wel softdrugs verstrekt als cadeau voor de chauffeur c.q. koper. De rechtbank heeft hiervoor de volgende bewijsmiddelen.
Delictdossiers
Zoals hiervoor reeds is vermeld onder het kopje ‘Delictdossier [koper 6] ’ wordt door de Franse koper [koper 6] gevraagd of het mogelijk is om aan een beetje wiet te komen. Degene met wie hij belt zegt dan dat hij zal kijken of de coffeeshop open is. De Belgische koper [koper 12] uit het ‘delictdossier [koper 11] ’ bestelt regelmatig ‘beu’ (griffier: door de tolk vertaald als wiet): een of twee jointjes/een beetje beu, 25 gram beu of voor 50 euro aan beu.
Tapgesprekken
De verdachten praten er ook onderling over. Uit een tapgesprek van 5 november 2013 blijkt dat [medeverdachte 7] aan [medeverdachte 5] vraagt wat het gras dat daar ligt, kost. De klant wil voor 20 euro hebben. [medeverdachte 5] zegt dat [medeverdachte 7] dat zo mee kan geven, het is niet voor de verkoop bestemd, moet [medeverdachte 7] zeggen. Van de tien gram die daar volgens [medeverdachte 5] nog ligt, moet [medeverdachte 7] de helft aan de klant geven. En [medeverdachte 1] zegt op de dag dat hij door de politie wordt opgepakt tegen zijn broer [medeverdachte 2] , die dan nog in Marokko verblijft, dat er een inval is thuis, bij moeder. Hij heeft daar alleen die hasj van [medeverdachte 2] nog liggen. [medeverdachte 1] is vergeten om die mee te nemen.
Conclusie
Het vorenstaande in aanmerking genomen en gecombineerd met het feit dat bij de doorzoeking op 19 november 2013 op de [adres 6] in Gouda (het adres waar de moeder van [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] werd aangetroffen) 199 gram hasjiesj, op het [adres 9] in Gouda 49,9 gram hasjiesj en in bungalow 7 op het adres [adres 10] in Gulpen vier zakjes hennep (totaal 7,55 gram) en twee blokjes hasjiesj (totaal 17,93 gram) in beslag werden genomen, maakt dat de rechtbank van oordeel is dat ook feit 2 kan worden bewezen, in die zin dat sprake is van het buiten het grondgebied van Nederland brengen van hennep en/of hasjiesj en van het opzettelijk aanwezig hebben van (in totaal) 7,55 gram hennep en 266,83 gram hasjiesj.
Dat sprake is van de uitvoer respectievelijk het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennep en/of hasjiesj acht de rechtbank evenwel niet bewezen, nu gesproken wordt over ‘een beetje wiet’, ‘een of twee jointjes, ‘25 gram beu’, ‘voor 50 euro aan beu’ of ‘tien gram gras’ en in totaal nog geen 300 gram hennep en hasjiesj op drie verschillende adressen in beslag werd genomen. Dit betekent dat niet voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 1 lid 2 van het Opiumwetbesluit, waarin - onder verwijzing naar artikel 11 lid, vijfde lid van de Opiumwet - wordt vermeld dat het moet gaan om (ten minste) 500 gram hennep, 200 hennepplanten of 500 eenheden van een ander middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, zodat verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging partieel zal worden vrijgesproken.
5 Tussenconclusie
Uit voorgaande trekt de rechtbank ten aanzien van het functioneren van de groep Seville 1 de volgende conclusies:
? Er wordt door een lid van een Franse of Belgische groep of een solitaire Belgische of Franse koper via de gouden lijn een bestelling geplaatst, waarbij soms expliciet werd gesproken over heroïne, cocaïne en/of hasjiesj en beu/wiet en waarbij soms werd verwezen naar eerdere bestellingen;
? De heroïne was beschikbaar in verschillende kwaliteiten, met bijbehorende prijzen, variërend van zes euro tot 25 euro per gram. Cocaïne was enkel leverbaar voor 40 euro per gram. Bestellingen van wiet gingen slechts om een paar jointjes, dan wel enkele grammen tot maximaal 25 gram;
? Vervolgens wordt vanuit Frankrijk of België richting Nederland gereden, waarbij degene die komt enige tijd voor zijn aankomst laat weten hoe laat hij of zij er zal zijn;
? Door de beller of een lid van de hier terechtstaande organisatie wordt dan gezegd waar men elkaar zou treffen. Dat kon bijvoorbeeld het restaurant ‘ [[naam restaurant]] ’ nabij de grensovergang Aubel/Noorbeek zijn. Kopers als [koper 4] , [koper 1] en [vader koper 12] herkennen bijvoorbeeld (de parkeerplaats bij) dit restaurant als ontmoetingsplaats. Ook werd wel afgesproken in Gronsveld, zo verklaart koper [koper 8] ;
? De drugs worden of meteen geleverd bij de auto waarmee de buitenlandse kopers naar Nederland komen, of in een (vakantie)woning waar de drugsrunners de kopers mee naar toe nemen. Daar hebben zij de gelegenheid om de drugs te proeven, wordt de door hen gewenste hoeveelheid geprepareerd en kunnen zij die vervolgens meenemen naar hun thuisland. De plaatsen waar ‘in huis’ werd geleverd varieerden. Diverse kopers herkennen de panden [adres 2] in Margraten, [adres 10] in Gulpen en [adres 1] in Berg en Terblijt als adressen waar zij geweest zijn om de drugs in ontvangst te nemen. Van de kopers [koper 3] , [koper 1] en [koper 8] wordt ook DNA aangetroffen op een sigarettenpeuk in de woonkamer van het pand [adres 2] in Margraten. Bij een observatie wordt gezien dat de later in Frankrijk aangehouden [koper 4] het pand in Berg en Terblijt binnen gaat;
? De drugs worden in sommige gevallen geleverd in een autoband, die dezelfde afmeting heeft als de reserveband van de auto van de koper of chauffeur.
In het volgende hoofdstuk zal de rol van verdachte bij de groep beoordeeld worden en vervolgens zal de rechtbank daaraan de conclusie verbinden of deze rol een strafrechtelijk verwijt met zich mee brengt en zo ja, welk.
6. Bespreking van de feitelijke rol van de verdachte en de strafrechtelijke kwalificatie van die rol
Feitelijke rol
Zoals volgt uit de beschrijving van het telefoongebruik hierboven, is [verdachte] naar het oordeel van de rechtbank degene geweest die de ten behoeve van de organisatie aangeschafte telefoons gebruiksklaar maakte; hij programmeerde de belangrijkste telefoonnummers in de telefoons en voorzag deze van kleurenstickers.
[verdachte] heeft ter zitting van de rechtbank van 30 november 2016 verklaard dat hij niets weet van de telefoons die in de berging van zijn ouderlijk huis zijn aangetroffen, dat hij zich geen telefoongesprekken over nieuwe telefoons kan herinneren, en dat ook niet nadat aan hem de hierboven weergegeven tapgesprekken van 25 en 28 juni 2013 zijn voorgehouden. Hij heeft verklaard niet degene te zijn die daar over de tap komt en heeft verder verklaard dat hij niet degene is die iets met de telefoons moest doen.
Naar het oordeel van de rechtbank is hij echter wel degelijk degene geweest die daar over de tap komt. De persoon die in de tapgesprekken geduid wordt als [verdachte] maakt gebruik van het telefoonnummer [telefoonnummer] en de gebruiker van dat nummer maakt zich ook in de over dat nummer afgeluisterde tapgesprekken bekend als [verdachte] .
De rechtbank wijst daarbij op een tapgesprek van 7 juli 2013 waarin ene [naam 10] belt met het nummer [telefoonnummer]:
[verdachte] : Ja, hallo
[naam 10] : Hallo
[verdachte] : Nou, wie is dit?
[naam 10] : Ik heb het verkeerde nummer gebeld
[verdachte] : Hoe bedoel je, verkeerd nummer?
[naam 10] : Je bent [verdachte] , toch?
[verdachte] : Ja, wie ben jij dan?
[naam 10] : [naam 10]
[verdachte] : Ah, hoe kom je aan deze nummer?
[naam 10] : Ik heb andere nummer
[verdachte] : Ja, maar hoe kom je… aahh die zat erin?
[naam 10] : Die zat er nog in
[verdachte] : Ik zei tegen jou haal die nummers weg, ezel
[naam 10] : Ja, ik ga ze nu weghalen
[verdachte] : Haal die kaartje weg, breek die kaartje is verbrand, ezel dat je bent. Ik geef jou die telefoon, ik zeg gooi die kaartje gelijk, gelijk
[naam 10] : Oke, ik ga het nu weggooien
[verdachte] : Geljk, want anders gaan die insekten je pakken voor niks
[naam 10] : Oke, is goed
[verdachte] : Oke, verwijderen, maak hem kapot en gooi hem weg
[naam 10] : Oke
[verdachte] : Oke, ciao
Ook kan nog gewezen worden op een tapgesprek van 19 juli 2013 tussen [medeverdachte 1] en de gebruiker van het nummer eindigend op [telefoonnummer] waarin [medeverdachte 1] opmerkt “zeg, hij heeft je acht gegeven toch? (…) moet je vijf aan moeder geven en drie zet je onder de trap” waarna wordt gevraagd “hier bij moeder onder de trap?” De gebruiker van het nummer en [medeverdachte 1] hebben dus dezelfde moeder en [medeverdachte 1] heeft een broer die [verdachte] heet.
De rechtbank oordeelt de ontkenning van [verdachte] als dat hij niet degene zou zijn die door de politie in de afgeluisterde telefoongesprekken aangeduid wordt als [verdachte] , als kennelijk leugenachtig en afgelegd met de bedoeling te bedekken dat hij wist dat hij wel degelijk bij illegale praktijken betrokken was. De opdracht aan [naam 10] om het kaartje te vernietigen (de rechtbank begrijpt het simkaartje wat in de gekregen telefoon zat) omdat anders ‘de insekten’ hem pakken, spreekt wat dat betreft boekdelen. Zeker, als in ogenschouw wordt genomen dat, hetgeen de rechtbank een feit van algemene bekendheid acht, ‘insekten’ straattaal is voor de politie.
Is daarmee ook het bewijs gegeven voor de wetenschap dat deze illegale praktijken zagen op de georganiseerde (internationale) handel in verdovende middelen? Nee, maar er is meer.
[verdachte] is aan de hoogte van zijn stem en de wijze waarop woorden worden uitgesproken herkend als gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Aan de verdediging zij toegegeven dat ook zijn broer [medeverdachte 1] als gebruiker van dit nummer is herkend, maar dat sluit [verdachte] als gebruiker ervan nog niet uit. Zeker niet wanneer een telefoongesprek in ogenschouw wordt genomen waarbij [medeverdachte 1] aan zijn stem wordt herkend als beller naar het nummer [telefoonnummer] . Dat gesprek vindt plaats op 5 juli 2013.
Als dan ook bedacht wordt dat [medeverdachte 1] zich uitgeeft voor [bijnaam medeverdachte 1] (fon) tegenover Franstalige klanten en door Franstalige klanten ook zo aangeduid wordt, dan staat voor de rechtbank voldoende vast dat de volgende in het dossier (samengevat) weergegeven gesprekken niet door [medeverdachte 1] gevoerd zijn maar, gelet op de stemherkenning, door [verdachte] .
Het eerste gesprek vindt plaats op 4 juli 2013. Het nummer wordt dan om 7:33 uur gebeld door het Franse telefoonnummer [telefoonnummer] . De beller noemt op een gegeven moment zijn naam ( [naam 11] ) en zegt dat hij de vriend is van [bijnaam medeverdachte 1] , die met hem de vorige keer was gekomen. Hij meldt dat [bijnaam medeverdachte 1] onderweg is. [verdachte] spreekt en begrijpt zeer gebrekkig Frans en zegt dat [naam 11] met een nummer moet bellen zodat [medeverdachte 2] hem kan terugbellen. [naam 11] belt vanuit een telefooncabine, vandaar dat er geen nummer verschijnt. [naam 11] zegt dat [bijnaam medeverdachte 1] wel zijn nummer bij zich heeft en dat [naam 11] zelf het nummer van [bijnaam medeverdachte 1] niet heeft. Dit ontgaat [verdachte] allemaal. [verdachte] blijft eraan vasthouden dat [naam 11] met nummer moet bellen zodat [medeverdachte 2] hem direct terug kan bellen.
Het tweede gesprek vindt op 5 juli plaats om 12:34 uur. [verdachte] wordt dan gebeld door [bijnaam medeverdachte 1] die gebruik maakt van het Franse telefoonnummer [telefoonnummer] . [bijnaam medeverdachte 1] zegt dat hij bij Aubel is. Over vijf km is hij bij Aubel. [verdachte] begrijpt en spreekt slecht Frans. Hij zegt dat [medeverdachte 2] hem zal terugbellen.
Het derde gesprek is van 9 juli 2013. Om 5:22 uur wordt [verdachte] gebeld door een man die gebruik maakt van het Franse telefoonnummer [telefoonnummer] . NNman3924 (de rechtbank begrijpt dat hier bedoeld wordt NNman3286) vraagt of [bijnaam medeverdachte 1] gekomen is. [verdachte] denkt dat het om [bijnaam medeverdachte 1] gaat. Hij vraagt NNman of hij naar Maastricht komt.
Het vierde gesprek is van 10 juli 2013. Om 11:31 uur wordt [verdachte] gebeld door een man die gebruik maakt van het Franse telefoonnummer [telefoonnummer] .
[verdachte] : Allo
3286: Allo goede dag, ik heb je gisteren gebeld om te weten of mijn maatje [bijnaam medeverdachte 1] (fon)..
[verdachte] : He [bijnaam medeverdachte 1] , ok
3286: Is hij gekomen of…
[verdachte] : [bijnaam medeverdachte 1] heb ik jou gebeld met mijn nummer?
3286: Wat?
[verdachte] : [bijnaam medeverdachte 1] heb ik jou gebeld met een nummer?
3286: Ik heb geen nummer. Ik bel om te weten of hij gekomen is of niet.
[verdachte] : Heb je geen nummer?
3286: Ik heb geen nummer, ik bel vanuit een telefooncel. Ik wil weten of [bijnaam medeverdachte 1] vorige week gekomen is of niet.
[verdachte] : Het is beter om te bellen met een nummer zodat [bijnaam medeverdachte 1] jou direct kan bellen, begrijp je?
3286: Ik heb geen nummer, dat is. Ik heb hem nog niet gezien.
[verdachte] : Heb je geen nummer?
3286: Ik weet niet wat hij gedaan heeft.
[verdachte] : Ok, kom je vandaag naar Maastricht?
3286: Ik kan vandaag niet gekomen. Ik wil weten of je [bijnaam medeverdachte 1] hebt gezien of niet
[verdachte] : [bijnaam medeverdachte 1] met… wacht wacht telefoonnummer van [bijnaam medeverdachte 1] jij belt [bijnaam medeverdachte 1] , ok?
3286: Niet [bijnaam medeverdachte 1] , [bijnaam medeverdachte 1] , het is een Fransman, ken je hem?
[verdachte] : [bijnaam medeverdachte 1]
3286: [bijnaam medeverdachte 1] , de Fransman die met mij meekwam is hij bij jou geweest, of niet?
[verdachte] : Niet ik heb hem niet gezien
3286: Weet je niet of hij iets meenam?
[verdachte] : Dat weet ik niet broeder
3286: Waar ben je, in Maastricht?
[verdachte] : Ik ben in Maastricht. Kom je naar Maastricht?
3286: Niet vandaag. Ik ben iets aan het voorbereiden voor iemand die langskomt, ok?
[verdachte] : Bel mij op als je naar Maastricht komt … (niet te verstaan) Maastricht dan praat je met [bijnaam medeverdachte 1]
3286: Ok is goed. Ciao.
In deze gesprekken verwijst [verdachte] Franstalige bellers dus naar zijn broer [medeverdachte 1] , aangeduid als [bijnaam medeverdachte 1] / [medeverdachte 2] . Maar, waarvoor verwijst [verdachte] de bellers naar zijn broer? En waarom vraagt [verdachte] of de beller naar Maastricht komt? Wat heeft de beller hier te zoeken? En hoe weet [verdachte] dat zijn broer de naam [bijnaam medeverdachte 1] gebruikt in zijn contacten met Franstalige klanten?
Toegegeven zij dat in de gesprekken het woord “drugs” niet valt, maar kennelijk hoefde dat niet en was dat voor de gespreksdeelnemers duidelijk. [verdachte] is een goede verstaander en heeft aan een half woord genoeg en begrijpt dat als iemand in de buurt van Aubel is, een in dit dossier bekende plek waar de klanten afspraken met de organisatie, [medeverdachte 1] die persoon moet terugbellen. Wanneer dan ook nog de broederband in ogenschouw wordt genomen die niet alleen bestaat tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] (hoofdverdachte in deze zaak) maar ook tussen hen en [medeverdachte 2] , een andere verdachte in deze zaak, en wanneer daarbij ook nog wordt betrokken dat [verdachte] weet dat [medeverdachte 1] de naam [bijnaam medeverdachte 1] gebruikt in zijn contacten met Franstalige klanten, dan kan het niet anders zijn dan dat [verdachte] op de hoogte is geweest van het feit dat het hier om de handel in verdovende middelen ging.
Maar sinds wanneer is [verdachte] zo’n goede verstaander? Sinds wanneer is hij op de hoogte van de praktijken van zijn broer [medeverdachte 1] ?
De rechtbank kijkt dan naar de telefoongesprekken rond het “maken” van de telefoons en komt dan uit bij het hierboven onder het hoofdstuk “telefoongebruik S1” weergegeven gesprek van 25 juni 2013 om 15:46 uur. Dan belt [medeverdachte 1] naar [verdachte] en wordt er gesproken over het maken van telefoons. In dat gesprek zegt [medeverdachte 1] dat [verdachte] de vorige keer ook 100 telefoons had gemaakt. De rechtbank acht het, zeker zonder een verklaring van [verdachte] op dit punt, hoogst onwaarschijnlijk dat [verdachte] deze telefoons toen, na 25 juni 2013, is gaan maken zonder bekend te zijn met de reden waarom deze telefoons gemaakt moesten worden. Als hij al niet op de hoogte was van de reden toen hij die vorige keer 100 telefoons maakte, dan zal hij dat zeker wel geweest zijn op die 25ste juni 2013; de rechtbank acht het namelijk hoogst onwaarschijnlijk dat iemand dit soort klussen doet voor een ander zonder bekend te zijn met de reden, ook als die ander een broer is.
En zo valt dus, hetgeen de rechtbank hiervoor al overwoog, te begrijpen dat [verdachte] het niet raar vindt als hij Franstalige klanten aan de lijn krijgt en valt ook te begrijpen dat hij weet dat hij die klanten in contact moet brengen met zijn broer die hij nota bene noemt bij de naam die zijn broer [medeverdachte 1] gebruikt voor het contact met de Franstalige klanten: [bijnaam medeverdachte 1] .
Kortom, in ieder geval sinds 25 juni 2013 kan het, naar het oordeel van de rechtbank, niet anders zijn geweest dan dat [verdachte] op de hoogte was van de praktijken van zijn broer [medeverdachte 1] . Met die wetenschap is hij, zoals hiervoor beschreven onder het hoofdstuk “telefoongebruik S1”, op 28 juni 2013 toch telefoons gaan maken en heeft hij dat later, in augustus 2013, nog eens gedaan. Wist hij daarbij dat hij de telefoons maakte voor een organisatie? De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. Gelet op de afgeluisterde telefoongesprekken over het overgaan op andere kleuren en nummers, gelet op de bij de doorzoekingen op de diverse locaties aangetroffen telefoons waarop achterop een kleurensticker met een naam prijkte, gelet op het aantreffen van soortgelijke stickers bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] , gelet op de gesprekken over de namen die in het telefoonboek opgeslagen moesten worden, gelet op die telkens terugkerende namen met bijbehorende nummers in de telefoonboeken van de inbeslaggenomen telefoons, zal het [verdachte] bij het maken van de telefoons bekend zijn geweest dat hij de telefoons niet alleen voor zijn broer [medeverdachte 1] maakte, maar ook voor anderen.
Zoals al op meer plaatsen hiervoor werd opgemerkt, zijn er bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] in de berging ook nog twee dozen met elk 20 nieuwe telefoons aangetroffen. [verdachte] heeft verklaard niets te weten van die telefoons, maar dat oordeelt de rechtbank een leugenachtige verklaring. Gelet op de tapgesprekken rond het maken van de telefoons en de vindplaats van de telefoons, acht de rechtbank het zo te zijn geweest dat hij deze daar heeft bewaard ten behoeve van de organisatie, hetgeen ook geldt voor de stickervellen en de papiertjes met nummers en de prepaid kaartjes.
Strafrechtelijke kwalificatie per feit
Feiten 1, 2, 3 en 4: uitvoer van en handel in harddrugs en softdrugs
Onder de feiten 1, 2, 3 en 4 wordt de verdachte, kort samengevat, verweten dat hij samen met anderen opzettelijk in harddrugs en softdrugs heeft gehandeld en zich samen met anderen heeft schuldig gemaakt aan het uitvoeren van deze drugs dan wel dat hij medeplichtig daaraan is geweest.
Voor medeplegen is vereist dat er sprake was van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking bij het begaan van vorenomschreven feitelijke handelingen. Ook indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen of hulpmiddelen), kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.
Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
De bijdrage van de medepleger kan in uitzonderlijke gevallen in hoofdzaak vóór of ná het strafbare feit zijn geleverd. Een geringe rol of het ontbreken van enige rol in de uitvoering van het delict zal in dergelijke gevallen moeten worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door een grote(re) rol in de voorbereiding.
De rechtbank acht bewezen dat [verdachte] de telefoons heeft geprepareerd ten behoeve van de werkzaamheden van de organisatie. Gegeven het belang dat de organisatie had bij het onontdekt blijven van hun praktijken, had [verdachte] een belangrijke taak binnen de organisatie. Gelet op vorenstaand kader acht de rechtbank deze rol echter niet van zodanig gewicht dat er gesproken kan worden van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, zodat [verdachte] moet worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde medeplegen onder feit 1, 2, 3 en 4.
Subsidiair wordt [verdachte] medeplichtigheid aan voornoemde feiten verweten. Dat acht de rechtbank wel bewezen en zij overweegt daartoe als volgt.
Voor een bewezenverklaring dat [verdachte] opzettelijk gelegenheid heeft verschaft tot en/of opzettelijk behulpzaam is geweest bij het plegen van de misdrijven onder feit 1 en feit 2 is niet alleen vereist dat wordt bewezen dat zijn opzet was gericht op het bevorderen of gemakkelijk maken van die misdrijven, maar ook dat zijn opzet – al dan niet in voorwaardelijke vorm – was gericht op de door die derden gepleegde misdrijven. Dit wordt ook wel dubbel opzet genoemd. Voor de rechtbank staat vast dat [verdachte] de organisatie heeft gefaciliteerd door de benodigde telefoons te prepareren. Voor de rechtbank staat daarbij ook vast dat [verdachte] in ieder geval vanaf 25 juni 2013 wetenschap moet hebben gehad van de activiteiten van de organisatie.
Gelet op de feitelijke handelingen van [verdachte] en hetgeen de rechtbank heeft overwogen in het licht van de juridische kwalificatie van deze handelingen, acht de rechtbank bewezen dat [verdachte] medeplichtig is geweest aan de uitvoer van harddrugs (feit 1 subsidiair), de uitvoer van softdrugs (feit 3 subsidiair) alsmede aan het verstrekken en vervoeren van harddrugs (feit 2 subsidiair). Voor feit 4 zal vrijspraak volgen, omdat de rechtbank niet kan bewijzen dat de verstrekte hoeveelheid softdrugs telkens een hoeveelheid van 30 gram overschreed. Daarbij zij opgemerkt dat de overtredingsvariant niet ten laste is gelegd, waarbij nog eens geldt dat blijkens de tekst van artikel 48 Wetboek van Strafrecht alleen strafbaar is de medeplichtigheid aan een misdrijf en niet aan een overtreding.
De medeplichtigheidshandelingen verrichte hij ten behoeve van zijn medeverdachten binnen de groep Seville 1. Deze medeverdachten hadden de volgende rollen.
[medeverdachte 1]
De rechtbank dicht aan [medeverdachte 1] een leidinggevende rol toe. Uit tapgesprekken en verklaringen van kopers blijkt dat hij zorgde voor het contact met de buitenlandse kopers.Hij nam de bestellingen aan, gaf opdrachten om de klanten te bedienen en drugs te verpakken. [medeverdachte 1] bracht ook wel zelf de drugs naar de kopers en fungeerde in voorkomende gevallen als chauffeur of begeleider van een koper die de drugs in een van de huizen kocht. [medeverdachte 1] was ook het aanspreekpunt voor klachten en bezorgperikelen. Daarnaast zijn er, zoals hierna door de rechtbank bij [medeverdachte 4] wordt beschreven, telefonische overlegmomenten met [medeverdachte 4] over de voorraad verdovende middelen, het personeelsbeleid en de aanschaf van (huur)auto’s en telefoons. [medeverdachte 1] kan als de CEO van de onderneming worden gezien.
Koper [koper 14] verklaarde dat hij [medeverdachte 1] , die hij kent onder de naam [medeverdachte 2] , bezocht vanaf 2008. [medeverdachte 2] verstrekte volgens hem de drugs in de appartementen en bereidde de bestellingen heroïne en cocaïne voor.Dit plaatst [medeverdachte 1] dus aan het begin van de tenlastegelegde periode: op 1 januari 2008 handelde hij kennelijk al in verdovende middelen.
[medeverdachte 4]
had eveneens een belangrijke rol in de organisatie. Uit tapgesprekken en verklaringen van kopers blijkt bijvoorbeeld dat hij de bestellijn beheerde, nieuwe klanten lokte en de aanschaf van nieuwe telefoons en (huur)auto’s regelde. Daarnaast overlegde hij met [medeverdachte 1] over diverse personeels)zakenen zorgde hij voor de bevoorrading. Ook gaf hij opdrachten aan personen die lager op de hiërarchische ladder stonden. In voorkomende gevallen verstrekte hij drugs aan kopers.
In een telefoongesprek met een koper in 2013 zegt [medeverdachte 4] zelf dat hij en die koper al zes jaar samenwerken. Dit plaatst [medeverdachte 4] , evenals [medeverdachte 1] , aan het begin van de tenlastegelegde periode: op 1 januari 2008 handelde hij kennelijk al in verdovende middelen. Uit de telefoongesprekken die hij met [medeverdachte 1] voerde blijkt ook een zekere gelijkwaardigheid tussen deze twee personen. Ze overleggen over zaken op managementniveau: de voorraad, de door de organisatie te gebruiken auto’s, personeelszaken en over de geldverdeling. Typerend voor die samenwerking is ook een gesprek over hoe de klantenkring tussen hen beiden is verdeeld.
Concluderend dicht de rechtbank [medeverdachte 4] een sleutelrol in de organisatie toe van 1 januari 2008 tot en met het einde op 19 november 2013. Hij zou kunnen worden bestempeld als de CFO van de onderneming.
[medeverdachte 5]
functioneerde als chauffeur om kopers vanaf de ontmoetingsplaats naar de huizen te brengen, waarin drugs konden worden geproefd en gekocht. Hij verstrekte ook drugs aan de kopers. Vanaf september 2013 bemande hij de gouden lijn en zorgde als zodanig voor de afhandeling van de bestellingen. Hij was ook beheerder van de stashlocatie op het adres [adres 2] te Margraten .
[medeverdachte 7]
bemande het pand [adres 1] in Berg en Terblijt waar een handelsvoorraad verdovende middelen lag opgeslagen en waar kopers hun bestelling kwamen afhalen. In juli 2013 bewaarde hij de voorraad in een ander pand. Hij maakte de bestellingen klaar, ontving klanten op de [adres 1] en beschikte over de sleutels van andere panden van de groepering. Hij werkte vooral samen met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] . [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] vinden hem betrouwbaar en een goede werker. Hij verrichtte al deze werkzaamheden vanaf 27 juni 2013 tot aan zijn aanhouding op
19 november 2013.
[medeverdachte 6]
was in de periode van 20 september 2013 tot en met de dag van zijn aanhouding op 19 november 2013 voornamelijk als drugsrunner actief voor de groep Seville 1. Hij was verantwoordelijk voor het begeleiden van kopers van verdovende middelen naar en van de plaats waar de drugstransactie plaats vindt en het afleveren van de bestelling aan de klant en, logischerwijs, het innen van de koopprijs. Ook maakte hij drugs klaar voor klanten en wist hij dat het ging om heroïne, cocaïne, hennep en hasjiesj. Dat volgt uit de codetaal die hij gebruikte (‘voor 500 euro maken’, ‘150 van koffie en 10 van melk’) en de in het pand [adres 2] en [adres 10] aangetroffen verdovende middelen, sleutels en voorwerpen met DNA van hem, [medeverdachte 5] en kopers.
[medeverdachte 8]
had sinds 25 maart 2013 een Audi op naam staan voor de groep Seville 1. Later raakte [medeverdachte 8] ook als drugsrunner betrokken bij de groep Seville 1. Er is bewijs voor zijn betrokkenheid in de periode van 15 mei 2013 tot en met 31 mei 2013. Dat bewijs vindt de rechtbank in een aantal tapgesprekken met [medeverdachte 1] , waarin [medeverdachte 8] als deelnemer is geïdentificeerd. In de hoedanigheid van runner wordt [medeverdachte 8] voorts herkend door de getuigen [getuige] en [koper 8], zijnde kopers van het netwerk Seville 1.
[medeverdachte 12]
fungeert vanaf 15 mei 2013 als runner. Hij was verantwoordelijk voor zowel de ‘buitenservice’ als het vervoeren van kopers vanaf de parkeerplaats waar ze hun auto achterlieten naar de appartementen. Hij bereidde en gaf ook wel de drugs. Hij reed in een grijze Skoda Superb, die op zijn naam staat. Tussen 28 juni 2013 en 11 juli 2013 stond een door de organisatie gebruikte Opel Astra (kenteken [kenteken 1] ) op zijn naam. Op 11 juli 2013 werd hij door [medeverdachte 1] ontslagen. [medeverdachte 12] was te laks met het regelen van de verzekering nadat de Skoda Superb totall loss was geraakt bij een aanrijding. [medeverdachte 12] moest de Astra, de sleutels en de papieren geven en er voor zorgen dat de vrijwaring werd geregeld. De ritjes gingen vanaf dat moment niet meer door.
De rechtbank concludeert hieruit dat [medeverdachte 12] van 15 mei 2013 tot en met 11 juli 2013 binnen de organisatie actief is geweest als drugsrunner.
[medeverdachte 17]
verzorgde het vervoer van drugs vanuit de Randstad naar de stashlocaties. Op de terugweg nam hij geld mee. Ook was hij stashbeheerder, want bij zijn moeder in Rotterdam werden drugs aangetroffen. [koper 1] herkent hem als degene bij wie hij is geweest om drugs te kopen. [medeverdachte 17] kwam in beeld omdat de Opel Astra die eerst op naam stond van [medeverdachte 12] vanaf 26 juli 2013 op zijn naam staat. Al eerder, op 15 juli 2013, zijn er tapgesprekken met [bijnaam medeverdachte 17], de bijnaam van [medeverdachte 17] .
[medeverdachte 2]
was manusje van alles. Hij moest in opdracht van zijn broer [medeverdachte 1] op pad om nieuwe telefoons en simkaarten te kopen. Toen die bij nader inzien te duur bleken te zijn, moest hij ze weer afzeggen. Ook vervoerde hij voorraden en materialen naar het zuiden van Nederland. In juli 2013 moest hij van zijn broer [medeverdachte 1] naar Marokko vertrekken. Van daaruit beheerde hij nog enkele weken de gouden lijn [gouden lijn Seville 1] . Meteen nadat [medeverdachte 1] op 25 juli 2013 van [medeverdachte 4] bericht kreeg dat het oude nummer met 92 in het einde ‘gebrand’ is, moest [medeverdachte 2] de 92 uit zetten. Vanaf dat moment was [medeverdachte 2] niet meer echt aan het werk voor de organisatie. Toen op 19 november 2013 een groot deel van de organisatie werd aangehouden, moest [medeverdachte 2] van zijn broer [medeverdachte 1] in Marokko blijven.
[medeverdachte 9]
Uit verschillende tapgesprekken leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 9] , in een min of meer ondergeschikte positie aan [medeverdachte 1] , zich bezighoudt met diverse taken binnen de (internationale) handel in verdovende middelen. Hij bedient niet alleen klanten, maar moet ook halen, maken en verpakken en voorraden aanvullen en daarvoor naar Zuid Limburg komen.
[medeverdachte 10]
Door sommige buitenlandse kopers werden de gekochte verdovende middelen vervoerd in een tevoren geprepareerde reserveband, als ware het de reserveband behorende bij hun vervoermiddel. wordt door de rechtbank verantwoordelijk gehouden voor het verstoppen van de verdovende middelen in autobanden en het monteren van velgen op die banden. Dit volgt uit tapgesprekken tussen de groepen Seville 1 en 2 en [medeverdachte 10] , direct volgend op bestellingen door kopers. Dit gebeurde in ieder geval in de periode van 14 mei 2013 tot en met 19 november 2013. De rechtbank kwalificeert dit handelen echter als medeplichtigheid, omdat de rol van [medeverdachte 10] van te geringe betekenis is om aan de maatstaven voor medeplegen te voldoen. Om die reden kan ook hij niet als medepleger aangemerkt worden. Van het aanwezig hebben van voorraden en het voorhanden hebben van telefoons en telefoonkaarten wordt [medeverdachte 10] vrijgesproken omdat de rechtbank niet kan bewijzen dat de verdachte wetenschap had van de verschillende stashlocaties en de goederen die daar lagen, laat staan dat de verdachte beschikkingsmacht over deze goederen had.
Met uitzondering van [medeverdachte 10] , wiens rol door de rechtbank, zoals gezegd, gekwalificeerd wordt als medeplichtige, oordeelt de rechtbank overigens, en dit niet geheel terzijde, dat de andere verdachten aangemerkt moeten worden als medeplegers van de handel in harddrugs en de uitvoer van hard- en softdrugs. Er was tussen hen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking, wanneer rekening wordt gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering en de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachten, hun aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
[medeverdachte 11] is vrijgesproken van de aan haar tenlastegelegde feiten, verband houdende met de handel in drugs. Zij kan dus niet als medepleger aangemerkt worden.
Feit 5: deelname aan criminele organisatie
Onder feit 5 wordt aan [verdachte] verweten dat hij heeft deelgenomen aan een criminele drugsorganisatie, hetgeen ten tijde van de tenlastegelegde feiten strafbaar was gesteld in artikel 11a van de Opiumwet, het huidige artikel 11b van de Opiumwet.
Het juridisch kader
Onder een organisatie, als bedoeld in artikel 11a (oud) van de Opiumwet, wordt verstaan een samenwerkingsverband van twee of meer personen met een zekere duurzaamheid en structuur, die gericht is op het plegen van Opiumwetdelicten. Voor deelneming aan een dergelijke organisatie is in het algemeen vereist dat de verdachte tot deze organisatie behoort en dat de verdachte een aandeel heeft in, dan wel gedragingen ondersteunt die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Niet is vereist dat komt vast te staan dat de verdachte heeft samengewerkt of bekend was met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van de organisatie steeds dezelfde is. Evenmin is vereist dat de verdachte wetenschap heeft van een concreet misdrijf.
Feitelijke invulling
De rechtbank ziet voor het bestaan van een criminele organisatie in de zin van artikel 11a (oud) van de Opiumwet voldoende bewijs, gelet op de bewijsmiddelen die zijn gebruikt voor de overige bewezenverklaarde feiten, alsmede op wat hierna wordt overwogen.
De eerder genoemde samenwerking tussen de medeverdachten had een duurzaam karakter en was gestructureerd van aard. De leden van de organisatie hadden ieder hun eigen taken, gericht op de handel en uitvoer van met name harddrugs, die zij in samenwerkingsverband gedurende bijna negen maanden lang uitvoerden.
Zoals in 3.3. is weergegeven had de organisatie daarbij een speciaal telefoonsysteem ingesteld. De kopers van verdovende middelen konden hun bestelling plaatsen via de gouden lijn. Die gouden lijn werd doorgeschakeld naar andere telefoonnummers. De organisatie had onderling contact via een ingenieus systeem van voorgeprogrammeerde en gewaarmerkte telefoons, die om de ongeveer tien dagen werden vervangen.
Uit hoofdstuk 4 volgt dat meerdere getuigen aangegeven dat de organisatie al geruime tijd in bedrijf was. Zo verklaarde onder meer [koper 9] hij sinds 2010 tot midden 2012 zijn verdovende middelen in Nederland kocht bij het netwerk [bijnaam medeverdachte 4] / [medeverdachte 2] . Van mei 2012 tot januari 2013 kocht hij dan eens bij het netwerk van [medeverdachte 2] , dan weer bij dat van [bijnaam medeverdachte 7] . Het netwerk [bijnaam medeverdachte 7] beschikte over het telefoonnummer [gouden lijn Seville 2] (rechtbank: dit betreft de drugsorganisatie rondom [medeverdachte 20] , bekend onder de naam Seville 2). [vader koper 12] verklaarde op 19 november 2013 dat hij het telefoonnummer [gouden lijn Seville 1] zes of zeven jaar geleden van een vriend had gekregen. Iets meer dan een jaar geleden heeft hij dat nummer voor het eerst gebeld en het werkte.
Verder hadden alle leden van de organisatie hun eigen taak en waren er verscheidene locaties behorende bij de organisatie met diverse doeleinden. De verschillende rollen zijn reeds omschreven onder 6.2.1. en de rechtbank zal dat hier niet meer herhalen.
Er was hiermee dus sprake van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en van een gestructureerde rolverdeling. De organisatie had tot oogmerk de uitvoer, handel en bezit van harddrugs, alsmede de uitvoer van softdrugs en de verschillende daarmee samenhangende en voor de drugshandel wezenlijke werkzaamheden. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 17] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 9] kunnen, gelet hierop, worden gezien als deelnemers aan een criminele organisatie die het plegen van drugsdelicten, mede omvattend het buiten het grondgebied van Nederland brengen van harddrugs, tot oogmerk had. Tot die organisatie kunnen ook gerekend worden de medeverdachten [medeverdachte 10] en [verdachte] . Deze twee worden medeplichtig geacht aan het plegen van de drugsdelicten gelet op hun respectieve rol binnen de groep. Hun handelingen laten zich niet kwalificeren als medeplegen, maar door het verstoppen van de drugs in autobanden respectievelijk het prepareren van de telefoons en telefoonkaarten, hebben [medeverdachte 10] en [verdachte] wel een aandeel gehad in de verwezenlijking van het doel van de organisatie, namelijk de handel in verdovende middelen.
Dan volgt uit de bewijsmiddelen dat er nog een aantal andere personen betrokken zijn geweest bij de organisatie. De rechtbank doelt dan op tapgesprekken en op de bijnamen op de telefoonlijst, die niet aan een bepaalde medeverdachte te koppelen waren. Tijdens het onderzoek is niet komen vast te staan wie deze personen zijn. De rechtbank zal daarom bewezen verklaren dat [verdachte] in de periode van 25 juni 2013 tot en met 19 november 2013 lid was van een criminele organisatie die, naast de hierboven opgesomde medeverdachten, bestond uit een of meer andere personen en die tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde en vijfde lid, 10a, eerste lid en artikel 11 derde en vierde lid van de Opiumwet.
Niet is gebleken dat de organisatie het oogmerk had op misdrijven als bedoeld in artikel 11, vijfde lid van de Opiumwet. Dit artikel heeft betrekking op een grote hoeveelheid softdrugs. Dat betreft, volgens artikel 1 lid 2 van het Opiumwetbesluit, een hoeveelheid van 500 gram. Er kan echter niet bewezen worden dat er sprake was van de uitvoer respectievelijk het opzettelijk aanwezig hebben van dergelijke hoeveelheden softdrugs.
Feit 6: opzettelijk aanwezig hebben van harddrugs
Onder feit 4 is aan [verdachte] tenlastegelegd dat hij op of omstreeks 19 november 2013, samen met een of meer anderen, dan wel alleen, opzettelijk heroïne en cocaïne aanwezig heeft gehad op een drietal plaatsen in Nederland.
Dat het samenwerkingsverband waar [verdachte] deel van uitmaakte zonder handelsvoorraad niet kan functioneren moge duidelijk zijn. Dat zal voor [verdachte] ook duidelijk moeten zijn geweest. Gegeven echter zijn rol bij de handel en binnen de organisatie, betwijfelt de rechtbank of deze drugs ook binnen de machtssfeer van de verdachte bevielen. Gelet hierop, zal verdachte van dit feit worden vrijgesproken.
Feit 7: voorbereidingshandelingen drugshandel
Onder feit 7 is aan [verdachte] tenlastegelegd dat hij in de periode van 26 februari 2013 tot en met 19 november 2013 speciaal voor de handel en uitvoer van harddrugs gekochte, geprepareerde en/of gewaarmerkte telefoontoestellen met telefoonkaartjes voorhanden heeft gehad. Dit wordt aangemerkt als een voorbereidingshandeling voor de drugshandel en de uitvoer van drugs zoals strafbaar gesteld in de Opiumwet.
De rechtbank acht, onder verwijzing naar de in hoofdstuk 3 en hiervoor onder 6.1 opgenomen bewijsmiddelen, bewezen dat [verdachte] deze telefoontoestellen met telefoonkaartjes voorhanden heeft gehad in de periode van 25 juni 2013 tot en met
19 november 2013. In die periode heeft hij immers de telefoons geprepareerd en ten tijde van de klapdag werden nog soortgelijke nieuwe telefoons bij hem aangetroffen. De rechtbank ziet dit als voorbereidingshandeling in het kader van de Opiumwet.
Uit vorenstaande weging en waardering van de bewijsmiddelen volgt dat de gevoerde bewijsverweren worden verworpen.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat
1. subsidiair:
[medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] en anderen in de periode van 1 januari 2008 tot en met 19 november 2013 in de provincie Limburg, opzettelijk meermalen telkens met elkaar, althans één of meerdere van hen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland hebben gebracht (al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet) (grote) hoeveelheden van een materiaal bevattende heroïne of cocaïne, zijnde heroïne en cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, immers hebben die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] en anderen telkens opzettelijk die heroïne en/of cocaïne met bestemming Frankrijk en/of België doen vervoeren, hierin bestaande dat die heroïne en/of cocaïne werd verkocht aan Belgische en/of Franse klanten, tot en bij het plegen van welke misdrijven verdachte in de periode van 25 juni 2013 tot en met 19 november 2013 in de gemeente Gouda, meermalen, telkens opzettelijk middelen heeft verschaft en telkens opzettelijk behulpzaam is geweest, hierin bestaande dat verdachte onder meer telefoons heeft voorzien van kleur/cijfercode en administratie/lijsten hieromtrent heeft bijgehouden/bewaard;
2 subsidiair:
[medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] en anderen in de periode van 1 januari 2008 tot en met 19 november 2013 in Nederland opzettelijk meermalen telkens met elkaar, althans één of meerdere van hen, opzettelijk hebben bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd (grote) hoeveelheden van een materiaal bevattende heroïne of cocaïne, zijnde heroïne en cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, tot en bij het plegen van welke misdrijven verdachte in de periode van 25 juni 2013 tot en met 19 november 2013 in de gemeente Gouda, meermalen, telkens opzettelijk middelen heeft verschaft en telkens opzettelijk behulpzaam is geweest, hierin bestaande dat verdachte onder meer telefoons heeft voorzien van kleur/cijfercode en administratie/lijsten hieromtrent heeft bijgehouden/bewaard;
3 subsidiair:
[medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] en anderen in de periode van 1 januari 2008 tot en met 19 november 2013 in de provincie Limburg opzettelijk meermalen telkens met elkaar, althans één of meerdere van hen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland hebben gebracht (al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet) hoeveelheden hennep of hasjiesj, zijnde hennep en hasjiesj een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, immers hebben die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] en anderen telkens opzettelijk die hennep of hasjiesj met bestemming Frankrijk en/of België doen vervoeren, hierin bestaande dat die hennep en/of hasjiesj werd verkocht aan Belgische en/of Franse klanten, tot en bij het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 25 juni 2013 tot en met 19 november 2013 in de gemeente Gouda, meermalen, telkens opzettelijk middelen heeft verschaft en telkens opzettelijk behulpzaam is geweest, hierin bestaande dat verdachte onder meer telefoons heeft voorzien van kleur/cijfercode en/of administratie/lijsten hieromtrent heeft bijgehouden/ bewaard;
5:
in de periode van 25 juni 2013 en met 19 november 2013 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie werd gevormd door een duurzaam samenwerkingsverband van meerdere personen, te weten (inclusief hij, verdachte, zelf):
[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 17] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] en [medeverdachte 9] en [medeverdachte 7] en [verdachte] en [medeverdachte 10] en één of meer andere personen en welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en/of vijfde lid en/of artikel 10a, eerste lid, en/of artikel 11, derde, vierde lid van de Opiumwet, namelijk
- het buiten het grondgebied van Nederland brengen van (grote) hoeveelheden heroïne en/of cocaïne en/of hennep en/of hasjiesj en
- het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van (grote) hoeveelheden heroïne en/of cocaïne en
- het aanwezig hebben van (grote) hoeveelheden heroïne en/of cocaïne en/of hennep en/of hasjiesj;
7:
in de periode van 25 juni 2013 tot en met 19 november 2013 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van
hoeveelheden van een materiaal bevattende heroïne of cocaïne, zijnde heroïne en cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, speciaal daarvoor aangekochte, geprepareerde en gewaarmerkte mobiele telefoontoestellen met telefoonkaartjes voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en verdachtes mededaders wisten dat die mobiele telefoontoestellen en telefoonkaartjes bestemd waren tot het plegen van die feiten.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
Feit 1 subsidiair
medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
en
medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd;
Feit 2 subsidiair
medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
en
medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd;
Feit 3 subsidiair:
medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
Feit 5:
deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde lid, vierde lid en vijfde lid, artikel 10a, eerste lid en artikel 11, derde lid en vierde lid van de Opiumwet;
Feit 7
medeplegen van om een feit, bedoel in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van het feit, meermalen gepleegd,
in eendaadse samenloop gepleegd met de feiten 1 subsidiair, 2 subsidiair en 3 subsidiair.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
5 De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6 De straf
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de overschrijding van de redelijke termijn verdisconteerd moet worden in de strafmaat. Daarnaast heeft zij naar voren gebracht dat het optreden van het openbaar ministerie voor veel persoonlijk leed heeft gezorgd. Zo heeft de moeder van verdachte PTSS-gerelateerde klachten door de strafzaak. Ook heeft het openbaar ministerie beslag laten leggen op bezittingen in Marokko bij bloedverwanten, hetgeen voor verstoorde familieverhoudingen heeft gezorgd. Dat beslag is inmiddels opgeheven door het openbaar ministerie, maar wordt door de Marokkaanse autoriteiten gehandhaafd. Marokko doet nu zelfstandig strafrechtelijk onderzoek, waardoor de verdachte de begrafenis van zijn vader in Marokko niet heeft kunnen bijwonen. De verdachte heeft inmiddels zijn HBO-opleiding afgerond en een fulltime baan bij de Douane Rotterdam Rijnmond. Gelet op al deze omstandigheden, pleit de raadsvrouw voor een straf conform het voorarrest.
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
Verdachte heeft deelgenomen aan een professionele organisatie gericht op het plegen van Opiumwetdelicten met betrekking tot hard- en softdrugs. De organisatie draaide als een goed geoliede machine: een systeem om van telefoonnummers te wisselen om de zoveel tijd, setjes sleutels voor panden van de organisatie, een duidelijke taakverdeling, het omzetten van grote hoeveelheden harddrugs, klanten lijmen met kadootjes, regelmatig van voertuigen en panden wisselen – een logistiek goed lopende organisatie dus. Een organisatie ook die op de centen let – telefoons kunnen elders goedkoper worden gekocht.
De internationale handel in heroïne en cocaïne behoort tot de corebusiness van de organisatie. Deze harddrugs werden verkocht aan Franse en Belgische kopers, die de drugs meenamen naar Frankrijk en België om deze vervolgens daar zelf te gebruiken ofwel door te verkopen aan hun eigen klanten. Softdrugs werden doorgaans als cadeautjes aan de klanten meegegeven. Door de wederverkoop van de harddrugs in Frankrijk en België werd door de organisatie indirect ook de illegale drugshandel daar in stand gehouden.
Het is algemeen bekend dat verdovende middelen als heroïne en cocaïne schade toebrengen aan de gezondheid van de gebruikers van deze middelen. Gebruikers bekostigen hun drugsgebruik vaak door diefstal of ander crimineel gedrag, waardoor schade en overlast wordt toegebracht aan anderen. Van de handel in verdovende middelen is bovendien algemeen bekend dat dit steeds meer gepaard gaat met andere, ook zwaardere vormen van criminaliteit.
Daarnaast mag niet onvermeld blijven dat de uitvoer van drugs de negatieve beeldvorming van Nederland in het buitenland op het gebied van haar drugsbeleid versterkt. En voor de regio Zuid-Limburg, waar de handel en uitvoer door de organisatie daadwerkelijk plaatsvond, geldt dat – als gevolg van de geografische ligging tussen België en Duitsland – deze regio gemakkelijk bereikbaar is voor afnemers uit het buitenland die hun verdovende middelen in grote hoeveelheden in Nederland voor een lagere prijs kunnen krijgen dan in eigen land. Tegen deze achtergrond is de rechtbank dan ook van oordeel dat bij de op te leggen straf rekening mag worden gehouden met de specifieke problematiek die de georganiseerde (hard)drugshandel in de regio Zuid-Limburg met zich mee brengt. De algemeen preventieve werking van een straf is immers ook een doel dat met een strafoplegging gediend kan worden.
Het spreekt voor zich dat een organisatie met als doelstelling het plegen van misdrijven als hiervoor genoemd een ernstige en ontoelaatbare ondermijning van de rechtsorde betekent. Het getuigt van een bedenkelijke mentaliteit om te menen dat jij je niet aan de regels die voor iedereen gelden, hoeft te houden. En dat gedrag is onacceptabel in een rechtstaat, zoals Nederland. Binnen het kader van het strafrecht is dan de enige passende reactie een in beginsel langdurige gevangenisstraf om voor de verdachte zelf, zijn omgeving en de samenleving als geheel de norm nog eens duidelijk op scherp te stellen.
Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank acht geslagen op de door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht van de gerechtshoven en de rechtbanken (LOVS) opgestelde oriëntatiepunten voor straftoemeting. Bij de uitvoer van harddrugs in georganiseerd verband van een hoeveelheid van meer dan 20 kilogram wordt als oriëntatiepunt zes jaar gevangenisstraf gehanteerd. Bij een voorzichtige schatting door de Franse en de Nederlandse politie is vastgesteld dat in de periode dat de telefoonnummers werden afgeluisterd – vanaf mei 2012 tot en met 19 november 2013 – door de organisatie in totaal ongeveer 210 kilogram heroïne en bijna drieënhalve kilogram cocaïne vanuit Nederland is uitgevoerd naar Frankrijk en België.
De rechtbank heeft een zeer voorzichtige schatting gemaakt van de hoeveelheden die zijn uitgevoerd in de periode dat verdachte werkzaamheden verrichte in en ten behoeve van de organisatie. De rechtbank komt dan vanaf 25 juni 2013 tot en met 19 november 2013 uit op bijna 44 kilogram heroïne en bijna 750 gram cocaïne. Gelet op deze hoeveelheden, hoeft het geen verdere uitleg dat de rechtbank voormeld oriëntatiepunt bij de bepaling van de straf als uitgangspunt zal nemen. Voor verdachte geldt echter dat hij als medeplichtig aan de uitvoer wordt beschouwd, zodat de strafmaat met een/derde zal worden verminderd.
Verdachte was binnen de organisatie verantwoordelijk voor het prepareren van de telefoons. Hij was, behoudens enkele gesprekken in juli 2013, niet degene die rechtstreeks contact had met de buitenlandse kopers. Als zodanig kan hij worden bestempeld als medeplichtige en als lid van de criminele organisatie.
De rechtbank heeft gezien dat verdachte nog niet eerder is veroordeeld. In het op 24 april 2014 over verdachte uitgebrachte reclasseringsrapport wordt vermeld dat hij studeert aan een Hbo-instelling en die studie combineert met twee bijbanen. Hij beschikt over zelfstandige huisvesting en heeft geen schulden. Ter zitting is door de verdediging opgemerkt dat verdachte als gevolg van de voorlopige hechtenis studievertraging heeft opgelopen en de twee bijbanen is kwijtgeraakt. Verder is nog naar voren gebracht dat de gevolgen voor verdachte en zijn familie in Marokko – waar door de Marokkaanse overheid beslag is gelegd op geld en/of goederen – zwaar zijn. De studievertraging, het verlies van de bijbanen en de gevolgen in Marokko zijn echter de consequenties van het handelen van verdachte. Dit legt op geen enkele wijze enig gewicht in de schaal.
Gelet op zijn rol als medeplichtige en lid van de criminele organisatie, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met het opleggen van een andere of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden. Op de op te leggen straf zal de reeds door verdachte in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd in mindering worden gebracht.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de redelijke termijn van de berechting met ruim anderhalf jaar is overschreden. De rechtbank acht deze overschrijding in het licht van de aard, omvang en complexiteit van de onderliggende zaak – met meerdere verdachten en diverse onderzoekshandelingen in het buitenland in het kader van rechtshulpverzoeken – verklaarbaar, aanvaardbaar en dusdanig beperkt dat kan worden volstaan met de enkele constatering ervan.
7 Het beslag
De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen, zijn met uitzondering van het aangetroffen geldbedrag, vatbaar voor verbeurdverklaring. De rechtbank is namelijk van oordeel dat de vele telefoons, de vele simkaarten en de doos met sleutels, een telefoon en een lijst met oude nummers allemaal voorwerpen zijn die gebruikt zijn of bestemd waren om te gebruiken bij de internationale drugshandel.
Hoewel de rechtbank vermoedt dat het in beslag genomen geldbedrag van € 633,53 verdiend is met de strafbare feiten, bevat het dossier daarvoor geen concrete aanwijzingen. Immers in de bewezen verklaarde periode volgde de verdachte een opleiding en had hij daarnaast twee bijbanen, zodat het geld mogelijk afkomstig is uit een legale bron. De rechtbank is daarom van oordeel dat dit geldbedrag teruggegeven moet worden aan de verdachte.
8 De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 48, 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10, 10a, 11 en 11a van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
9 De beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde onder feit 1 primair, feit 2 primair, feit 3 primair, feit 4 en feit 6;
Bewezenverklaring
-
verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
-
spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
-
verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
-
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
-
veroordeelt de verdachte voor feit 1 subsidiair, feit 2 subsidiair, feit 3 subsidiair, feit 5 en feit 7 tot een gevangenisstraf van zes maanden;
-
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
Beslag
- verklaart verbeurd de volgende in beslag genomen voorwerpen:
-
zie beslagportal 1 1.00 STK Doos met inhoud sleutels, telf, not. TU154.03.01.001;
-
zie beslagportal 2 1.00 STK Tas Kl: wit ORTIL MOBILE met zwarte map TU154.04.01.002;
-
zie beslagportal 3 1.00 STK Doos met 4 telfn, 23 prepaidkaartjes U154.04.01.005;
-
zie beslagportal 4 1.00 STK Plastic zakje met telefoon TU154.04.01.002.00;
-
zie beslagportal 5 1.00 STK Tas MEDIA MARKT met simkaarten U154.04.01.007.002;
-
zie beslagportal 6 1.00 STK GSM Kl: rood NOKIA TT-44 TU154.04.01.007.002.001;
-
zie beslagportal 7 1.00 STK GSM NOKIA 100 TU154.04.01.007.002.002;
-
zie beslagportal 8 1.00 STK Tas met simkaarten TU154.04.01.007.003;
-
zie beslagportal 9 1.00 STK GSM NOKIA 100 TU154.04.01.007.004;
- gelast de teruggave van het volgende in beslag genomen voorwerp aan verdachte:
30-554952 10 Geld Nederlands TU154.04.01.006.001.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.F.J. Aalderink, voorzitter,
mr. dr. M.C.A.E. van Binnebeke en mr. M.B. Bax, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.E.J. Maas en mr. M.K. Klompe, griffiers,
en uitgesproken ter openbare zitting van 7 juli 2017.
BIJLAGE: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
1.
hij (meermalen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 19 november 2013 in de gemeente Rotterdam en/of in de gemeente Gouda en/of in een of meer gemeente(n) in de provincie Limburg en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht (al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet), (telkens) (grote)
hoeveelheden van een materiaal bevattende heroïne en/of cocaïne en/of amfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl MDA, zijnde heroïne en/of cocaïne en/of amfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl MDA (telkens) een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, immers heeft verdachte, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, (telkens) opzettelijk die heroïne en/of cocaïne en/of amfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl MDA, buiten het grondgebied van Nederland gebracht en/of met bestemming Frankrijk en/of België, althans met bestemming naar het buitenland, vervoerd en/of doen vervoeren, (onder meer) hierin
bestaande dat die heroïne en/of cocaïne en/of amfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl MDA werd verkocht aan Belgische en/of Franse klanten;
Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 17] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 12] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 11] en/of een (of meer) ander(en) in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 19 november 2013 in de gemeente Rotterdam en/of in de gemeente Gouda en/of in een of meer gemeente(n) in de provincie Limburg en/of (elders) in Nederland, opzettelijk één of meerma(a)len) (telkens) met elkaar, althans één of meerdere van hen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht (al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet), (telkens) (grote) hoeveelheden van een materiaal bevattende heroïne en/of cocaïne en/of amfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl MDA, zijnde heroïne en/of cocaïne en/of amfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl MDA (telkens) een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, immers heeft/hebben die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 17] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 12] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 8]
en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 11] en/of een (of meer) ander(en), (telkens) opzettelijk die heroïne en/of cocaïne en/of amfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl MDA, buiten het grondgebied van Nederland gebracht en/of met bestemming Frankrijk en/of België, althans met bestemming naar het buitenland, vervoerd en/of doen vervoeren, (onder meer) hierin bestaande dat die heroïne en/of cocaïne en/of amfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl MDA werd verkocht aan Belgische en/of Franse klanten, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met
19 november 2013 in de gemeente Rotterdam en/of in de gemeente Gouda en/of in een of meer gemeente(n) in de provincie Limburg en/of (elders) in Nederland, meermalen, althans éénmaal, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest, hierin bestaande dat verdachte (onder meer) telefoons heeft aangeschaft en/of de telefoons heeft voorzien van kleur/cijfercode en/of administratie/lijsten hieromtrent heeft opgesteld/bijgehouden/bewaard en/of de telefoons heeft verspreid onder de leden van de criminele organisatie;
2.
hij (meermalen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 19 november 2013 in de gemeente Rotterdam en/of in de gemeente Gouda en/of in een of meer gemeente(n) in de provincie Limburg en/of (elders) in Nederland en/of in België en/of in Frankrijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (telkens) (grote) hoeveelheden van een materiaal bevattende heroïne en/of cocaïne en/of amfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl MDA, zijnde heroïne en/of cocaïne en/of amfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl MDA (telkens) een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I;
Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 17] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 12] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 11] en/of een (of meer) ander(en) in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 19 november 2013 in de gemeente Rotterdam en/of in de gemeente Gouda en/of in een of meer gemeente(n) in de provincie Limburg en/of (elders) in Nederland en/of in Frankrijk en/of in België , opzettelijk één of meerma(a)len) (telkens) met elkaar, althans één of meerdere van hen, opzettelijk heeft/hebben bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval
(telkens) opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad, (telkens) (grote) hoeveelheden van een materiaal bevattende heroïne en/of cocaïne en/of amfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl MDA, zijnde heroïne en/of cocaïne en/of amfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl MDA (telkens) een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 19 november 2013 in de gemeente Rotterdam en/of in de gemeente Gouda en/of in een of meer gemeente(n) in de provincie Limburg en/of (elders) in Nederland en/of in Frankrijk en/of in België, meermalen, althans éénmaal, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest, hierin bestaande dat verdachte (onder meer) telefoons heeft aangeschaft en/of de telefoons heeft voorzien van kleur/cijfercode en/of administratie/lijsten hieromtrent heeft opgesteld/bijgehouden/bewaard en/of de telefoons heeft verspreid onder de leden van de criminele organisatie;
3.
hij (meermalen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 19 november 2013 in de gemeente Rotterdam en/of in de gemeente Gouda en/of in een of meer gemeente(n) in de provincie Limburg en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht (al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet), (telkens) (grote)
hoeveelheden hennep en/of hasjiesj, zijnde hennep en/of hasjiesj (telkens) een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, imers heeft verdachte, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, telkens) opzettelijk die hennep en/of hasjiesj, buiten het grondgebied van Nederland gebracht en/of met bestemming Frankrijk en/of België, althans met bestemming naar het buitenland, vervoerd en/of doen vervoeren, (onder meer)
hierin bestaande dat die hennep en/of hasjiesj werd verkocht aan Belgische en/of Franse klanten;
Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 17] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 12] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 11] en/of een (of meer) ander(en) in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 19 november 2013, in de gemeente Rotterdam en/of in de gemeente Gouda en/of in en of meer gemeente(n) in de provincie Limburg en/of (elders) in Nederland,
opzettelijk één of meerma(a)len) (telkens) met elkaar, althans één of meerdere van hen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht (al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet), (telkens) (grote) hoeveelheden hennep en/of hasjiesj, zijnde hennep en/of hasjiesj (telkens) een middel als bedoeld in de bij die wet
behorende lijst II, immers heeft/hebben die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of
[medeverdachte 17] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 12] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 11] en/of een (of meer) ander(en), (telkens) opzettelijk die hennep en/of hasjiesj, buiten het grondgebied van Nederland gebracht en/of met bestemming Frankrijk en/of België, althans met bestemming naar het buitenland, vervoerd en/of doen vervoeren, (onder meer) hierin bestaande dat die hennep en/of hasjiesj werd verkocht aan Belgische en/of Franse klanten, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 19 november 2013 in de gemeente Rotterdam en/of in de gemeente Gouda en/of in een of meer gemeente(n) in de provincie Limburg en/of (elders) in Nederland, meermalen, althans éénmaal, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest, hierin bestaande dat verdachte (onder meer) telefoons heeft aangeschaft en/of de telefoons heeft voorzien van kleur/cijfercode en/of administratie/lijsten hieromtrent heeft opgesteld/bijgehouden/bewaard en/of de telefoons heeft verspreid onder de leden van de criminele organisatie;
4.
hij (meermalen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 19 november 2013 in de gemeente Rotterdam en/of in de gemeente Gouda en/of in een of meer gemeente(n) in de provincie Limburg en/of (elders) in Nederland, en/of in België en/of in Frankrijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of
vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (telkens) (grote) hoeveelheden hennep en/of hasjiesj, in elk geval (telkens) een hoeveelheid/hoeveelheden van meer dan 30 gram hennep en/of hasjiesj, zijnde hennep en/of hasjiesj (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;
Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 17] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 12] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 11] en/of een (of meer) ander(en) in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 19 november 2013, in de gemeente Rotterdam en/of in de gemeente Gouda en/of in een of meer gemeente(n) in de provincie Limburg en/of (elders) in Nederland
en/of in Frankrijk en/of in België, één of meerma(a)len) (telkens) met elkaar, althans één of meerdere van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad, (telkens) (grote) hoeveelheden van een materiaal
bevattende hennep en/of hasjiesj, in elk geval (telkens) een hoeveelheid/hoeveelheden van meer dan 30 gram hennep en/of hasjiesj, zijnde hennep en/of hasjiesj een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 19 november 2013 in de gemeente Rotterdam en/of in de gemeente Gouda en/of in een of meer gemeente(n) in de provincie Limburg en/of (elders) in Nederland en/of in Frankrijk en/of
in België, meermalen, althans éénmaal, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest, hierin bestaande dat verdachte (onder meer) telefoons heeft aangeschaft en/of de telefoons heeft voorzien van kleur/cijfercode en/of administratie/lijsten hieromtrent heeft opgesteld/bijgehouden/bewaard en/of de telefoons heeft verspreid onder de leden van de criminele organisatie;
5.
hij in of omstreeks de periode van 26 februari 2013 tot en met 19 november 2013, in de gemeente Rotterdam en/of in de gemeente Gouda en/of in een of meer gemeente(n) in de provincie Limburg en/of (elders) in Nederland en/of in België en/of in Frankrijk, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie werd gevormd door een (duurzaam) samenwerkingsverband van meerdere personen, te weten (inclusief hij, verdachte, zelf): [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 17] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 12] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 7] en/of [verdachte] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 11] en/of één of meer ander(e) perso(o)n(en) en welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en/of vijfde lid en/of artikel 10a, eerste lid, en/of artikel 11, derde, vierde en/of vijfde
lid van de Opiumwet, namelijk
- het buiten het grondgebied van Nederland brengen van (grote) hoeveelheden heroïne en/of cocaïne en/of amfetamine en/of hennep en/of hasjiesj en/of
- het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van (grote) hoeveelheden heroïne en/of cocaïne en/of amfetamine en/of hennep en/of hasjiesj en/of
- het aanwezig hebben van (grote) hoeveelheden heroïne en/of cocaïne en/of amfetamine en/of hennep en/of hasjiesj;
6.
hij op of omstreeks 19 november 2013 in de gemeente Valkenburg aan de Geul en/of in de gemeente Eijsden-Margraten en/of in de gemeente Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad:
- in een pand aan de [adres 1] te Berg en Terblijt , ongeveer 878,6 gram heroïne en/of ongeveer 70,55 gram cocaïne en/of
- in een pand aan de [adres 2] te Margraten, ongeveer 510 gram heroïne en/of ongeveer 422 gram heroïne en/of ongeveer 19 gram cocaïne en/of
- in een pand aan de [adres 3] te Rotterdam , ongeveer 3151 gram heroïne en/of ongeveer 139 gram cocaïne, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne (diacetylmorfine) en/of cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen
krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
7.
hij in of omstreeks de periode van 26 februari 2013 tot en met 19 november 2013 in de gemeente Valkenburg aan de Geul en/of in de gemeente Gouda en/of in de gemeente Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een)
hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende heroïne en/of cocaïne en/of amfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl MDA, zijnde
heroïne en/of cocaïne en/of amfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl MDA (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, een of meerdere (speciaal daarvoor aangekochte, geprepareerde en/of gewaarmerkte) mobiele telefoontoestel(len) met telefoonkaartje(s) voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of
ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die mobiele telefoontoestel(len) en/of telefoonkaartje(s) bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);