Belastingrecht

Wet WOZ. Beroep ongegrond.

Rechtbank Midden-Nederland, 5 augustus 2021

Zaakgegevens

Op 5 augustus 2021 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
5 augustus 2021
Datum publicatie
9 augustus 2021
Zaaknummer
UTR 20/4787
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2021:3764
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wet WOZ. Beroep ongegrond.

Procesgang

  1. Rechtbank Midden-Nederland · 5 augustus 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:RBMNE:2021:3764

  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 11 oktober 2022

    ECLI:NL:GHARL:2022:8653

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/4787

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 augustus 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels MRE),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , verweerder

(gemachtigde: J. Tammel).

Procesverloop

In de beschikking van 31 januari 2020 heeft verweerder op grond van de Wet waardering

onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak aan de

[adres 1] te [woonplaats] (de woning) voor het belastingjaar 2020 vastgesteld op € 607.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2019. Verweerder heeft bij deze beschikking aan eiseres als eigenaar van de woning ook een aanslag onroerendezaakbelastingen opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.

In de uitspraak op bezwaar van 27 november 2020 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 juli 2021 door middel van een

Skype-verbinding. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en [taxateur] , taxateur.

Overwegingen

1. Eiseres heeft een algemeen geformuleerd beroepschrift en meerdere algemeen

geformuleerde brieven ter aanvulling daarop ingediend. Op de zitting heeft de gemachtigde van eiseres uitgelegd welke specifieke gronden in deze zaak aan de orde zijn. De rechtbank zal het beroep beoordelen aan de hand van de op de zitting ingenomen standpunten.

2. Het object is een in 1908 gebouwde twee-onder-één-kapwoning. De woning heeft een

gebruiksoppervlakte van 165 m2 en een inhoud van 436 m3.

3. De WOZ-waarde van de woning is de waarde in het economisch verkeer. Dat is de prijs

die bij verkoop op de voor die woning meest geschikte wijze en na de beste voorbereiding door de meest biedende gegadigde voor die woning zou zijn betaald.

4. Eiseres bepleit een lagere waarde, namelijk € 549.000,-. Verweerder handhaaft in beroep

de door hem vastgestelde waarde.

5. Verweerder moet aannemelijk maken dat hij de WOZ-waarde van de woning niet hoger

dan de waarde in het economisch verkeer heeft vastgesteld. De waarde in het economisch verkeer wordt bepaald door middel van de vergelijkingsmethode, waarbij rekening moet worden gehouden met de verschillen tussen de woning en de referentiewoningen. Dit volgt uit de artikelen 17 en 18 van de Wet WOZ, de Uitvoeringsregeling en de rechtspraak in WOZ-zaken.

6. Volgens verweerder heeft hij een verweerschrift en een taxatiematrix aan de rechtbank gestuurd, in reactie op het beroep van eiser. De rechtbank heeft dat echter niet ontvangen en eiseres noch de rechtbank beschikken over deze stukken. Verweerder heeft op de zitting niet aannemelijk kunnen maken dat deze stukken daadwerkelijk zijn verstuurd en het komt voor zijn risico dat daarover nu niet kan worden beschikt. Dit heeft tot gevolg dat de rechtbank deze zaak beoordeelt op basis van de uitspraak op bezwaar en het in bezwaar verstrekte taxatieverslag.

7. De rechtbank stelt vast dat in de door verweerder verstrekte taxatieverslag de

woning met drie, alle in [woonplaats] gelegen, referentieobjecten is vergeleken. De referentieobjecten zijn [adres 2] , [adres 3] en [adres 4] . In het taxatieverslag staat de oppervlakte van de percelen en de inhoud van de woningen en bijgebouwen en de verkoopprijzen van de referentieobjecten. Op grond daarvan kan de vastgestelde waarde van de woning worden doorberekend. Gelet hierop en mede in het licht van het ontbreken van enig inhoudelijk onderbouwd standpunt van eiseres oordeelt de rechtbank dat verweerder met het taxatieverslag en de toelichting die daarop ter zitting is gegeven, aannemelijk heeft gemaakt dat € 607.000 ,- als waarde van de woning niet te hoog is.

8. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van

mr. L.M.A. Koeman, griffier. De beslissing is uitgesproken op 5 augustus 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.