Bestuursprocesrecht
Verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken. Het college van de gemeente Eemnes moet aan verzoekster de…
Rechtbank Midden-Nederland, 19 oktober 2020
ECLI:NL:RBMNE:2020:4516 · Rechtbank Midden-Nederland · 19 oktober 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbmne-2020-4516
Zaakgegevens
Op 19 oktober 2020 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 19 oktober 2020
- Datum publicatie
- 26 oktober 2020
- Zaaknummer
- UTR - 20 _ 3096
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2020:4516
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken. Het college van de gemeente Eemnes moet aan verzoekster de proceskosten vergoeden.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/3096
uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 oktober 2020 in de zaak tussen
[verzoekster] ., te [plaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. M.W. van der Hulst),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemnes (het college), verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten.
Het college heeft op 8 oktober 2020 gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
1. Verzoekster heeft op 20 december 2018 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een reclameobject. Omdat het college heeft nagelaten om tijdig een besluit te nemen op deze aanvraag is de omgevingsvergunning op
15 februari 2019 van rechtswege verleend. Het college heeft deze van rechtswege verleende omgevingsvergunning op 30 april 2020 bekend gemaakt. Niemand heeft binnen de bezwaartermijn van zes weken na deze bekendmaking bezwaar gemaakt tegen de van rechtswege verleende vergunning. De omgevingsvergunning staat dus in rechte vast.
2. Op 22 juli 2020 heeft het college aan verzoekster – op haar verzoek – een bevestiging van de van rechtswege verleende omgevingsvergunning met daarin een aantal voorschriften toegezonden. Het college heeft vervolgens op 24 juli 2020 per abuis nogmaals de van rechtswege verleende omgevingsvergunning gepubliceerd. Na deze publicatie zijn binnen zes weken vier bezwaarschriften ingediend.
3. Verzoekster heeft bij de voorzieningenrechter een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om de opschorting van de werking van de van rechtswege verleende omgevingsvergunning op grond van artikel 6.1, vierde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op te heffen, dan wel te verklaren dat in dit geval geen sprake is van opschorting van de werking van de omgevingsvergunning.
4. Op 21 september 2021 heeft het college verklaard dat hij de bezwaarschriften die zijn ingediend na de tweede publicatie van de van rechtswege verleende vergunning niet-ontvankelijk gaat verklaren, omdat hij deze ziet als niet tijdig ingediend na de eerste publicatie.
5. Verzoekster heeft daarna het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
6. De voorzieningenrechter kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen.
7. Het college heeft gereageerd op het verzoek en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoekster te betalen.
8. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten van verzoekster die het college moet betalen vast op € 525,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1).
9. Het college moet ook het griffierecht van € 354,- aan verzoekster betalen.
Beslissing
De voorzieningenrechter veroordeelt het college tot betaling van € 525,- aan proceskosten. Het college moet dit bedrag betalen aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. I.C. de Zeeuw-‘t Lam, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2020.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.