Bestuursprocesrecht
Verzoek om proceskostenvergoeding toegewezen.
Rechtbank Midden-Nederland, 7 april 2021
ECLI:NL:RBMNE:2021:1400 · Rechtbank Midden-Nederland · 7 april 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbmne-2021-1400
Zaakgegevens
Op 7 april 2021 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 7 april 2021
- Datum publicatie
- 8 april 2021
- Zaaknummer
- UTR 21/212
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2021:1400
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/212
uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 april 2021 in de zaak tussen
[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker
(gemachtigde: mr. E.D. van Elst),
en
Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, het CBR, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.
Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
1. Verweerder heeft op 19 januari 2021 een besluit genomen. Verzoeker is hiertegen in bezwaar gegaan en heeft ook om een voorlopige voorziening gevraagd. Op 15 februari 2021 heeft verweerder medegedeeld dat het bezwaar gegrond is en hij de bestreden beslissing van 19 januari 2021 heeft herzien. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde. Verzoeker heeft daarna het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
2. De voorzieningenrechter kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoeker.
4. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen vast op €534,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van €534,- en een wegingsfactor 1).
5. Verweerder moet ook het griffierecht van €181,- dat verzoeker heeft betaald aan verzoeker betalen (artikel 8:41 Awb).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- veroordeelt verweerder tot betaling van €534,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van €181,- dat verzoeker heeft betaald moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Glerum, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Zwijnenberg, griffier. De beslissing is uitgesproken op 7 april 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op: