Bestuursprocesrecht
voorlopige voorziening; toewijzen proceskosten
Rechtbank Midden-Nederland, 10 april 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:1886 · Rechtbank Midden-Nederland · 10 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbmne-2025-1886
Zaakgegevens
Op 10 april 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 10 april 2025
- Datum publicatie
- 22 april 2025
- Zaaknummer
- UTR 24/1158
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2025:1886
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
voorlopige voorziening; toewijzen proceskosten
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/1158
uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 april 2025 in de zaak tussen
de FNV, de CNV Vakmensen, De Unie en de Nederlandse Veiligheidsbranche (NVB) gevestigd in Utrecht respectievelijk in Gorinchem, verzoekers
(gemachtigde: mr. M.H.D. Vergouwen),
en
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(gemachtigde: mr. A.S.M.J. Bol).
Als derde-partijen nemen aan de zaak deel: de Vereniging Veiligheidsdomein Nederland (VVNL) uit Maastricht en Alternatief voor Vakbond (AvV), uit Amsterdam, derde-partijen
(gemachtigde: mr. J.P.C. Obbink).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoekers om een veroordeling van de minister in de proceskosten. Verzoekers hadden bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister van 17 januari 2024 en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Zij hebben dit verzoek ingetrokken, omdat de minister op 7 februari 2025 op het bezwaar heeft beslist en daarin tegemoet is gekomen aan de bezwaren van de verzoekers.
De voorzieningenrechter heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om een proceskostenveroordeling. De minister heeft hierop niet gereageerd.
De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Is de minister aan het verzoek tegemoetgekomen?
3. De minister is met het besluit op bezwaar aan de bezwaren van verzoekers tegemoetgekomen. Het uitgangspunt is dat het enkele feit dat het bestuursorgaan aan verzoekers tegemoetkomt reden is om het verzoek om proceskostenveroordeling toe te wijzen. Verzoekers hebben dan namelijk een reden gehad om het verzoek om voorlopige voorziening in te dienen. Op dit uitgangspunt kan slechts een uitzondering worden gemaakt vanwege bijzondere omstandigheden.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de minister aan het verzoek van verzoekers is tegemoetgekomen. Er is geen sprake van een bijzondere omstandigheid als hiervoor bedoeld. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om de minister in de proceskosten te veroordelen toe.
Welke kosten dient de minister te vergoeden?
4. De proceskosten worden als volgt berekend. Verzoekers hebben zich laten bijstaan door hun gemachtigde. Deze gemachtigde heeft een proceshandeling verricht: het indienen van een verzoekschrift. Deze proceshandeling levert één punt op met een waarde van € 907,-. Dat betekent dat de totale proceskosten die de minister moet vergoeden € 907,- bedragen.
Conclusie en gevolgen
5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling toe. Omdat de minister de werking van het besluit van 17 januari 2024 heeft opgeschort totdat op het bezwaar is beslist, betaalt de griffier het griffierecht aan verzoekers terug.
Beslissing
De voorzieningenrechter veroordeelt de minister tot betaling van € 907,- aan verzoekers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A.M. Elzakkers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Mollerus, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 april 2025.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: