Bestuursprocesrecht
Verzoek om voorlopige voorziening buiten zitting afgedaan wegens ontrbeken spoedeisend belang. Machtiging tot…
Rechtbank Midden-Nederland, 28 januari 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:348 · Rechtbank Midden-Nederland · 28 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbmne-2025-348
Zaakgegevens
Op 28 januari 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 28 januari 2025
- Datum publicatie
- 11 februari 2025
- Zaaknummer
- UTR24/7865
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2025:348
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om voorlopige voorziening buiten zitting afgedaan wegens ontrbeken spoedeisend belang. Machtiging tot binnentreden reeds verlopen op moment dat verzoek werd ingediend.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/7865
uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 januari 2025 in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit [plaats] , verzoekers
en
de burgemeester van de gemeente Almere
(gemachtigde: mr. B. de Haan).
Inleiding
1. Verzoekers hebben verzocht om een voorlopige voorziening, omdat zij het niet eens zijn
met de ‘Machtiging tot binnentreden woning’, die de burgemeester op 21 november 2024 heeft afgegeven.
2. Verzoekers voeren aan dat zij hun woon- en bedrijfsadres willen beschermen tegen
verdere ongefundeerde beschuldigingen en inbreuken
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene
wet bestuursrecht alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. De voorzieningenrechter vindt dat in dit geval geen sprake is van onverwijlde spoed. De ‘Machtiging tot binnentreden woning’ is afgegeven op 21 november 2024 en was van kracht op die dag en de drie daarop volgende dagen. Op het moment dat het verzoek om een voorlopige voorziening op 25 november 2024 werd ingediend, was de machtiging dus niet meer van kracht. Dat betekent dat verzoekers geen belang hebben bij hun verzoek. De conclusie is dan dat er geen enkel (spoedeisend belang) is. Dit is zo duidelijk, dat daarvoor geen zitting bij de voorzieningenrechter nodig is.
Conclusie en gevolgen
4. Het verzoek om een voorlopige voorziening is kennelijk ongegrond en de
voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Het college hoeft geen proceskosten of griffierecht te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.L. Debets, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2025.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: