Bestuursrecht overig
Verzoekster niet ontvankelijk in haar verzoek tot wraking, omdat zij het verzoek na de uitspraak van de…
Rechtbank Midden-Nederland, 13 februari 2020
ECLI:NL:RBMNE:2020:491 · Rechtbank Midden-Nederland · 13 februari 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/wraking/ecli-nl-rbmne-2020-491
Zaakgegevens
Op 13 februari 2020 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 februari 2020
- Datum publicatie
- 13 februari 2020
- Zaaknummer
- 496921 / HA RK 20-26
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2020:491
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoekster niet ontvankelijk in haar verzoek tot wraking, omdat zij het verzoek na de uitspraak van de rechter ingediend heeft.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Zaaknummer/rekestnummer: 496921 / HA RK 20-26
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 13 februari 2020
op het verzoek in de zin van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb) van:
[verzoekster] ,
wonend in [woonplaats] ,
(verder te noemen: verzoekster).
1 De procedure
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot wraking van mr. R.J.A. Schaaf (verder de rechter) in de verzoekschriftprocedure met zaaknummer UTR 19/5166. Het wrakingsverzoek is op 5 februari 2020 schriftelijk ingediend.
De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.
2 De beoordeling
Op grond van artikel 8:15 Awb kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.
Het middel van wraking is toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die tegenover een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die daarover vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter een einduitspraak heeft gedaan omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van de zaak is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak, wraking te verzoeken van de rechter die deze uitspraak heeft gedaan.
In voornoemde zaak is op 3 februari 2020 beslist. Die beslissing is een eindbeslissing waarmee de behandeling van het verzoekschrift is geëindigd. Het wrakingsverzoek is na het wijzen van deze beslissing ingediend. Hieruit volgt dat de rechter de zaak niet meer behandelde op het moment dat het onderhavige wrakingsverzoek werd gedaan.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verzoekster niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het onderhavige wrakingsverzoek.
Op grond van deze kennelijke niet-ontvankelijkheid kan, overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1, gelezen in samenhang met paragraaf 4 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank, een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege blijven.
3 De beslissing
De wrakingskamer:
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek;
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoekster, de gewraakte rechter, andere betrokken partijen, alsmede aan de voorzitter van het team bestuursrecht, waarin de rechter werkzaam is en de president van deze rechtbank.
Deze beslissing is gegeven door mr. C.A. de Beaufort, voorzitter, en mr. A. van Dijk en mr. G.J.J.M. Essink als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. F.G.T. Russcher-Jansen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2020.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.