Bestuursrecht overig
Verzoeker heeft een verzoek tot wraking ingediend tegen de rechter in de zaak 21/4461. Hij meent dat het de…
Rechtbank Midden-Nederland, 9 september 2022
ECLI:NL:RBMNE:2022:3723 · Rechtbank Midden-Nederland · 9 september 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/wraking/ecli-nl-rbmne-2022-3723
Zaakgegevens
Op 9 september 2022 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Lelystad
- Datum uitspraak
- 9 september 2022
- Datum publicatie
- 19 september 2022
- Zaaknummer
- 544094 / HA RK 22-186
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2022:3723
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoeker heeft een verzoek tot wraking ingediend tegen de rechter in de zaak 21/4461. Hij meent dat het de rechter aan onpartijdigheid ontbreekt, doordat zij al 15 zaken onterecht ten nadele van verzoeker en ten gunste van verweerder, het college van B&W van de gemeente Utrecht (hierna: het college), heeft beslist. Dat blijkt uit uitspraken van de Raad van State van 15 juni 2022 en 28 juli 2022. Verder heeft zij zich in een uitspraak gecommitteerd aan het oordeel van de meervoudige kamer van 22 juli 2022 (22/2459), wat een partijdig oordeel is.
Het wrakingsverzoek is ongegrond. De omstandigheid dat eerdere beslissingen in hoger beroep zijn vernietigd, ook al zijn het er meerdere, leidt niet tot het oordeel dat de rechter in kwestie partijdig is. Ook de uitspraak dat zij zich committeert aan het oordeel van de rechters in 22/2459 leidt niet tot die conclusie. De wrakingskamer heeft vandaag eerder beslist dat de uitspraak van de rechters inzake 22/2459 geen blijk geeft van partijdigheid of vooringenomenheid. De verwijzing naar die beslissing kan dan ook niet leiden tot het oordeel dat sprake is van partijdigheid of vooringenomenheid.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]Proces-verbaal
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Lelystad
Zaaknummer/rekestnummer: 544094 / HA RK 22-186
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak ter zitting op 9 september 2022
inzake het verzoek in de zin van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb) van:
[verzoeker] ,
(verder te noemen verzoeker),
gemachtigde: mr. M.M. Breukers.
1 De procedure
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. R.C. Stijnen (hierna: de rechter).
Het wrakingsverzoek is op 9 september 2022 in het openbaar behandeld door de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken (verder: de wrakingskamer).
Bij de mondelinge behandeling zijn verzoeker en zijn gemachtigde verschenen. De rechter is met bericht van verhindering niet verschenen.
De behandeling van de zaak is gesloten en vervolgens is mondeling uitspraak gedaan. Daarvan is ingevolge artikel 8:67 eerste lid Awb dit proces-verbaal opgemaakt.
2 De beslissing
De wrakingskamer heeft de volgende uitspraak gedaan:
- verklaart het verzoek tot wraking ongegrond;
- draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, en aan de betrokken teamvoorzitter van het team Bestuursrecht, waarin de rechter werkzaam is, en de president van deze rechtbank;
- bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer 21/4461 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
3 De gronden van de beslissing
Verzoeker heeft een verzoek tot wraking ingediend tegen de rechter in de zaak 21/4461. Hij meent dat het de rechter aan onpartijdigheid ontbreekt, doordat zij al 15 zaken onterecht ten nadele van verzoeker en ten gunste van verweerder, het college van B&W van de gemeente Utrecht (hierna: het college), heeft beslist. Dat blijkt uit uitspraken van de Raad van State van 15 juni 2022 en 28 juli 2022. Verder heeft zij zich in een uitspraak gecommitteerd aan het oordeel van de meervoudige kamer van 22 juli 2022 (22/2459), wat een partijdig oordeel is.
De wrakingskamer onderzoekt in een wrakingsprocedure of de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt. Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Van dat laatste kan sprake zijn indien uit zijn overtuiging of gedrag persoonlijke vooringenomenheid tegenover een procespartij blijkt. Daarnaast kan een procespartij de indruk krijgen dat de rechter vooringenomen is. Het gezichtspunt van de procespartij is hier van belang, maar speelt geen doorslaggevende rol. Beslissend is of de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd is. Komt vooringenomenheid of een gerechtvaardigd vermoeden daarvan vast te staan, dan lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade. De wrakingskamer zal het wrakingsverzoek aan de hand van de hiervoor genoemde maatstaven beoordelen.
Het wrakingsverzoek is ongegrond. De omstandigheid dat eerdere beslissingen in hoger beroep zijn vernietigd, ook al zijn het er meerdere, leidt niet tot het oordeel dat de rechter in kwestie partijdig is. Ook de uitspraak dat zij zich committeert aan het oordeel van de rechters in 22/2459 leidt niet tot die conclusie. De wrakingskamer heeft vandaag eerder beslist dat de uitspraak van de rechters inzake 22/2459 geen blijk geeft van partijdigheid of vooringenomenheid. De verwijzing naar die beslissing kan dan ook niet leiden tot het oordeel dat sprake is van partijdigheid of vooringenomenheid.
Het wrakingsverzoek is ongegrond en de procedure moet worden hervat in de stand waarin het zich bevond toen het verzoek werd ingediend.
Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. H.A. Brouwer, voorzitter, en mr. D.J. van Maanen en mr. A.M. Crouwel als leden van de wrakingskamer, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 9 september 2022, waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat is verzonden op 19 september 2022.
de griffier de voorzitter
de griffier is buiten staat dit
proces-verbaal te ondertekenen
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.