Bestuursrecht overig

Wrakingszaak. Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk, buiten zitting beslissing. Het wrakingsverzoek heeft…

Rechtbank Midden-Nederland, 14 februari 2025

Zaakgegevens

Op 14 februari 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
14 februari 2025
Datum publicatie
17 februari 2025
Zaaknummer
588033 / HA RK 25-10
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:468
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wrakingszaak. Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk, buiten zitting beslissing. Het wrakingsverzoek heeft betrekking op uitspraken en/of gedragingen van de rechter tijdens de zitting in de hoofdzaak van 20 december 2024. Verzoeker was dus op 20 december 2024 al bekend met de feiten en omstandigheden die hij aan het wrakingsverzoek ten grondslag heeft gelegd. Hij heeft pas ruim een maand later het wrakingsverzoek ingediend en dat is te laat.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]Beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

WRAKINGSKAMER

Locatie: Utrecht

Zaaknummer: 588033 / HA RK 25-10

Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 14 februari 2025


op het verzoek in de zin van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van:

[verzoeker] ,

wonende in [woonplaats] ,

(hierna: verzoeker).

1 De procedure

1.1.

Verzoeker heeft op 30 januari 2025 mr. J. Wolbrink gewraakt. Mr. Wolbrink (hierna: de rechter) is de behandelend rechter in de zaak met het zaaknummer UTR 24/5171 (hierna: de hoofdzaak).

1.2.

Het wrakingsverzoek is niet op een zitting behandeld omdat het verzoek niet-ontvankelijk is. De wrakingskamer legt dit hierna uit.

1.3.

De uitspraak is bepaald op vandaag.

2 De beoordeling

2.1.

Op grond van artikel 1 lid 5 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank moet een wrakingsverzoek worden ingediend zodra de feiten en omstandigheden, waarop het verzoek berust, aan de verzoeker bekend zijn geworden.

2.2.

Uit het wrakingsverzoek van verzoeker blijkt dat dit betrekking heeft op uitspraken en/of gedragingen van de rechter tijdens de zitting in de hoofdzaak. Die zitting was op 20 december 2024. Verzoeker was dus op 20 december 2024 al bekend met de feiten en omstandigheden die hij aan het wrakingsverzoek ten grondslag heeft gelegd. Verzoeker heeft pas ruim een maand later het wrakingsverzoek ingediend en dat is te laat. Het verzoek is daarom niet-ontvankelijk.

3 De beslissing

De wrakingskamer:

3.1.

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;

3.2.

draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank;

3.3.

bepaalt dat de procedure van verzoeker met het zaaknummer UTR 24/5171 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.

Deze beslissing is genomen door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mr. L.C. Michon en mr. M.M. Janssen als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. S. Bazaz, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2025.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.