Omgevingsrecht
VoVo NO vanwege uitspraak in bodemzaak UTR 21/1869
Rechtbank Midden-Nederland, 18 juni 2021
ECLI:NL:RBMNE:2021:3037 · Rechtbank Midden-Nederland · 18 juni 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/omgevingsrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbmne-2021-3037
Zaakgegevens
Op 18 juni 2021 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 18 juni 2021
- Datum publicatie
- 13 juli 2021
- Zaaknummer
- UTR 21/1868
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Omgevingsrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2021:3037
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
VoVo NO vanwege uitspraak in bodemzaak UTR 21/1869
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/1868
uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 juni 2021 in de zaak tussen
[eiser 1] , uit [woonplaats 1] ,
[eiser 2] . uit [woonplaats 2] en
[eiser 3] , gevestigd in [vestigingsplaats 1]
verzoekers
(gemachtigde: mr. V. Wösten),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oudewater, verweerder.
Als derde-partij heeft aan de zaak deelgenomen: [derde belanghebbende] ., te [vestigingsplaats 2] , gemachtigde: mr. A.A.M. van Hoorn.
Inleiding
Derde-partij heeft een pluimveebedrijf op het adres [adres] in [vestigingsplaats 2] . De meeste verzoekers zijn omwonenden van het bedrijf. Over de activiteiten van het bedrijf zijn de afgelopen jaren meerdere procedures gevoerd. Voor deze zaak is het volgende van belang.
Met het besluit van 23 juli 2020 heeft het college derde-partij een last onder dwangsom opgelegd om de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wabo te beëindigen en beëindigd te houden door de toename van geuremissie afkomstig van de mestdroogtunnel behorende bij stal 3, te voorkomen door de mest van de kippen van de bovenverdieping van stal 3 niet na te drogen middels de mestdroogtunnel. Het college heeft ook besloten niet handhavend op te treden tegen het wijzigen van het stalsysteem op de verdieping van stal 3, het realiseren van een inpandige wintergarten op de verdieping van stal 3 en in stal 4 en het veranderen van het aantal te houden dieren binnen de inrichting omdat concreet zicht op legalisatie bestaat.
Het bezwaar van verzoekers tegen dit besluit heeft het college bij zijn besluit van 25 maart 2021 niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoekers hebben beroep (zaaknummer 21/1869) ingesteld tegen dit laatste besluit. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek zal de voorzieningenrechter beoordelen.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder partijen uit te nodigen om op een zitting te verschijnen indien het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. Na kennis te hebben genomen van de stukken ziet de voorzieningenrechter aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken. De voorzieningenrechter doet dus uitspraak buiten zitting.
2. Het verzoek om voorlopige voorziening gaat over het besluit van het college van
25 maart 2021. Op 15 juni 2021 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in het door verzoekers ingestelde beroep tegen het besluit van 25 maart 2021. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen beroepsprocedure meer loopt. In dat geval kan iemand geen verzoek om voorlopige voorziening doen. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.L. Debets, griffier. De beslissing is uitgesproken op 18 juni 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.