Omgevingsrecht

Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk omdat niet is voldaan aan het connexiteitsvereiste.

Rechtbank Midden-Nederland, 18 december 2025

Zaakgegevens

Op 18 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
18 december 2025
Datum publicatie
18 december 2025
Zaaknummer
UTR 25/6602
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:6813
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk omdat niet is voldaan aan het connexiteitsvereiste.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/6602


uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 december 2025 in de zaak tussen


[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt, verweerder.

Inleiding

1. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen verweerders besluit van 9 oktober 2025, waarbij het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit van 27 juni 2025 niet-ontvankelijk is verklaard.

1.1.

Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder dat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen indien het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. Na kennis te hebben genomen van de stukken ziet de voorzieningenrechter aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken. De voorzieningenrechter doet dus uitspraak zonder zitting.

2.1.

Er kan alleen een voorlopige voorziening worden verzocht als een bezwaar- of beroepsprocedure aanhangig is. Dit wordt het zogenoemde connexiteitsvereiste genoemd.

2.2.

Bij uitspraak van heden heeft de rechtbank het hiervoor genoemde door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen bezwaar– dan wel beroepsprocedure meer loopt, zodat niet is voldaan aan het connexiteitsvereiste. Het verzoek wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.

2.3.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. G.M.C.P. Maarhuis, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2025.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Dit volgt uit artikel 8:81, eerste lid van de Awb.