Omgevingsrecht

VoVo niet ontvankelijk wegens uitspraak in hoofdzaak UTR 25/4193

Rechtbank Midden-Nederland, 12 november 2025

Zaakgegevens

Op 12 november 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
12 november 2025
Datum publicatie
12 januari 2026
Zaaknummer
UTR 25/5604
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:7221
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

VoVo niet ontvankelijk wegens uitspraak in hoofdzaak UTR 25/4193

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/5604


uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 november 2025 in de zaak tussen


[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. A.C. de Kanter),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort (het college), verweerder

(gemachtigde: mr. drs. H. Maaijen).

Als derde-partij neemt deel: Stichting Habion uit Utrecht

(gemachtigden: mr. R.D. van Oevelen en mr. L. de Jeu).

Inleiding

1. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van 4 juni 2025, waarbij het college een omgevingsvergunning heeft verleend voor het bouwen van twee woongebouwen met 76 (zorg)woningen en het inrichten van het terrein op het perceel aan de [adres] in [plaats] .

2. De rechtbank heeft in de uitspraak van 15 augustus 2025 het beroep van [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard, omdat niet was voldaan aan de vereisten die zijn gesteld in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht gelezen in samenhang met de artikelen 1.6, tweede lid en 1.6a van de Crisis- en herstelwet.

3. Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] verzet gedaan. Omdat derde-partij volgens [verzoeker] inmiddels was begonnen met het uitvoeren van voorbereidende werkzaamheden, heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

4. De rechtbank heeft het verzoek om een voorlopige voorziening op 29 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van [verzoeker] samen met [persoon1] en [persoon2] , de gemachtigde van het college en de gemachtigden van derde-partij samen met [persoon3] .

Beoordeling door de rechtbank

5. Vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan in het door verzoeker ingestelde verzet tegen de uitspraak van 15 augustus 2025. De rechtbank heeft het verzet ongegrond verklaard en daarmee is de beroepsprocedure geëindigd. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen beroepsprocedure meer loopt. In dat geval kan iemand geen verzoek om voorlopige voorziening doen. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.L. Debets, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 12 november 2025.

griffier

voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

ECLI:NL:RBMNE:2025:4493. Zaaknummer UTR 25/4193-V. Zie artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht.