Arbeidsrecht

Proceskostenveroordeling na intrekking verzoekschrift.

Rechtbank Midden-Nederland, 4 mei 2023

Zaakgegevens

Op 4 mei 2023 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
4 mei 2023
Datum publicatie
1 mei 2023
Zaaknummer
10268634 UE VERZ 23-4
Rechtsgebied
Civiel recht Arbeidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2023:2031
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Proceskostenveroordeling na intrekking verzoekschrift.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 10268634 UE VERZ 23-4 MS/1270

Beschikking van 4 mei 2023

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verzoekster] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verder ook te noemen [verzoekster] ,

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. L.M. van der Sluis,

tegen:

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [verweerster] ,

verwerende partij,

gemachtigde: mr. M. Tas.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het verzoekschrift van [verzoekster] met producties, ter griffie ingekomen op 4 januari 2023;

  • het verweerschrift van [verweerster] met producties;

  • de nadere producties van [verzoekster] en [verweerster] .

1.2.

[verzoekster] heeft de kantonrechter bij brief van 4 april 2023 bericht dat zij het verzoekschrift om haar moverende redenen intrekt.

1.3.

[verweerster] heeft de kantonrechter bij brief van 12 april 2023 bericht dat zij op grond van artikel 1.2.8 van het Landelijk procesreglement verzoekschriften rechtbanken, kanton aanspraak maakt op de bij het verweer verzochte kostenveroordeling.

1.4.

[verzoekster] heeft de kantonrechter bij brief van 25 april 2023 in reactie op het verzoek van [verweerster] meegedeeld dat zij zich refereert aan het oordeel van de kantonrechter.

1.5.

Hierna is uitspraak bepaald.

2 De feiten

2.1.

[verzoekster] heeft het verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen haar en [verweerster] ingetrokken, zodat alleen hoeft te worden beslist op de door [verweerster] verzochte proceskostenveroordeling.

2.2.

Artikel 1.2.8. van het Landelijk procesreglement verzoekschriften rechtbanken, kanton (hierna: het Procesreglement) bepaalt het volgende:

“Zolang nog niet op het verzoekschrift is beslist, kan het verzoek worden ingetrokken. Wanneer bij het verweer om een kostenveroordeling wordt gevraagd en dit na intrekking wordt gehandhaafd, zal de kantonrechter daarop beslissen.”

2.3.

Nu [verzoekster] haar verzoekschrift om haar moverende redenen heeft ingetrokken, geldt zij als de in het ongelijk gestelde partij en zal zij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [verweerster] worden begroot op € 396,50 voor salaris gemachtigde (50% x tarief € 793,-- nu het niet tot een mondelinge behandeling is gekomen).

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [verzoekster] in de proceskosten aan de zijde van [verweerster] , tot deze beschikking begroot op € 396,50 voor salaris gemachtigde;

3.2.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.J. Slootweg, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2023.