Civiel recht overig
Kort geding. Opheffing/schorsing landelijk stadionverbod en geldboete. Vordering wordt toegewezen.
Rechtbank Midden-Nederland, 13 oktober 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:7423 · Rechtbank Midden-Nederland · 13 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/conservatoire-maatregel/ecli-nl-rbmne-2026-7423
Zaakgegevens
Op 13 oktober 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 13 oktober 2026
- Datum publicatie
- 24 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/16/616428 / KG ZA 26-516
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Conservatoire maatregelConservatoire maatregelEen maatregel om iets veilig te stellen voordat de rechter beslist, zoals conservatoir beslag op geld of goederen.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.C.J. Houben, mr. M.I. van Dijk
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:7423
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding. Opheffing/schorsing landelijk stadionverbod en geldboete. Vordering wordt toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/616428 / KG ZA 26-516
Vonnis in kort geding van 13 oktober 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonend in [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. M.C.J. Houben,
tegen
KONINKLIJKE NEDERLANDSE VOETBALBOND (KNVB),
gevestigd in Zeist,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de KNVB,
advocaat: mr. M.I. van Dijk.
1 De procedure
De voorzieningenrechter beschikt over de volgende stukken:
- de dagvaarding van 21 september 2026 met producties 1 tot en met 17,
- het bericht van [eiser] met producties 18 en 19,
- het bericht van de KNVB met producties 1 tot en met 18,
- het bericht van [eiser] met productie 20.
Op 29 september 2026 is de zaak besproken tijdens de mondelinge behandeling. Hierbij was [eiser] aanwezig, samen met mr. Houben. Namens de KNVB is mevrouw
[A] verschenen, zij werd bijgestaan door mr. van Dijk. Tijdens de mondelinge behandeling hebben beide partijen een pleitnotitie voorgedragen, die zijn toegevoegd aan het dossier. Van al het overige dat is besproken heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
Aan het einde van de zitting heeft de voorzieningenrechter bepaald dat er uiterlijk op 13 oktober 2026 een vonnis zal worden uitgesproken.
2 De kern van de zaak
Op 25 oktober 2025 was [eiser] als uitsupporter aanwezig bij de wedstrijd tussen [club 1] (hierna [club 1] ) en [club 2] (hierna [club 2] ). De KNVB heeft aan [eiser] een stadionverbod van 42 maanden en een geldboete opgelegd omdat hij bij deze wedstrijd met vuurwerk zou hebben gegooid. [eiser] is het hier niet mee eens; hij ontkent dat hij met vuurwerk heeft gegooid. [eiser] vordert in dit kort geding daarom schorsing van het stadionverbod en/of matiging van de looptijd daarvan totdat daarop in een bodemprocedure is beslist. De KNVB moet het landelijk stadionverbod van [eiser] schorsen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
3 De beoordeling
[eiser] heeft een spoedeisend belang
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft. Anders dan de KNVB aanvoert heeft [eiser] in dit geval een voldoende spoedeisend belang bij zijn vorderingen. Het aan hem opgelegde landelijk stadionverbod is van kracht tot [datum] 2029. [eiser] kan dus nog bijna drie jaar niet naar (prof)voetbalwedstrijden en heeft daarom een spoedeisend belang om dit proberen te voorkomen. Het kan [eiser] ook niet worden tegengeworpen dat het stadionverbod al op [datum] 2025 aan hem is opgelegd en er dus enige tijd is verstreken voordat hij deze procedure is gestart. Het stadionverbod van [eiser] is namelijk vooral gebaseerd op camerabeelden die [eiser] alleen op locatie bij de KNVB en [club 2] kon bekijken. Hier gaat logischerwijs wat tijd overheen, ook omdat [eiser] bij zowel de KNVB als [club 2] later nog met een deskundige langs is geweest om die beelden te bekijken. Daarnaast heeft [eiser] in de tussentijd gewacht op de uitkomst van het beroep dat hij tevergeefs heeft ingesteld bij de Commissie Stadionverboden van de KNVB.
Het beoordelingskader in dit kort geding
De vraag die in deze zaak moet worden beantwoord is of het landelijk stadionverbod terecht is opgelegd en onverkort van kracht kan blijven. Deze vraag moet worden beantwoord aan de hand van het hierna te noemen beoordelingskader. Daarbij wordt aangesloten bij eerdere uitspraken van de voorzieningenrechter van deze rechtbank. Het opleggen van het stadionverbod zal worden getoetst aan het overeenkomstenrecht en in het bijzonder de KNVB Standaardvoorwaarden en de Richtlijn termijn stadionverbod.
Dit is een ‘volle’ toetsing. De vraag is of de KNVB op grond van de toepasselijke regels en de voorliggende feiten een landelijk stadionverbod aan de voetbalsupporter mocht opleggen. De KNVB moet zich namelijk houden aan de regels die zij is overeengekomen met de koper van het toegangsbewijs ( [eiser] ) en de inhoud van die regels bieden geen beleidsvrijheid. In het kader van een kort geding speelt dan nog een rol dat het daarbij gaat om de vraag of het aannemelijk is de bodemrechter tot de conclusie komt dat het landelijk stadionverbod niet (onverkort) van kracht kan blijven.
Het stadionverbod is gebaseerd op artikel 10.2 van de KNVB standaardvoorwaarden. Dat beding bepaalt dat de KNVB alleen al bij een vermoeden dat iemand zich schuldig heeft gemaakt aan voetbalgerelateerd wangedrag, kan overgaan tot het opleggen van een landelijk stadionverbod en een boete van maximaal € 450. In de KNVB Standaardvoorwaarden en de Richtlijn termijn stadionverbod zijn geen aanknopingspunten te vinden hoe dit begrip moet worden uitgelegd. Daarom moet worden aangehaakt bij de taalkundige betekenis daarvan. De taalkundige betekenis van vermoeden is “een waarschijnlijke waarheid”. Er moeten dus concrete aanwijzingen zijn dat de voetbalsupporter zich schuldig heeft gemaakt aan voetbal gerelateerd wangedrag en in het bijzonder aan de in de Richtlijn opgesomde gedragingen.
De KNVB moet het stadionverbod van [eiser] schorsen
De KNVB heeft het vermoeden dat [eiser] voetbalgerelateerd wangedrag heeft vertoond bij de wedstrijd tussen [club 1] en [club 2] onvoldoende onderbouwd.
Volgens de KNVB heeft [eiser] bij die wedstrijd vuurwerk afgestoken en daar vervolgens mee gegooid. De KNVB wijst hierbij op een videofragment van ongeveer 21 seconden waarop te zien zou zijn dat iemand met vuurwerk gooit. Partijen zijn het erover eens dat de beeldkwaliteit van deze video slecht is, het gezicht van de vuurwerkgooier is er ook niet op te zien. De KNVB heeft [eiser] in dit geval geïdentificeerd door deze beelden te vergelijken met foto’s die van [eiser] zijn gemaakt bij binnenkomst in het stadion van [club 2] . Volgens de KNVB komen de (uiterlijke) kenmerken van [eiser] op die foto’s overeen met de kenmerken van de persoon die met het vuurwerk zou hebben gegooid in het videofragment.
In dit geding zijn foto’s ingebracht van [eiser] die zijn gemaakt bij toegang in [plaats] voor de bus naar [club 1] en tien stills uit het videofragment van 21 seconden van het incident waarbij vuurwerk is gegooid (productie 18 van de KNVB). De KNVB heeft [eiser] als vuurwerkgooier geïdentificeerd op basis van:
-
zijn jas van het merk ‘The North Face’,
-
de kleur van zijn broek,
-
zijn witte schoenen,
-
een loshangende veter,
-
zijn haarkleur.
Dit is onvoldoende voor een vermoeden dat een landelijk stadionverbod rechtvaardigt.
Ad 1. Op de eerste still van het videofragment is te zien dat de gestelde
vuurwerkgooier wordt omringd door meerdere personen die ook een jas van The North Face dragen. Dat is dus geen onderscheidend criterium waarmee [eiser] geïdentificeerd kon worden.
Ad 2. De broek die [eiser] aan had lijkt een andere kleur te hebben dan de broek van de
mogelijke dader. Op de stills van het videofragment is de kleur van de broek van de
eventuele vuurwerkgooier blauw (denim), terwijl die van [eiser] op de foto’s bij
binnenkomst antraciet/zwart is. Volgens de KNVB is de broek van de
vuurwerkgooier verkleurd door de verlichting ter plaatse en een blauwzweem van de opname. Gezien de duidelijk blauwe kleur is dat zonder nadere toelichting geen afdoende verklaring voor dit verschil. [eiser] heeft zelf ook foto’s overgelegd waarop te zien is dat zijn eigen broek helemaal niet blauw kleurt in een soortgelijke situatie. Kortom, de broek van de vuurwerkgooier lijkt eerder te wijzen op een andere dader dan [eiser] .
Ad 3. [eiser] kan ook niet geïdentificeerd worden op basis van zijn sneakers. Het zijn sneakers met witte en zwarte vlakken. Op de opnames is niet te zien of de vlakken van de schoenen van [eiser] overeenkomen met die van de schoenen van de gestelde vuurwerkgooier.
Ad 4. Als het gaat om de loshangende veter, blijkt uit de stukken dat [eiser] heeft aangegeven dat dat een modekwestie is. Als dat zo zou zijn, dan is de vraag in hoeverre de meeste supporters van [club 2] dat ook hebben. Uit de stills is verder moeilijk af te leiden dat de schoen met losse veter bij de vuurwerkgooier hoort.
Ad 5. De kleur en stijl van het haar van de vuurwerkgooier zijn tot slot niet waarneembaar op de stills. Ook hiermee kan [eiser] dus niet worden aangewezen als degene die met vuurwerk zou hebben gegooid.
Ten slotte geven ook al deze punten in samenhang onvoldoende vergelijkbare kenmerken tussen [eiser] en de vuurwerkgooier. [eiser] is op basis hiervan niet als vermoedelijke vuurwerkgooier te kwalificeren. Dit wordt ook bevestigd door de deskundige die [eiser] heeft ingeschakeld (productie 18 van [eiser] ).
Bij afweging van de belangen over en weer kan het stadionverbod geen stand houden. De KNVB heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat zij het gebruik van vuurwerk in voetbalstadions strenger wil aanpakken vanwege een aantal incidenten dat recent heeft plaatsgevonden. Daarom heeft zij ook een belang bij handhaving van de maatregel. Omdat het aannemelijk is geworden dat een bodemrechter zal oordelen dat het stadionverbod in dit geval ten onrechte is opgelegd, weegt het belang van [eiser] bij de opheffing ervan zwaarder. De vordering van [eiser] dat de KNVB het stadionverbod moet schorsen, wordt dus toegewezen. Dit betekent ook dat de KNVB de bijbehorende boete
(€ 250) en explootkosten (€ 95,74) moet terugbetalen aan [eiser] .
De KNVB heeft nog gevraagd dat in geval van toewijzing bepaald wordt dat [eiser] een bodemprocedure moet starten. De KNVB beroept zich echter op het rechtsgevolg (opleggen stadionverbod) van haar vermoeden van wangedrag van [eiser] (vuurwerkgooien). Het is dus aan de KNVB om een bodemprocedure starten ter handhaving van haar beslissing. Daar kan zij dan stellen en onderbouwen dat dit vermoeden gerechtvaardigd is. In dit geding heeft de KNVB dat onvoldoende gedaan.
De KNVB moet de proceskosten van [eiser] vergoeden
De KNVB is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
155,67 |
|
|
- griffierecht |
€ |
1.414,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
1.177,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
189,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
2.935,67 |
4 De beslissing
De voorzieningenrechter
beveelt de KNVB de tenuitvoerlegging van het landelijke stadionverbod van 42 maanden, opgelegd bij exploot van [datum] 2025, met onmiddellijke ingang te schorsen zodat [eiser] weer toegang heeft tot voetbalwedstrijden en stadions totdat in een bodemprocedure onherroepelijk over het stadionverbod is beslist,
beveelt de KNVB de door [eiser] betaalde geldboete van € 250,00 en de explootkosten van € 95,74 aan [eiser] terug te betalen, althans de betaling daarvan op te schorten totdat in de bodemprocedure definitief is beslist,
veroordeelt de KNVB in de proceskosten van € 2.935,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als de KNVB niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. van Rens en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2026.
5793