Civiel recht overig
Verstekvonnis. Geldlening.
Rechtbank Midden-Nederland, 28 januari 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:449 · Rechtbank Midden-Nederland · 28 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2026-449
Zaakgegevens
Op 28 januari 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Lelystad
- Datum uitspraak
- 28 januari 2026
- Datum publicatie
- 12 februari 2026
- Zaaknummer
- C/16/604765 / HL ZA 25-325
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:449
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verstekvonnis. Geldlening.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
handelskamer
locatie Lelystad
zaaknummer / rolnummer: C/16/604765 / HL ZA 25-325
Vonnis van 28 januari 2026
in de zaak van
[eiseres] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiseres,
advocaat mr. M.L.A. van Hurne te 's-Hertogenbosch,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
niet verschenen.
2 De beoordeling
Eiseres vordert om gedaagde te veroordelen tot betaling van in totaal € 356.571,00 aan schadevergoeding en primair de contractuele rente van € 27.807,65, dan wel subsidiair de wettelijke handelsrente van € 15.825,89 (berekend tot en met 11 december 2025), te vermeerderen met de verdere rente en overige kosten, zoals de beslagkosten van € 4.992,64 en de proceskosten.
Gedaagde is, hoewel deugdelijk opgeroepen, niet in de procedure verschenen en zij heeft dus geen verweer gevoerd.
Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen. De primair gevorderde contractuele rente zal worden toegewezen, nu gedaagde zich hiertegen niet heeft verzet.
Gedaagde zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op
- dagvaarding € 145,45
- beslagkosten 4.992,64
- griffierecht 2.392,00
- salaris advocaat 2.714,00
Totaal € 10.244,09
De nakosten zullen worden toegewezen, op de hierna te vermelden wijze.
3 De beslissing
De rechtbank
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 384.378,65, vermeerderd met de contractuele rente over een bedrag van € 356.571,00, met ingang van 12 december 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 10.244,09,
veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 178,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 92,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Baken, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 28 januari 2026.