Insolventierecht

Whoa. Na toewijzing van een voorlopige afkoeling voor de duur van 4 maanden zijn partijen alsnog tot een…

Rechtbank Midden-Nederland, 10 juli 2023

Zaakgegevens

Op 10 juli 2023 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
10 juli 2023
Datum publicatie
9 augustus 2023
Zaaknummer
23/553
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2023:4171
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Whoa. Na toewijzing van een voorlopige afkoeling voor de duur van 4 maanden zijn partijen alsnog tot een "standstill" gekomen en is het verzoek ingetrokken. De rechtbank heeft de tijdelijke voorziening opgeheven.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Toezicht – Insolventies-meervoudige kamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rekestnummer: HO RK 23/553

Beschikking van 10 juli 2023

in de zaak van:

de besloten vennootschap

[verzoekster] B.V.,

statutair gevestigd te [plaats 1] , kantoorhoudende te [plaats 2] ,

verzoekster,

hierna te noemen: “ [verzoekster] ”,

advocaten: mrs L.J.J. Kerstens en G.P. de Gruijter te Amsterdam,

en haar groepsmaatschappijen:

1. de besloten vennootschap

[groepsmaatschappij sub 1] B.V.,

statutair gevestigd te [plaats 1] , kantoorhoudende te [plaats 2] ,

2. de besloten vennootschap

[groepsmaatschappij sub 2] B.V.,

gevestigd te [plaats 2] , kantoorhoudende te [plaats 2] ,

3. de besloten vennootschap

[groepsmaatschappij sub 3] B.V.,

statutair gevestigd te [plaats 1] , kantoorhoudende te [plaats 2] ,

4. de besloten vennootschap

[groepsmaatschappij sub 4] B.V.,

statutair gevestigd te [plaats 1] , kantoorhoudende te [plaats 2] ,

5. de besloten vennootschap

[groepsmaatschappij sub 5] B.V.,

statutair gevestigd te [plaats 1] , kantoorhoudende te [plaats 2] ,

6. de besloten vennootschap

[groepsmaatschappij sub 6] B.V.,

statutair gevestigd te [plaats 1] , kantoorhoudende te [plaats 2] ,

7. de besloten vennootschap

[groepsmaatschappij sub 7] B.V.,

statutair gevestigd te [plaats 1] , kantoorhoudende te [plaats 2] ,

8. de besloten vennootschap

[groepsmaatschappij sub 8] B.V.,

statutair gevestigd te [plaats 1] , kantoorhoudende te [plaats 2] ,

9. de besloten vennootschap

[groepsmaatschappij sub 9] B.V.,

statutair gevestigd te [plaats 1] , kantoorhoudende te [plaats 2] ,

10. de besloten vennootschap

[groepsmaatschappij sub 10] B.V.,

statutair gevestigd te [plaats 1] , kantoorhoudende te [plaats 2] ,

11. de besloten vennootschap

[groepsmaatschappij sub 11] B.V.,

statutair gevestigd te [plaats 1] , kantoorhoudende te [plaats 2] ,

de vennootschappen onder 1 tot en met 11 hierna gezamenlijk te noemen:

de Dochtermaatschappijen.

Belanghebbende:

de naamloze vennootschap

ING BANK N.V.,

gevestigd te [plaats 2] ,

hierna te noemen: “ING”.

1 De procedure

1.1.

Verzoekster heeft op 29 juni 2023 een verklaring ex artikel 370 lid 3 Faillissementswet (Fw) ter griffie gedeponeerd.

1.2.

Bij verzoek van 29 juni 2023 heeft verzoekster verzocht een afkoelingsperiode ex. artikel 376 Fw te gelasten voor een periode van vier maanden.

1.3.

Verzoekster heeft gekozen voor een besloten akkoordprocedure buiten faillissement.

1.4.

Op 4 juli 2023 is, bij wijze van een tijdelijke voorziening, een beschikking gegeven tot afkondiging van een afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 376 Fwjo 372 lid 3

Fw voor de periode totdat bij eindbeslissing op het ingediende verzoek is beslist, ingaande 4 juli 2023.

1.5.

De mondelinge behandeling van het verzoek stond gepland voor 10 juli 2023 via een digitale beeldverbinding.

1.6.

Bij e-mail van 7 juli 2023 heeft verzoekster het verzoek tot het gelasten van een afkoelingsperiode ingetrokken.

2 De beoordeling

2.1.

Uit het intrekkingsverzoek van 7 juli 2023 blijkt dat verzoekster alsnog met ING een vrijwillige ‘standstill’ is overeengekomen voor de duur van twee maanden. Gelet hierop is het belang aan een afkoelingsperiode ex. artikel 372 Fw jo. 376 Fw komen te ontvallen. De rechtbank zal overgaan tot opheffing van de in de beschikking van 4 juli 2023 bij wijze van een tijdelijke voorziening gelaste afkoelingsperiode

3 De beslissing

3.1.

De rechtbank heft op de bij wijze van tijdelijke voorziening gelaste afkoeling.

Deze beschikking is gegeven door mr. K.G. van de Streek, mr. A.E. de Vos en mr. K.M. van Hassel in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2023.