Insolventierecht
WHOA. Dagbepaling verzoek homologatie akkoord. Geen aanstelling observator omdat niet-instemmende klasse…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 oktober 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:9677 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 8 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbzwb-2026-9677
Zaakgegevens
Op 8 oktober 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 8 oktober 2026
- Datum publicatie
- 7 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/02/452028 HO RK 26-320 (T)
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:9677
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
WHOA. Dagbepaling verzoek homologatie akkoord. Geen aanstelling observator omdat niet-instemmende klasse feitelijk voor het akkoord is.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster III Insolventie en kanton beheerszaken – meervoudige kamer
Zittingsplaats Breda
dagbepaling behandeling verzoek homologatie onderhands akkoord
rekestnummer: C/02/452028 HO RK 26-320
uitspraakdatum: 8 september 2026
Beschikking op het ingekomen verzoekschrift ex artikel 383 Fw in de besloten akkoordprocedure buiten faillissement, van:
[verzoekster] B.V.
statutair gevestigd te [plaats 1] , kantoorhoudende te [plaats 2] ,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
advocaten: mr. C.R.G. Gäbler en mr. M.L.A. Brick.
1 De procedure
[verzoekster] heeft op 13 maart 2026 ter griffie van deze rechtbank een startverklaring als bedoeld in artikel 370 lid 3 van de Faillissementswet (hierna: Fw) gedeponeerd.
Bij beschikkingen van 20 april 2026 is een afkoelingsperiode voor de duur van vier maanden afgekondigd;
[verzoekster] heeft eerder op 21 juli 2026 een stemverslag gedeponeerd en een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot homologatie van het door schuldenares aangeboden akkoord op grond van artikel 383 lid 1 Fw.
Bij vonnis van 6 augustus 2026 is [verzoekster] niet-ontvankelijk verklaard in dit verzoek tot homologatie van een akkoord.
De eerder afgekondigde afkoelingsperiode is bij beschikking van 3 september 2026 verlengd met twee maanden tot in totaal zes maanden.
[verzoekster] heeft op 4 september 2026 opnieuw een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot homologatie van het door schuldenares aangeboden akkoord op grond van artikel 383 lid 1 Fw. Daarbij heeft zij ook het stemverslag opnieuw gedeponeerd.
2 De beoordeling
De rechtbank heeft kennisgenomen van het hernieuwde verzoek om homologatie van het akkoord en zal, gezien artikel 383 lid 4 Fw, de zitting bepalen waarop zij de homologatie behandelt.
Het verzoek tot homologatie wordt op maandag 21 september 2026 om 14.00 uur behandeld via een online videoverbinding. Betrokkenen kunnen zich wenden tot de griffier van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, cluster III Insolventie (e-mailadres: [e-mailadres] ), om een link te ontvangen, waarmee zij kunnen deelnemen aan de zitting.
De rechtbank verwacht op grond van de goede procesorde dat eventuele afwijzingsverzoeken uiterlijk donderdag 17 september 2026 om 12:00 uur worden ingediend.
[verzoekster] heeft een verzoek heeft ingediend tot homologatie van een akkoord waarmee niet alle klassen binnen de stemtermijn hebben ingestemd. De Belastingdienst, klasse I, heeft binnen de stemtermijn geen stem uitgebracht. De rechtbank heeft nog geen herstructureringsdeskundige aangewezen of een observator aangesteld. Artikel 383 lid 4 Fw schrijft in dat geval voor dat de rechtbank alsnog een observator aanstelt. Toch zal de rechtbank daar niet toe overgaan. De reden daarvoor is dat de Belastingdienst ná de stemtermijn heeft laten weten dat hij vóór het akkoord had gestemd als hij wel tijdig zijn stem had uitgebracht. Alle klassen zijn daarmee feitelijk vóór het akkoord. Toepassing van artikel 383 lid 4 Fw kan daarom in dit geval achterwege blijven, nu hier het belang van de niet-instemmende klasse bij aanstelling van een observator, waarin artikel 383 lid 4 Fw voorziet, ontbreekt.
[verzoekster] moet op grond van artikel 383 lid 5 Fw de stemgerechtigden onverwijld schriftelijk kennis geven van deze beschikking en [verzoekster] dient hen te wijzen op de mogelijkheid om via een bij de griffier van deze rechtbank op te vragen link deel te nemen aan de zitting. [verzoekster] wordt verzocht daarbij te vermelden dat de stemgerechtigden uiterlijk 17 september 2026 om 10:00 uur (gemotiveerd) bezwaar kunnen maken tegen het (louter) digitale karakter van de zitting.
3 De beslissing:
De rechtbank:
- bepaalt dat het verzoekschrift strekkende tot homologatie van het akkoord ex artikel 383 lid 1 Fw wordt behandeld op maandag 21 september 2026 te 14:00 uur via een online videoverbinding, door de rechters mr. Leppens (voorzitter), mr. Ebben en mr. Mundt;
- bepaalt dat [verzoekster] de stemgerechtigden onverwijld schriftelijk kennis geeft van deze beschikking en hen wijst op de mogelijkheid om via een bij de griffier van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, cluster III Insolventie, op te vragen link deel te nemen aan de zitting, met vermelding dat de stemgerechtigden uiterlijk 17 september 2026 om 10:00 uur (gemotiveerd) bezwaar kunnen maken tegen het (louter) digitale karakter van de zitting.
Deze beschikking is gegeven door mr. Leppens, voorzitter, mr. Ebben en mr. Mundt, rechters, en in aanwezigheid van mr. Martens, griffier, in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026.
De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.