Strafrecht overig
Op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat…
Rechtbank Midden-Nederland, 2 september 2013
ECLI:NL:RBMNE:2013:8035 · Rechtbank Midden-Nederland · 2 september 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbmne-2013-8035
Zaakgegevens
Op 2 september 2013 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 2 september 2013
- Datum publicatie
- 24 juli 2026
- Zaaknummer
- 16/653372-13[P]
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2013:8035
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat verdachte onder invloed van een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens op 12juni 2013 brand heeft gesticht in zijn kamer in het [instelling] . De rechtbank concludeert daarom dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar was en acht verdachte niet strafbaar voor het bewezen verklaarde feit. De rechtbank ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht
Parketnummer: 16/653372-13[P]
Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] .
1 Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 augustus 2013.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. W.J. Ausma, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.
2 Tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte brand heeft gesticht in zijn kamer in het [instelling] , waardoor zowel goederen als personen gevaar hebben gelopen.
3 Voorvragen
De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
4 Waardering van het bewijs
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en baseert zich daartoe op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen van het aan verdachte ten laste gelegde feit.
Het oordeel van de rechtbank1
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. Verdachte heeft dit feit bekend en de verdediging heeft geen vrijspraak bepleit. Onder deze omstandigheden zal de rechtbank met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:
- [afbeelding niet beschikbaar]het proces-verbaal aangifte van [A] namens [instelling] -2
- het proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer 1] ;3
- het proces-verbaal forensisch onderzoek van [B] ;4
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting.5
5 Bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
op 12juni 2013 te Woerden opzettelijk brand heeft gesticht in kamer [nummer] van het
[instelling] , immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk lakens en een matras met een aansteker aangestoken ten gevolge waarvan die lakens en dat matras gedeeltelijk zijn verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor het gebouw en de goederen in dat gebouw en levensgevaar voor [slachtoffer 1] , BHV-er [slachtoffer 2] en andere personeelsleden en medepatiënten te duchten was.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
6 De strafbaarheid van het feit
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om het proces-verbaal van de Politie Utrecht, met registratienummer -2013130515, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
2 Proces-verbaal aangifte van [A] namens [instelling] , opgesteld door [G] , d.d. 17 juni 2013, doorgenummerde pagina's 10 tot en met 12.
3 Proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer 1] , opgesteld door [F] , d.d. 13 juni 2013, doorgenummerde pagina's 17 en 18.
4 Proces-verbaal forensisch onderzoek, opgesteld door [B] d.d. 20 juni 2013, doorgenummerde pagina's 35 en 36 en 40 tot en met 46.
5 De verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de terechtzitting van 19 augustus 2013.
Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.
Opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is, meermalen gepleegd.
7 De strafbaarheid van verdachte
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte niet strafbaar is voor het bewezen verklaarde feit, omdat hij ten tijde van het plegen van het feit volledig ontoerekeningsvatbaar was. Verdachte moet daarom worden ontslagen van alle rechtsvervolging, aldus de officier van justitie.
Indien de rechtbank tot een andere conclusie komt, dient volgens de officier van justitie met een beperkte strafte worden volstaan.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie wat betreft de volledige ontoerekeningsvatbaarheid van verdachte en het ontslag van alle rechtsvervolging.
De raadsman heeft de rechtbank om aanhouding van de zaak verzocht in het geval de rechtbank zich onvoldoende voorgelicht acht ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid van verdachte, teneinde een deskundige naar de zaak te laten kijken. Ook kan dan een standpunt over een eventuele strafoplegging worden ingenomen, aldus de raadsman.
Het oordeel van de rechtbank
Omtrent de geestestoestand van verdachte is ter terechtzitting door de deskundige [D] , psychiater, - zakelijk weergegeven en voor zover in deze strafzaak van belang- het volgende verklaard.
Op 11 juni 2013 is verdachte onderzocht door psychiater [C] , verbonden aan het [instelling] . [C] heeft op 11 juni 2013 vastgesteld dat verdachte psychotisch was. Op 12juni 2013 heeft psychiater in opleiding [E] bevestigd dat verdachte ook op die dag psychotisch was. Er zijn toen medicijnen aan verdachte toegediend, maar het duurt altijd even voordat die medicijnen werken.
Er is een complex verband tussen de stoornis van verdachte en het aan hem tenlastegelegde feit, maar op basis van het voorgaande concludeer ik dat verdachte ten tijde van de brandstichting psychotisch moet zijn geweest.
De rechtbank betrekt bij haar oordeel voorts de volgende stukken:
- de verklaring van verdachte ter terechtzitting;
- de verklaring die verdachte op 12 juni 2013 heeft afgelegd tegenover verbalisant
[verbalisant] (pagina 25 van het dossier);
- de beschikking van deze rechtbank van 4 juni 2013, waarin op verzoek van de officier van justitie door deze rechtbank een voorwaardelijke machtiging is verleend. Daarbij is het volgende overwogen:
"De rechtbank is op grond van de overgelegde stukken tot de overtuiging gekomen dat betrokkene is gestoord in zijn geestvermogens, dat de stoornis van de geestvermogens, te weten overige (incl. ongespecificeerde) stemmingsstoornissen betrokkene gevaar doet veroorzaken (... )."
Op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat verdachte onder invloed van een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens op 12juni 2013 brand heeft gesticht in zijn kamer in het [instelling] . De rechtbank concludeert daarom dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar was en acht verdachte niet strafbaar voor het bewezen verklaarde feit. De rechtbank ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging.
8 Motivering van de straffen en maatregelen
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat geen straf of maatregel aan verdachte dient te worden opgelegd. De rechtbank zal derhalve volstaan met de beslissing dat verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging.
9 Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 39, 57 en 157 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
10 Beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring:
- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Strafbaarheid:
- het bewezen verklaarde levert op:
- Opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is, meermalen gepleegd;
- verklaart het bewezene strafbaar;
- verklaart verdachte voor het bewezenverklaarde niet strafbaar.
- ontslaat verdachte voor het bewezenverklaarde van alle rechtsvervolging.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.E.M. Kranenbroek, voorzitter, mrs. A.M.M.E. Doekes-Beijnes en V. Van Dam, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Borg, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 september 2013.
BIJLAGE : De tenlastelegging
hij op of omstreeks 12 juni 2013 te Woerden, althans in het arrondissement Midden-Nederland, opzettelijk brand heeft gesticht in (kamer [nummer] van) het [instelling] , in elk geval een inrichting,
immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk
(een) laken(s) en/of een matras, althans (een) brandbare stof(fen), (met een aansteker) aangestoken
in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met (een) laken(s) en/of een matras, althans met (een) brandbare stof(fen),
ten gevolge waarvan die/dat laken(s) en/of dat matras geheel of gedeeltelijk is/ zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan,
terwijl daarvan gemeen gevaar voor het gebouw, althans de vleugel van het gebouw, waar dat centrum/die inrichting is gevestigd en/of de goederen in dat gebouwm althans de goederen in die vleugel/kamer, in elk geval gemeen gevaar voor goederen
en/ of
levensgevaar voor [slachtoffer 1] en/of BHV-er [slachtoffer 2] en/of (een) (andere) personeelsleden/personeelslid en/of (een) medepatiënt(en), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen, te duchten was;
art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht