Strafrecht overig

De rechtbank is met de raadsman en de officier van justitie van oordeel dat verdachte aan de overgelegde…

Rechtbank Midden-Nederland, 14 mei 2013

Zaakgegevens

Op 14 mei 2013 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14 mei 2013
Datum publicatie
22 juni 2013
Zaaknummer
16-654443-12
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2013:CA3550
E-mail

Samenvatting

De rechtbank is met de raadsman en de officier van justitie van oordeel dat verdachte aan de overgelegde emailwisseling het gerechtvaardigd vertrouwen heeft mogen ontlenen dat hij niet meer zou worden vervolgd. De rechtbank overweegt daartoe dat deze mededeling van een medewerker van het Openbaar Ministerie gezien moet worden als een sepotbeslissing van de officier van justitie. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen komt de rechtbank tot de conclusie dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van verdachte.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/654443-12

Vonnis van de meervoudige kamer van 14 mei 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1996] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats], [adres]

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 14 mei 2013. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. J.G.M. Dassen, advocaat te Utrecht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Primair: op 20 maart 2012 met voorbedachten rade, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, heeft geprobeerd [slachtoffer] te doden;

Subsidiair: op 20 maart 2012 tezamen en in vereniging met een ander of anderen, [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht;

Meer subsidiair: op 20 maart 2012 openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer].

3. De voorvragen

3.1. De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak.

3.2. De ontvankelijkheid

3.2.1. Ter terechtzitting heeft de raadsman bepleit dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van verdachte. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het vertrouwensbeginsel is geschonden. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft de raadsman een emailwisseling d.d. 18 oktober 2012 overgelegd, waarin een medewerker van het Openbaar Ministerie aan een casusregiseur van de de Raad voor de Kinderbescherming laat weten dat de zaak met onderhavig parketnummer kennelijk geseponeerd zou worden. Deze emailwisseling is op 19 oktober 2012 onder andere doorgestuurd aan mevrouw [A], de gezinsvoogd van verdachte. Verdachte mocht er daarom van uitgaan dat hij niet zou worden vervolgd.

3.2.2. De officier van justitie is, gelet op hetgeen de verdediging ter zitting naar voren heeft gebracht, van mening dat hij niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

3.2.3. De rechtbank is met de raadsman en de officier van justitie van oordeel dat verdachte aan de overgelegde emailwisseling het gerechtvaardigd vertrouwen heeft mogen ontlenen dat hij niet meer zou worden vervolgd. De rechtbank overweegt daartoe dat deze mededeling van een medewerker van het Openbaar Ministerie gezien moet worden als een sepotbeslissing van de officier van justitie. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen komt de rechtbank tot de conclusie dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van verdachte.

4. Beslissing

Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte.

Heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Veldhuijzen, voorzitter, tevens kinderrechter, mrs. E.A.A. van Kalveen en J.M. Bruins, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van der Meulen, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 mei 2013.

Mr. J.M. Bruins is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

Primair

hij op of omstreeks 20 maart 2012 te Zeist, althans in het arrondissement

Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer]van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met dat opzet als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of

hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s) die [slachtoffer]

naar achteren getrokken en/of tegen de benen van die [slachtoffer] geschopt en/of

(nadat die [slachtoffer] op de grond was gevallen) (meermalen) met kracht tegen het

hoofd, althans het (boven)lichaam, van die [slachtoffer] heeft geschopt/getrapt en/of

geslagen, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op of omstreeks 20 maart 2012 te Zeist, althans in het arrondissement

Utrecht, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (breuk

in oogkas), heeft toegebracht, door opzettelijk die [slachtoffer] naar achteren te

trekken en/of tegen de benen van die [slachtoffer] te schoppen en/of (nadat die

[slachtoffer] op de grond was gevallen) (meermalen) met kracht tegen het hoofd,

althans het (boven)lichaam van die [slachtoffer] te schoppen/trappen en/of te slaan;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Meer subsidiair

hij op of omstreeks 20 maart 2012 te Zeist, althans in het arrondissement

Utrecht, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de[straatnaam], in

elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft

gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit het:

- naar achteren trekken van die [slachtoffer] en/of

- schoppen tegen de benen van die [slachtoffer] en/of

- (meermalen) met kracht schoppen tegen het hoofd, althans het (boven)lichaam

van die [slachtoffer] (nadat die [slachtoffer] op de grond was gevallen);

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht