Strafrecht overig
Toewijzing vordering ontneming, meerdere kwekerijen, rekening gehouden met het in beslag genomen en verbeurd…
Rechtbank Midden-Nederland, 20 juni 2014
ECLI:NL:RBMNE:2014:3388 · Rechtbank Midden-Nederland · 20 juni 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbmne-2014-3388
Zaakgegevens
Op 20 juni 2014 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 20 juni 2014
- Datum publicatie
- 6 augustus 2014
- Zaaknummer
- 16-650269-12 ontneming
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2014:3388
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Toewijzing vordering ontneming, meerdere kwekerijen, rekening gehouden met het in beslag genomen en verbeurd verkaarde geldbedrag.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht
parketnummer: 16/650269-12 (ontneming)
vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 juni 2014
in de ontnemingszaak tegen
[verdachte]
geboren op [1956] te [geboorteplaats]
wonende aan de [adres] te [woonplaats]
Raadsman mr. R.C. Vermeer, advocaat te Rhenen
1 De procedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
- de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;
- het strafdossier onder parketnummer 16/650269-12 waaruit blijkt dat veroordeelde op 20 juni 2014 door de rechtbank is veroordeeld ter zake van:
- het medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;
- diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking,
tot de in die uitspraak vermelde straf;
- het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij d.d. 15 maart 2012, proces-verbaal nummer 201117178;
- de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting;
- de overige stukken.
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord. Tevens is de veroordeelde gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. R.C. Vermeer, advocaat te Rhenen.
2 De beoordeling
De vordering van de officier van justitie
De (gewijzigde) vordering van de officier van justitie strekt tot het aan de veroordeelde opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van € 56.192,66.
De hiervoor genoemde wijziging is gedaan nu de verbeurdverklaring van het onder veroordeelde in beslag genomen geldbedrag, te weten € 6.625,00, is gevorderd. Subsidiair, indien de rechtbank voornoemd bedrag niet verbeurd verklaart bedraagt het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel € 62.817,66.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft aangevoerd dat, gelet op de in de strafzaak bepleite vrijspraak, de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden afgewezen.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank gaat bij de beoordeling van de vordering uit van het - voor zover thans relevant - in dat vonnis bewezen verklaarde strafbare feit, te weten het opzettelijk telen van in totaal 733 hennepplanten in de periode van 27 september 2011 tot en met 29 november 2011.
De rechtbank heeft daarnaast voldoende aanwijzingen dat veroordeelde vóór de op 29 november 2011 aangetroffen teelt een eerdere hennepoogst heeft gehad. De rechtbank baseert zich daarbij op de in beslaggenomen notities waaruit volgt dat er knipgeld betaald is. Voorts zaten de kappen van de in de kwekerijen aanwezige assimilatielampen onder een lichte laag stof. Het filtermateriaal van de aanwezige koolstoffilters was vervuild. Op de vloer van de kwekerijen lagen droge afvalbladeren en droge resten van hennepplanten. Het zeil op de vloer van de kwekerijen, de afvoergoten en de watervaten waren voorzien van een kalklaag/kalkaanslag. Voorts werd een vuilniszak met resten van hennepplanten aangetroffen.
De rechtbank acht aldus voldoende aannemelijk geworden dat veroordeelde voordeel heeft genoten door middel van andere (dan de bewezen verklaarde) feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan.
De rechtbank neemt als grondslag voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, de berekening van de verbalisant [verbalisant] d.d. 15 maart 2012.
De rechtbank neemt de uitgangspunten bij de berekening uit het proces-verbaal over en maakt deze tot de hare. Deze uitgangspunten acht de rechtbank voldoende onderbouwd en deze zijn door de verdediging niet betwist.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen komt de rechtbank tot de volgende uitgangspunten en berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel ten aanzien van één oogst:
Uitgangspunten ten aanzien van de opbrengst:
Aantal planten: 733
Opbrengst per plant: 28,2 gram
Verkoopprijs per gram: € 3,28
Totaal bruto wederrechtelijk verkregen voordeel:
733 x 28,2 gram x € 3,28 = € 67.797,60
Uitgangspunten ten aanzien van de kosten:
Afschrijving: € 450,00.
Inkoopprijs stekje: € 2,85 (x 733 planten) = € 2.089,05.
Overige variabele kosten 733 x € 3,33 = € 2.440,89.
Totale kosten: € 450,00 + €2.089,05 + € 2.440,89 = € 4.979,94.
De rechtbank houdt voorts rekening met de verbeurdverklaring van het onder veroordeelde in beslag genomen geldbedrag van € 6.625,00 en de door veroordeelde betaalde elektriciteitsrekening van Stedin ten bedrage van € 4.978,90.
De rechtbank zal voornoemde bedragen in mindering brengen op het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel.
Op grond van het bovenstaande stelt de rechtbank het netto wederrechtelijk verkregen voordeel vast op een bedrag van:
Bruto opbrengst: € 67.797,60
Kosten: € 4.979,94
Verbeurdverklaring € 6.625,00
Kosten Stedin € 4.978,90 -
Netto: € 52.213,76
Draagkracht veroordeelde
Niet aannemelijk is geworden dat de veroordeelde naar redelijke verwachting ook in de toekomst niet in staat zal zijn aan zijn betalingsverplichting te voldoen.
3 De beslissing.
De rechtbank schat het bedrag dat aan wederrechtelijk verkregen voordeel is genoten op € 52.213,76.
Zij legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter grootte van € 52.213,76, ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Zij wijst de vordering van de officier van justitie voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.P.H.M. Severeijns, voorzitter, mrs. A.M. Verhoef en P.P.C.M. Waarts, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 20 juni 2014.
De voorzitter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.