Strafrecht overig
Afwijzing vordering tot ontneming
Rechtbank Midden-Nederland, 12 april 2016
ECLI:NL:RBMNE:2016:2580 · Rechtbank Midden-Nederland · 12 april 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbmne-2016-2580
Zaakgegevens
Op 12 april 2016 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 12 april 2016
- Datum publicatie
- 10 mei 2016
- Zaaknummer
- 16/710629-09 (ontneming)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2016:2580
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing vordering tot ontneming
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht
Parketnummer: 16/710629-09 (ontneming)
Vonnis van de meervoudige strafkamer van 12 april 2016
in de ontnemingszaak tegen
[veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [1977] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats te Nederland.
1 De procedure
De procedure blijkt onder meer uit het volgende:
- de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering (Sv) genoemde termijn aanhangig is gemaakt;
- het strafdossier onder parketnummer 16/710629-09 waaruit blijkt dat veroordeelde op 12 april 2016 door de meervoudige strafkamer van deze rechtbank is vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten;
- de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting;
- de overige stukken.
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting d.d. 12 april 2016 is de officier van justitie gehoord. Verdachte is niet verschenen. De raadsman, mr. A.R. van Roo, heeft laten weten zich aan de zaak te hebben onttrokken.
2 De beoordeling
De vordering van de officier van justitie
De vordering van de officier van justitie d.d. 21 september 2011 strekt tot het opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 41.785,55 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Ter terechtzitting van 12 april 2016 heeft de officier van justitie tot afwijzing van de vordering gerekwireerd.
Het oordeel van de rechtbank
Bij vonnis van 12 april 2016 heeft deze rechtbank veroordeelde vrijgesproken van de hem ten laste gelegde gronddelicten, te weten verduistering in dienstbetrekking dan wel diefstal.
Gelet op deze vrijspraak kan niet worden vastgesteld dat verdachte wederrechtelijk voordeel heeft verkregen, zodat de vordering van de officier van justitie dient te worden afgewezen.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
3 Beslissing
De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie, strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, af.
Dit vonnis is gewezen door
mr. A.G. Bakker, voorzitter,
mrs. P.J.M. Mol en M.S. Mehilal, rechters,
in tegenwoordigheid van A. Heijboer, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 april 2016.