Strafrecht overig

vordering ontneming afgewezen ivm vrijspraak strafzaak

Rechtbank Midden-Nederland, 9 september 2016

Zaakgegevens

Op 9 september 2016 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
9 september 2016
Datum publicatie
7 maart 2017
Zaaknummer
16/702801-13 ontneming
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2016:7626
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

vordering ontneming afgewezen ivm vrijspraak strafzaak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/702801-13 (ontneming)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 9 september 2016 in de ontnemingszaak tegen

[veroordeelde]

geboren op [1986] te [geboorteplaats]

wonende te ( [postcode] ) [woonplaats] , [adres]

1 De procedure

De procedure blijkt onder meer uit het volgende:

- de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering (Sv) genoemde termijn aanhangig is gemaakt;

- het strafdossier onder parketnummer 16/702801-13 waaruit blijkt dat veroordeelde op 9 september 2016 door de meervoudige strafkamer van deze rechtbank is vrijgesproken van het hem onder feit 2 ten laste gelegde medeplegen van het opzettelijk verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van verdovende middelen;

- de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting;

- de overige stukken.

De verdachte is niet verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten vertegenwoordigen door mr. R.P. van der Graaf, uitdrukkelijk gemachtigd om namens verdachte het woord te voeren.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting d.d. 26 augustus 2016 zijn de officier van justitie en de raadsman van verdachte gehoord.

2 De beoordeling

2.1

De vordering van de officier van justitie

De vordering van de officier van justitie d.d. 15 mei 2015 strekt tot het opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 48.510,00 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Ter terechtzitting van 9 september 2016 heeft de officier van justitie gepersisteerd bij zijn vordering.

2.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat, gelet op de bepleite vrijspraak in de strafzaak, de vordering ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel afgewezen dient te worden.

2.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft veroordeelde in de onderliggende strafzaak bij vonnis van 9 september 2016 vrijgesproken van het feit op basis waarvan het wederrechtelijk verkregen voordeel is berekend. Gelet op deze vrijspraak kan niet worden vastgesteld dat verdachte wederrechtelijk voordeel heeft verkregen, zodat de vordering van de officier van justitie dient te worden afgewezen.

3 Beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie, strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Gerritse, voorzitter, mr. C.E.M. Nootenboom-Lock en mr. M. Ferschtman, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 9 september 2016.