Strafrecht overig

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 200 dagen, waarvan 188 dagen voorwaardelijk…

Rechtbank Midden-Nederland, 10 september 2018

Zaakgegevens

Op 10 september 2018 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
10 september 2018
Datum publicatie
4 december 2018
Zaaknummer
16/705373-18 (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2018:5944
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 200 dagen, waarvan 188 dagen voorwaardelijk voor het handelen in strijd met de Opiumwet. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid medicijnen van verschillende soorten die niet op zijn naam zijn uitgegeven en hij heeft zich schuldig gemaakt aan het gedurende een langere periode handelen in deze medicijnen. Naast de gevangenisstraf veroordeelt de rechtbank Midden-Nederland de man ook tot een taakstraf van 100 uur. In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank rekening met de proceshouding van verdachte. Verdachte heeft volledige openheid van zaken gegeven en op zitting laten blijken het laakbare van zijn handelen in te zien.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/705373-18 (P)

Vonnis tot herstel van het door de meervoudige kamer gewezen vonnis van 6 september 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1980] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres

[adres] , [adres] .

Het onderdeel van het vonnis dat moet worden hersteld

Bij vonnis van 6 september 2018 is – kort gezegd – aan verdachte onder meer een gevangenisstraf voor de duur van 200 dagen, met aftrek van het voorarrest, opgelegd. Van deze straf zal een gedeelte van 188 dagen niet ten uitvoer worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de algemene voorwaarden niet naleeft. De algemene voorwaarde is opgenomen in het vonnis. Abusievelijk is in het vonnis ook vermeld dat er bijzondere voorwaarden aan het voorwaardelijke strafdeel zullen verbonden.

Beslissing

De rechtbank:

handhaaft haar beslissing van 6 september 2018, met herstel van een kennelijke misslag (onder het zevende gedachtestreepje) in het dictum als volgt:

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 188 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;

Bepaalt dat de griffier dit vonnis doet hechten aan het originele vonnis van 6 september 2018 en dit vonnis ter kennis doet brengen van de raadsvrouw en de officier van justitie.

Dit vonnis tot herstel is gewezen door mr. K.J. Veenstra, voorzitter, mrs. E.H.M. Druijf en H. Wiersma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.L. Kappel, griffier, en is uitgesproken op 10 september 2018.

De griffier en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.