Bestuursrecht overig
Wrakingsverzoek kennelijk niet ontvankelijk omdat de rechter in de hoofdzaak al einduitspraak heeft gedaan.
Rechtbank Noord-Holland, 28 september 2015
ECLI:NL:RBNHO:2015:11909 · Rechtbank Noord-Holland · 28 september 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/wraking/ecli-nl-rbnho-2015-11909
Zaakgegevens
Op 28 september 2015 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Alkmaar
- Datum uitspraak
- 28 september 2015
- Datum publicatie
- 8 februari 2016
- Zaaknummer
- C/15/232635/ HA RK 15/155
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2015:11909
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wrakingsverzoek kennelijk niet ontvankelijk omdat de rechter in de hoofdzaak al einduitspraak heeft gedaan.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beslissing
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: C/15/232635/ HA RK 15/155
Beslissing van 28 september 2015
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster,
Het verzoek is gericht tegen:
mr. M. Kraefft,
hierna te noemen: de rechter.
1 Overwegingen
Verzoekster heeft op 23 september 2015 schriftelijk de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, afdeling publiekrecht, sectie Bestuursrecht aanhangig geweest zijnde zaak met als zaaknummer ALK 15/3598, hierna te noemen: de hoofdzaak.
Om verzoekster in haar verzoek tot wraking te kunnen ontvangen is vereist dat het verzoek wordt gedaan voordat de rechter in de hoofdzaak einduitspraak doet. Hieraan wordt niet voldaan. In de hoofdzaak is op 21 september 2015 einduitspraak gedaan en het verzoek, gedateerd op 23 september 2015, is op dezelfde datum door de wrakingskamer ontvangen. Het onderhavige verzoek tot wraking is derhalve gedaan na de einduitspraak in de hoofdzaak. Hieraan doet niet af dat deze einduitspraak een voorlopige voorziening betrof. Reeds op deze grond dient verzoekster niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn verzoek tot wraking.
Overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1., in samenhang met paragraaf 4.1. van het wrakingsprotocol van deze rechtbank – op internet te vinden op de website van deze rechtbank onder: www. rechtspraak.nl/Rechtbank Noord-Holland/Regels en procedures – zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling stellen.
2 Beslissing
De rechtbank
- verklaart het gedane verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk;
- stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling;
- beveelt de griffier onverwijld aan verzoekster en de rechter in bovenvermelde procedure een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden.
Deze beslissing is gegeven door mr. P..H.B. Littooy, voorzitter, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2015.[concipiënt_initialen]
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.