Bestuursrecht overig
Wrakingskamer. Verzoeker is niet-ontvankelijk. In de zaak waarop de wraking van verzoeker betrekking heeft…
Rechtbank Noord-Holland, 28 februari 2022
ECLI:NL:RBNHO:2022:1830 · Rechtbank Noord-Holland · 28 februari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/wraking/ecli-nl-rbnho-2022-1830
Zaakgegevens
Op 28 februari 2022 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 28 februari 2022
- Datum publicatie
- 4 maart 2022
- Zaaknummer
- C/15/325136 HARK 22-33
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2022:1830
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wrakingskamer. Verzoeker is niet-ontvankelijk. In de zaak waarop de wraking van verzoeker betrekking heeft, is nog geen rechter aangewezen, die deze zaak zal behandelen. Nu het wrakingsverzoek geen betrekking heeft op een met de behandeling van de zaak belaste rechter, zal het verzoek zonder behandeling ter zitting niet ontvankelijk worden verklaard en komt de wrakingskamer aan een inhoudelijke behandeling van het wrakingsverzoek niet toe.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beslissing
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: C/15/325136/HA RK 22/33
Beslissing van 28 februari 2022
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoeker] ,
wonende te Beverwijk,
verzoeker.
1 Procesverloop
Verzoeker heeft op 10 februari 2022 een verzoek tot wraking gedaan met betrekking tot de behandeling van de zaak die bij de rechtbank is geregistreerd onder zaaknummer HAA 21/6268. Dit beroep is gericht tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag die verzoeker heeft gedaan bij de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
De wrakingskamer heeft gelet op het onderstaande afgezien van een mondelinge behandeling.
2 Waar het verzoek over gaat
Verzoeker heeft in zijn verzoek van 10 februari 2022 aangegeven dat hij een klacht indient en verzoekt om wraking van een voor hem anonieme rechter. Verzoeker stelt dat de rechter partijdig is en in strijd met artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden handelt. Verzoeker stelt dat de rechter niet alle stukken van het dossier naar hem heeft doorgestuurd, dat de rechter ten onrechte een verweerschrift heeft opgevraagd en hem ten onrechte heeft verzocht om het beroep in te trekken. Verzoeker klaagt erover dat de rechter die zijn zaak behandelt, niet bekend is en verzoeker wil weten of die rechter lid is van de vrijmetselarij.
3 De beoordeling van het wrakingsverzoek
De wrakingskamer zal verzoeker in zijn verzoek niet-ontvankelijk verklaren. De reden daarvoor is als volgt.
Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht luidt:
Op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Ten behoeve van de behandeling van een verzoek tot wraking is het Wrakingsprotocol van de rechtbank Noord-Holland opgesteld. Dit protocol is voor iedereen te raadplegen, bijvoorbeeld via de website van rechtspraak.nl.
In dit protocol is in artikel 5, tweede lid, onder e, bepaald:
De wrakingskamer kan het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren: (…)
e. indien het verzoek geen betrekking heeft op de met de behandeling van de zaak belaste rechter (…).
In de zaak waarop de wraking van verzoeker betrekking heeft (HAA 21/6268), is nog geen rechter aangewezen, die deze zaak zal behandelen. Nu het wrakingsverzoek geen betrekking heeft op een met de behandeling van de zaak belaste rechter, zal het verzoek zonder behandeling ter zitting niet ontvankelijk worden verklaard en komt de wrakingskamer aan een inhoudelijke behandeling van het wrakingsverzoek niet toe.
Ten overvloede overweegt de wrakingskamer dat het feit dat de griffier bij brief van 1 december 2021 aan verweerder heeft verzocht om de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift in te dienen en aan verzoeker heeft gevraagd of hij na de brief van verweerder van 17 december 2021 zijn beroep nog wil handhaven, het voorgaande niet anders maakt. Een wrakingsverzoek moet immers betrekking hebben op het handelen van een rechter (of rechters) en dat is hier niet het geval.
4 Beslissing
De rechtbank:
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker en de wederpartij in de
hoofdzaak een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden.
Deze beslissing is gegeven door mr. C.A.M. van der Heijden, voorzitter, mr. B.M.A. Bataille en mr. F.W. van Dongen, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. R. Pronk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2022.[concipiënt_initialen]
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.